1962 – Aan het werk

Daar sta je dan ineens in je burgerkloffie afscheid te nemen van je militaire collega’s, minderen en meerderen. Het is 4 februari 1962, en je hart klopt vol verwachting. 22 maanden was er geen andere wereld dan de soldatenwereld, geen andere kleur dan legergroen, geen andere pet dan helm of baret.

De hoogste tijd kortom om mezelf weer in de eerste persoon en in de eerste naamval te zetten. Ik ben weer ‘burger’ en alleen aan mezelf verantwoording schuldig. Eigen baas, in m’n eigen kleren en met niks op m’n hoofd. Nou ja, voor een kort dagje dan. Want morgen, 5 februari 1962, heb ik een nieuwe baan en een nieuwe baas, nieuwe rechten, nieuwe plichten. Maar… in burger.

Logo Uitgeverij L.C.G. Malmberg 1960
Logo Uitgeverij L.C.G. Malmberg 1962

De Malmberg-aanpak
Uitgeverij L.C.G. Malmberg huist in een nieuw gebouw met allemaal glazen kamers. Tegen elf uur verschijnt juffrouw Satter met haar koffiewagen, en dan krijg je per kamer een afgepast aantal kopjes koffie geserveerd. Daar moet je de hele dag op teren, dus juffrouw Satter en dat ene kopje koffie bevinden zich constant in een geur van heiligheid. Juffrouw Satter gemist? Dag naar de maan.

Wie des middags bezoek ontvangt en dat ‘ter bevoegder plaatse’ gemeld heeft, krijgt de sleutel van de kantine om daar zelf een potje thee te gaan zetten. Zodoende komt er bij Malmberg uitsluitend in de middag bezoek. De theeboel moet je daarna zelf afwassen en weer precies op de daartoe aangegeven plaats terugzetten. Onnodig te zeggen dat het in 1962 een wel heel select gezelschap is dat bezoek kan organiseren. – Na verloop van tijd heeft ‘meneer Hagers’ me gelukkig steeds vaker nodig bij zijn theebezoek. Ik negeer de jaloerse blikken van collega’s.

Bij een nieuw kantoorgebouw hoort natuurlijk een boekje met huisregels. Doel: het gebouw (en de mensen!) onberispelijk conserveren. De bureaus moeten ’s avonds volkomen leeg zijn, machines elk onder hun eigen hoes, een colbertjasje mag niet om stoel of knaapje gehangen worden, het zogenaamde kettingroken dient vermeden te worden, en voor een passend bloemetje op de bureaus is een commissie aan het werk. De stropdas is uiteraard verplicht, dames dragen geen broeken, tutoyeren laat nog jaren op zich wachten. Een ‘toeter’ geeft begin en einde van de werktijd aan.
Nee, een dolle boel kun je het ‘op de uitgeverij’ niet noemen.

Mijn eerste werkdag breng ik in m’n eentje door in de gloednieuwe toonzaal, waarvan ik de opdringerig deftige vloerbedekking nog steeds kan ruiken. Op mijn ‘eigen’ afdeling, de bureauredactie, is nog geen plaats omdat mijn ‘voorganger’ nog niet is opgehoepeld. Het wordt een taailange dag omdat de toonzaal nog terra incognita is, en ook omdat juffrouw Satter niet weet dat ik daar zit.
Naast het werk dat ik moet doen – handgeschreven zetlijsten maken van inschriften in technische tekeningen – krijg ik in de toonzaal wel een aardige indruk van wat ‘we’ zoal uitgeven: streng-grijze boeken met dito plaatjes. Toch ga ik daar nog trots op worden hoor.

Na de toeter van 18.00 uur fiets ik leeg en enigszins gedesoriënteerd de vrijheid van mijn studieavond tegemoet. Maar thuis word ik begroet alsof ik een heldendaad verricht heb. En we eten bruine bonen met hardgebakken spek en sla, m’n lievelingseten.

De methode-Paardekooper
‘Al is dat voor de meesten van u nog ver weg, we doen hier alles in het licht van het examen. Alle beoordelingen zijn dan ook meteen op tentamenniveau, u kunt u voor het staatsexamen opgeven zodra u alles voldoende hebt. 2 jaar voor MO-A, 3 jaar voor MO-B: dat moet kunnen als u er serieus werk van maakt. Zeg voor die 5 jaren alle sociale contacten met tante Mien af, en bereid de rest van uw familie en vrienden erop voor dat u nooit tijd hebt, ’s avonds niet, in het weekend niet.’

Aan het woord is dr. Piet Paardekooper, taalkundige van het progressieve soort, structuralist dus, en omstreden bij zijn collega’s. Doe je examen bij zo’n collega van hem, dan is het noodzakelijk om te vermelden dat je ‘van de methode-Paardekooper’ bent, anders worden je schrijfsels en antwoorden mogelijk verkeerd geïnterpreteerd.

Kleine ABN-syntaxis voor het  middelbaar onderwijs
Kleine ABN-syntaxis voor het middelbaar onderwijs

De methode-Paardekooper staat in de Inleiding tot de ABN-syntaksis, in de Beknopte ABN-syntaksis, in afgeleide schoolboeken (Kleine ABN-syntaxis), en in reeksen ‘voorstudies’. Taal- en redekundige ontleding worden uitsluitend geïntegreerd toegepast en vinden in ‘niveaus onder elkaar’ plaats. Zinnen moeten altijd ‘in hun geheel zichtbaar’ blijven, en worden daarom liefst op rollen behangpapier (achterzijde) ontleed.

Concreet wordt de ontleding uitgevoerd met een uitgebreid systeem van tekentjes: lijntjes, driehoekjes, v-tjes, pijlpunten, stippels, dubbele v-tjes, kapitale sigma’s in twee leesrichtingen, enzoveelverder. Het systeem is gemakkelijk aan te leren, mits je voldoende traint met het Oefenboek bij de kleine ABN-syntaxis (met zinnen als: ‘Meidje, moet je met je maatje mee?’ / ‘Hij zei dat dat dat dat dat kind met een hoofdletter schreef, fout was.’ – Inderdaad, 5 x ‘dat’.)

Alle uitgaven van P.C. Paardekooper worden uitgebracht door de onderwijsuitgeverij waar ik zojuist in dienst getreden ben. Een tweesnijdend zwaard: de uitgaven kan ik met fikse korting bij Jan Bouwman van de afdeling Verkoop aanschaffen, Paardekooper wil mij graag te vriend houden ook al blijft hij onvoorstelbaar streng. Van alle eerstejaars geeft hij met kerstmis ongeveer de helft het advies om ermee te kappen. Ik mag door.

Een van de 4 delen 'Knuvelder' (Nederlandse letterkunde)
Een van de 4 delen ‘Knuvelder’ (Nederlandse letterkunde)

En daar ben ik blij om, ook al slokt de studie praktisch al mijn niet-werktijd op. Want behalve taalkunde heb ik ook nog letterkunde (J. Staring en een eerste lijst van 125 te lezen boekwerken), didactiek (op naar de Akte Q o.l.v. F. Peters), en algemene versleer/stijlleer (onbegrijpelijke uren met P. Poulssen). – Geen wonder dat ik me na vier van zulke beulsjaren gesloopt voel. Waarover later meer.

Cuba-crisis, oktober 1962
Cuba-crisis, oktober 1962

Leven en Liefde
Zoals het ook geen wonder is dat er naast baan en studie weinig tijd voor ‘de wereld’ en ‘het meisje’ resteert. Neem bijvoorbeeld de Cuba-crisis. Waar ben ik op het spannendste moment, op zaterdag 28 oktober, als de schepen met Russische raketten in volle vaart op Cuba afstomen? Op college in Tilburg natuurlijk, waar we tussen de middag bij een radiootje samengroepen om te horen of de derde wereldoorlog uit gaat breken.

Simon Vestdijk - Ierse nachten
Simon Vestdijk – Ierse nachten

Ga ik op zondagavond naar mijn meisje, dan zit ik in de bus diep te fronsen boven de gedichten van Hooft, of te genieten van ‘Merlyn’, het nieuwe literaire blad dat een steen in de vijver is.
– ‘Kun je me nog een boek aanbevelen?’ vraagt ze me later die avond. Maar daar komen Hooft of Merlyn niet voor in aanmerking.
– ‘Nou, begin ’s met Ierse nachten, van Vestdijk. Zul je vast intrigerend en spannend vinden,’ denk ik. Waarna dat muisje nog een staart zal krijgen, maar dat is voor later.

Om m’n gebrek aan beschikbaarheid van toen een heel klein beetje te compenseren, bied ik m’n liefde hierbij ‘Love, love me do’ van de Beatles aan, hun allereerste single die op 5 oktober 1962 uitgebracht wordt. De tekst is geen groots gedicht, maar slaat in 1962 wel aan.
Voor het grootse gedicht blijf ik bij P.C. Hooft (1581-1647), bij het sonnet ‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief…’ (1610). Het staat hier onder de ‘lyric’ van de Beatles.

SONNET

Mijn lief, mijn lief, mijn lief; soo sprack mijn lief mij toe,
Dewijl mijn lippen op haer lieve lipjes weiden.
De woordtjes alle drie wel claer en wel bescheiden
Vloeiden mijn ooren in, en roerden (‘ck weet niet hoe)
Al mijn gedachten om staech maelend nemmer moe;
Die ’t oor mistrouwden en de woordtjes wederleiden.
Dies jck mijn vrouwe bad mij claerder te verbreiden
Haer onverwachte reên; en sij verhaelde het doe.
O rijckdoom van mijn hart dat over liep van vreuchden!
Bedoven viel mijn siel in haer vol hart van deuchden.
Maer doe de morgenstar nam voor den dach haer wijck,
Is, met de claere son, de waerheit droef verresen.
Hemelsche Goôn, hoe comt de Schijn soo naer aen ’t Wesen,
Het leven droom, en droom het leven soo gelijck?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *