1958 – Auf Flügeln des Gesanges

Oude Sint-Jacobskerk in Den Bosch
Oude Sint Jacobs- kerk in Den Bosch

Het ’s-Hertogenbosch Jongerenkoor repeteert zondagsochtends om 11 uur in het Noord-Brabants Museum dat gevestigd is in de Oude Sint Jacobs-kerk aan de Bethaniënstraat. Je loopt door een donkerverlaten museumzaal, met sombergetinte schilderijen van Hendrik Chabot (1894-1949) aan de wanden, naar het geheel in wit uitgevoerde repetitielokaal aan de achterzijde van het gebouw.

Schilderij van Chabot (1944)
Schilderij (1944) van Hendrik Chabot

Frans van Amelsvoort zit al achter de vleugel, hij heeft er zin in, en wil op tijd beginnen. Die aanpak bevalt me, mede daarom ben ik ook bij dit koor gegaan, en daarom ben ik er ook altijd aan de vroege kant, net als good old Frans, dirigent par excellence, maar voor ons nog altijd ‘Meneer Van Amelsvoort’. Ja zeg, het is nog maar 1958 hoor.

’s-Hertogenbosch Jongerenkoor – Onder de enthousiasmerende leiding van Frits Marechal (voorzitter) en Frans Van Amelsvoort ontwikkelt het koor zich tot een aardig zingende vriendenclub van jongeren tussen de 18 en de 25 jaar, veel schoolgenoten, ook van het Marialyceum.
Zo nu en dan treden we naar buiten met een uitvoering voor vrienden en bekenden in de breedste zin van het woord. We zingen liederen van grote Engelse, Duitse en Italiaanse componisten en dichters, soms ook een kamer-opera, zoals Dido and Aeneas van Purcell (50 minuten).
Af en toe duikt er – soms ook tot zijn eigen verbazing – een lyceumdocent op om onze uitspraak van de vreemde talen te perfectioneren, maar dat is louter een voorzorgsmaatregel, want ‘natuurlijk kennen we alles al van school, meneer Van Baars’.

Albert Jenny - Componist van 'Dem unbekannten Gott'
Albert Jenny – Componist van ‘Dem unbekannten Gott’

In februari 1958 acht Van Amelsvoort ons klaar voor het grotere werk, uit te voeren aan het einde van het jaar. We starten de repetities voor het oratorium ‘Dem unbekannten Gott’, van de Zwitserse dichter Herbert Meier en de eveneens Zwitserse componist Albert Jenny. Uit te voeren o.l.v. de componist zelf, een eerste uitvoering, wereldpremière.

In het koor bouw ik goede contacten op met Leo Smits en Piet van der Sluis, collega-tenoren die ik later nog vaak zal ontmoeten tijdens onze gezamenlijke studie Nederlands MO aan de Katholieke Leergangen in Tilburg. Piet is daar al mee bezig, en maakt Leo en mij er enthousiast voor. (Als ik A-examen doe, doet Piet B. Maar dan zijn we al enkele jaren verder…)

Als Frits Marechal het voorzitterschap opgeeft wegens te drukke studie (medicijnen), ontbrandt er tussen Leo Heideman en Sjef Bakermans een (te) felle strijd om de vacante post. Zo’n strijd blijkt toch niet echt lekker voor de sfeer: Leo verlaat het koor, Sjef wordt de baas. Het kost een paar maanden voor alle plooien weer glad zijn.
En wij ondertussen maar zwoegen op: ‘O, die sechs Nächte, / da Flammenwerfer des Krieges / das Antlitz (= gezicht) Europas durchzuckten (= doorbliksemden), / die Raupen (= rupsbanden) der Panzer / den Mund der Städte aufrissen / und Düsenvögel (= straaljagers) / die Stirne (= front) der Erde umwölkten – / O die sechs Nächte des Todes!’

Garrincha (links) en Pelé
WK 1958 – Garrincha (links) en Pelé

Tussen de repetities door – In de zomer wordt het wereldkampioenschap voetbal gespeeld in Zweden. Frans en ik frequenteren Café de Sport aan de Wolvenhoek, waar we menige wedstrijd voor het televisiescherm uitzitten op één glaasje limonade. Uiteindelijk wint Brazilië de finale met 5-2 van Zweden, en is de 17-jarige Pelé de officiële revelatie van het toernooi. Maar voor mij heet de grote tovenaar: Garrincha. En dat is ie altijd gebleven, ook omdat ik niet veel later alle belangstelling voor het voetbal (en ook wel de sport in het algemeen) verlies als het grote geld zijn rol begint te spelen.

Expo 1958 - Wereldtentoonstelling in Brussel
EXPO 1958 – Wereldtentoonstelling in Brussel

Aan het einde van het schooljaar organiseert het Sint Jans Lyceum eendaagse busreizen naar de wereldtentoonstelling ‘Expo 58’ in Brussel. Het wordt een fascinerende dag met bezoeken aan de paviljoens van Frankrijk (Le Corbusier!), Amerika en Rusland, waar ze een prototype van de Spoetnik 1 tentoon hebben staan.
In het Nederlandse paviljoen intrigeren mij de aardappelsorteermachines, weer eens wat anders dan het Atomium en de Belgische demonstratie van ‘Kongolezen in hun leefomgeving’. Om in dit verband een klein stukje Wikipedia te citeren: ‘Hier werd destijds anders tegenaan gekeken dan tegenwoordig, maar toen bezoekers de Kongolezen gingen voeren werd het Kongolese dorp meteen gesloten.’ – Over plaatsvervangende schaamte gesproken.

Omdat de ouders van Frans wegens het werk van pa Peters naar Breda verhuizen, komt Frans na de grote vakantie een jaar, het examenjaar, bij ons wonen. Het zou te riskant voor hem zijn om alleen voor dat zesde gymnasiumjaar aan een andere school te moeten wennen. In het weekend gaat ie naar z’n ouders, en om te tennissen natuurlijk.
Wat het voetbal-op-niveau betreft, waar Frans nogal veel tijd in steekt, overweegt hij een overstap van BVV naar NAC. Jaja, Fransje pingelt een heel aardig potje mee, hoor. En ’s avonds voor het slapen gaan altijd weer dat touwtjespringen, ja, touwtjespringen moet want voetbal is nou eenmaal zijn grote passie. In ons gezin wordt driftig met Frans z’n prestaties meegeleefd.

6 gym, het is natuurlijk buffelen op school: hoe ga je het eindexamen overleven? Alle leraren zijn nu opeens maatjes met ons, en putten zich uit in serieuze hulp en ondersteuning. Schriftelijk en mondeling worden er talloze examens geoefend. Hoe zal dit gaan uitpakken? Maar ja, dan is het inmiddels 1959, en dat is het nu nog niet.

Uitvoering van het Oratorium – Want ‘nu’ = 18 november 1958: de uitvoering van het Oratorium ‘Dem unbekannten Gott’ van Meier en Jenny, in de Casino-schouwburg in Den Bosch. De repetities met de solisten erbij vinden plaats in het Kruithuis: Annette de la Beye (sopraan), Aafje Heynnis (alt), Leo Ketelaars (bas-bariton). Naast ons koor zingt ook het Brabants Kamerkoor mee.
Het valt me op hoe respectvol maar streng Frans van Amelsvoort ook met die beroemde solisten repeteert, zo doet een man van de wereld dat dus… Want straks staat het geheel onder leiding van de componist Albert Jenny, en die moet er dus weer niet al te veel werk aan hebben!

Herbert Meier - Dem unbekannten Gott
Herbert Meier – Tekstdichter van ‘Dem unbekannten Gott’

In de nogal stijf katholieke tekst van Meier verkeert de moderne mens in verwarring tussen de vernietigingswoede uit de tweede wereldoorlog en een ongewisse toekomst: Waar is God? Zonder geloof of vertrouwen wordt de mens maar materialistisch: ‘Wir hoffen nichts, / wir glauben nichts. / Wir lieben nichts. ‘ Uiteindelijk onderkent het oratorium het goede in de mens, die op het allerlaatst de redding weet te grijpen: ‘Wo zwei in Seinen Namen / zusammen sind, / da ist Er mitten unter Ihnen.’

Volgens de Leidsche Courant van 19 november 1958 ‘verdienen componist en executanten alle lof, zeker het Brabants Kamerkoor en het ’s-Hertogenbosch Jongerenkoor’. Het talrijke publiek en de voortreffelijke uitvoering ‘waarborgen een succesvolle toekomst voor dit oratorium’. – Sindsdien heb ik er nooit meer iets van vernomen. (Ach, het is als met Heinrich Böll (1917-1985), die had als schrijver ook het eeuwige leven niet. Wie kent hem nog?)

Ik kan intussen haast niet meer begrijpen dat we met zo’n tekst zo lang, zo intensief en zo serieus bezig zijn, terwijl ‘buiten’ de rock & roll woedt, Paus Pius XII opgevolgd wordt door de onverwachte  vernieuwer Johannes XXIII,  en Verwoerd in Zuid-Afrika  ook officieel de volledige rassenscheiding nastreeft.

Gerard Kornelis van het Reve - Nader tot u
Gerard Kornelis van het Reve – ‘Nader tot u’

Geestelijk lied – Nee, door de tekst van ‘Dem unbekannten Gott’ word ik bepaald niet meer gesticht, integendeel, mij overvalt de onbedaarlijke behoefte om een ‘tegentekst’ tot me te nemen – om het geheel en ook mezelf weer een beetje in balans te krijgen. En wat is er dan beter dan om weer eens te lezen in ‘Nader tot u’ (1966), dat geweldige boek van (toen nog) Gerard Kornelis van het Reve. Vooral de ‘Geestelijke liederen’ achterin het boek zijn voltreffers. Daarom citeer ik hier het lied ‘Het ware geloof’ (p. 131). Dat zal me leren!

HET WARE GELOOF

Als de kardinaal een scheet heeft gelaten, zeggen ze:
‘Sjonge jonge, wat ruikt het hier lekker,
net of er iemand lever met uien staat te bakken.’
Dat soort katholieken, daar ben ik niet dol op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *