1940 – DRIEKONINGENLICHT

Onlangs – ach, laat ik dit feuilleton nou eens controleerbaar precies beginnen: op de middag van zaterdag 29 november 2014 – had ik een kleine reünie met redactiecollega’s van de vroegere Malmberg-jeugdbladen. Onderweg van NS-station ‘s-Hertogenbosch naar het eetadres in de binnenstad legden we met z’n vijven even aan bij Café Het Veulen voor een aperitiefje. Die plek was geen toeval: Het Veulen is nummer 39 op de lijst van gezelligste cafés van Nederland 2014, het is bovenal mijn geboortehuis aan de Korenbrugstraat. 

Het drukbeklante kroegje beslaat de volledige werkplaats/opslagruimte van mijn vaders vroegere nering: het timmeren van lijkkisten. Dat werk bleek in de oorlogsjaren zo belangrijk dat mijn vader wegens ‘maatschappelijke onmisbaarheid’ vrijgesteld was van de Arbeitseinsatz, hier en in Duitsland. Later werkten twee van mijn oudere broers bij mijn vader ‘in de zaak’, maar toen, in 1940, had hij één knecht in dienst.

Dat was nogal een onnozelaar die zich vanwege het mooie zwarte uniform met z’n zilverblinkende knopen aangesloten had bij de NSB. Dat uniform kwam hij op een mooie zomeravond aan mijn vader en zijn gezin in de werkplaats showen; het is helaas niet bekend hoe mijn vader en mijn moeder daarop reageerden. Ik heb in elk geval geen aanwijzingen dat de knecht om die reden ontslagen werd. Wel bleef het verhaal vele jaren op sterkte, anders had ik dit allemaal niet kunnen weten natuurlijk.

Op de verdieping boven het café cq. de werkplaats ben ik als tiende van dertien kinderen geboren, op 6 januari (Driekoningen, volgens de katholieke heiligenkalender) van het historische jaar 1940. Ik ben zodoende van dik vier maanden vóór de oorlog, en dus ‘van vooroorlogse kwaliteit’, zoals na de oorlog ook de betere sigaren, toiletzeep, breiwol en fietsbanden wel aangeduid werden. In mijn verdere leven heb ik dit kwaliteitskeurmerk nooit bezwaarlijk gevonden, laat staan actief bestreden.

Mijn ouders moeten beslist bijzonder met mijn geboorte en de datum (toentertijd nog als zondag gevierd) ingenomen geweest zijn, want bovenop de gebruikelijke drie katholieke doopnamen voorzagen ze mij van een vierde, namelijk Balthasar, de mooist genoemde van de Drie Wijzen uit het Oosten, de Drie Koningen, kortweg Driekoningen. In het hele gezin waren mijn vier doopnamen trouwens zo bijzonder dat nog altijd iedereen ze allemaal én in de juiste volgorde op kan dreunen – en dat ook geregeld, en ongevraagd, doet.

Vanaf Het Veulen toog ons reünieclubje naar eetstraat De Putstraat, in die oorlogstijden goed voor het evacuatieadres van oom Kees – schoenmaker – Vingerhoeds. Daar kwamen wij met het hele gezin terecht toen in onze eigen buurt de Engelse Tommies rechtstreeks met de Duitse bezetters in gevecht kwamen – maar dan loop ik, pardon, wel met grote stappen een paar jaar vooruit in dit feuilleton. (Het heeft ons huis trouwens nog een half afgebrand dak gekost ook.)

Om me te bepalen tot 1940: dat werd door toedoen van ene A. Hitler een absoluut kantelpunt in mijn leven, dat van mijn directe omgeving en van een flink deel van de westerse wereld, en nog wel verder ook. 1940 was tevens het jaar waarin een van de belangrijkste dichtbundels uit de twintigste eeuw verscheen: Parken en woestijnen van M. Vasalis, pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans (1909-1998) – waarbij Leenmans, in het Latijn vertaald, Vasalis oplevert.

“Er is geen einde en geen begin”
Parken en woestijnenDe bundel verscheen (en verschijnt nog steeds) in het fonds van Uitgeverij Van Oorschot te Amsterdam, en is nog altijd het stralende Driekoningenlicht van de Nederlandse literatuur. Inderdaad, als Balthasar verkeer ik sinds 1940 in bijzonder goed gezelschap. Uit die bundel citeer ik hieronder het gedicht Afsluitdijk. Ik kies het om vele redenen, maar toch vooral om de laatste regels: ‘Er is geen einde en geen begin / aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden, / alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.’ – Die regels lijken een mooi motto voor iemand die probeert om zijn eigen leven ‘handzaam in een feuilleton van 75 en enige afleveringen samen te vatten’.

AFSLUITDIJK

De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.

Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken
onschuldig op elkanders schouder slapen.

Dan zie ik plots, als waar ´t een droom, in ´t glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.

5 gedachten over “1940 – DRIEKONINGENLICHT”

  1. Een vriendin die bij jou op een zangkoor gezeten heeft, vroeg aan mij of ik je kende, maar helaas niet. Ook ik ben van januari 1940 en woonde in de postelstraat, dus vlakbij. Volgens de berichten hebben wij allebei op school gezeten in de postelstraat. De montsori was mijn plekje, maar er was ook nog een kleuterafdeling, maar die ging door een andere poort. Een andere vriendin is getrouwd met Frans v.d. Hoogen die moet je wel kennen want die werkte bij Malmberg. Je ziet de wereld is klein. Groetjes Irene

  2. Een prachtig begin, Christ. Toen ik enkele jaren geleden met een groep familieleden in Café Het Veulen een biertje dronk, herinnerde ik mij de werkplaats die daar ooit was en die we altijd passeerden tijdens de “stille omgang”. Zelf ben ik ook Bosschenaar van geboorte en ook van de historische jaargang 1940, maar van een half jaar later, toen de oorlog al een dikke maand het leven beheerste. Je keuze van het afsluitende gedicht was weer geweldig. “Alleen dit wonderlijk gespleten lange heden”. Veel succes met je project!
    Willem Driessen

  3. Mooi begin van je serie, Christ. Als ik jouw schrijfsels en die van Vasalis lees, kruip ik stilletjes terug in mijn amateursschrijversschulpje en wacht gelaten nieuwe inspiratie af.
    Gr.
    Jan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *