1983 – ‘Alsof het nooit meer lente zou worden / zoveel blad is gevallen’

De autobiografie van Luis Buñuel
De autobiografie van Luis Buñuel

In de uitverkoop kocht ik ooit voor 2,50 gulden het boek ‘Mijn laatste snik’ (Meulenhoff, 1982), ‘Discrete herinneringen’ van de Spaanse cineast Luis Buñuel (1900-1983) – wie kent hem niet?
Kijk anders meteen even naar de slotparagraaf van deze Balthasarsblog. (Of toch maar niet, omdat u in dat geval onmiddellijk naar de boekhandel rent om het voorlaatste exemplaar van die geweldige autobiografie uit de rekken te rukken. Waarna u geen tijd meer hebt om deze 1983-aflevering te hernemen…, wat misschien toch ook wel weer jammer is.)

Einde van een tijdperk
‘Mijn laatste snik’ betreft helaas ook de toestand van het MEVJ-project in 1983: het jaar van de teloorgang van Malmbergs Voortreffelijke Educatieve Jeugdbladen, toen de totale oplage van 325.000 exemplaren per week kelderde naar een schamele 175.000. Waardoor wij met 11 van de 12 redacteuren, en met 80% van de bladen, in het barre economische tij ten onder gingen. Uitgeverij Malmberg was door tegenvallende verkopen en inadequate marketingacties in zwaar weer terecht gekomen, en zocht nu met hoofdman (een dolende directeur) en macht (het grote geld van VNU) naar een stok (ontslag) om de eigenwijze hond (redactie jeugdbladen) te slaan.

Het moment vóór de generaalsbeslissing...
Het moment vóór de generaalsbeslissing…

Ons gewaagde redactionele plan om het project via alternatieve en onorthodoxe (promotie)-kanalen van de ondergang te redden, werd zonder blikken of blozen van tafel geveegd omdat daarin geen gedwongen ontslagen of verkleutering van de inhoud voorzien waren. In de woorden van de directeur (de dolende): ‘De argumenten van de redactie zijn in de divisie- beraadslagingen meegenomen, maar ze hebben het helaas niet gered. Daarom heb ik de generaalsbeslissing (sic!) genomen om het project in zijn huidige opzet en omvang stop te zetten.’

En omdat wij het gewaagd hadden om een prominent deel van onze externe medewerkers te mobiliseren voor het reddingsplan, dreigde bovendien ‘ontslag op staande voet’. Juridisch gezien bestaan er immers geen ‘onze externe medewerkers’, externe medewerkers zijn namelijk uitsluitend en alleen ‘van het bedrijf’ en zeer zeker niet van ‘een stelletje redacteuren op non-actief’. – Of dat begrepen was!? Snik. En snif. En einde verhaal. De laatste snik.

Een zogenaamd restproject o.l.v. een paar huurlingen werd de markt ingejaagd onder de slogan: ‘De vlag uit voor de nieuwe jeugdbladen.’ De professionele jeugdpers sabelde de in omvang gehalveerde, traditionele en schijterig-brave blaadjes neer onder de conclusie: ‘De vlag uit voor de nieuwe jeugdbladen van Malmberg? Wij krijgen hem niet verder dan halfstok.’

Oorverdovend stille reactie van de collega's uit het bedrijf
Oorverdovend stille reactie van de collega’s uit het bedrijf

Eind 1983 was de stemming in het bedrijf dusdanig verziekt dat een fatsoenlijk afscheid er voor ons niet in zat. Na 22 jaar voor het bedrijf ‘gezorgd, gewaakt, geslaafd / geploegd, gezwoegd en gezweet’ te hebben, wist ik met moeite via P&O een ingezonden briefje op het prikbord geplaatst te krijgen waarin ik een aantal ‘vrienden van voorheen’ ten afscheid groette. Maar ook die lieten mij en ons barsten in taal noch teken. Ook na 32 jaar (1983-2015) smaakt deze pil nog steeds bitter.

Onze honderden externe medewerkers zonden wij een laatste groet in dankbaarheid onder het toepasselijke motto van een haikoe van een van hen:

Alsof het nooit meer lente zou worden
zoveel blad is gevallen.

Maar gelukkig zijn de natuur en de mens tegen een (stevig) stootje bestand gebleken: alle redacteuren (op 1 na, helaas) zijn nog heel goed terecht gekomen, zo blijkt bij elke nieuwe reünie. Het kan ook het gevolg zijn van de klavertjes-vier die mijn alderliefste aan de voltallige redactie uitdeelde tijdens het galgen-etentje in ‘Het Uileke’. Ja, dat zal het zijn.

Ondertussen in het gewone leven…

Philadelphia, the movie
Philadelphia, the movie

Voordat we – zoals beloofd – uitkomen bij leven en dood van Luis Buñuel, vraag ik uw aandacht voor de eerste aids-doden in Nederland, in 1983 ten onder gegaan aan die onbeschrijflijk verterende infectieziekte waar nog geen enkel kruid tegen gewassen leek. Ook in onze wijdere kennissenkring vielen doden, jonge mensen, beloftes voor de toekomst die in hun tegendeel verkeerden. En die door een deel van de maatschappij werden uitgekotst en gemeden als de pest: ‘Je kunt al aids krijgen als je een zieke een hand geeft.’ – Kortom, wil je alles over dit maatschappelijke fenomeen van toen nog eens de revue laten passeren, kijk dan naar de film Philadelphia met Tom Hanks en Denzel Washington, en met dat geweldige nummer Streets of Philadelphia van Bruce Springsteen. – Ter nagedachtenis.

Pieterpad, 32 jaar jong inmiddels
Pieterpad, 32 jaar jong inmiddels

Wat ook in 1983 gememoreerd moet worden, is de publicatie van de twee boekdelen Pieterpad, een LAW (langeafstandswandelpad) van Pieterburen in Groningen naar de St.-Pietersberg bij Maastricht, 492 wandelkilometers voor starters, doorzetters en stukjeslopers. Volg de wit-rode streepjes door heel oostelijk Nederland, rust vooral goed uit in Laren/Vorden (Gld.) op de grens tussen deel 1 en deel 2, en je hoeft nooit meer over Santiago de Compostella na te denken – wel zo goed voor je ecologische voetafdruk en je mapje met diploma’s.

Een muzikale topper van 1983 betreft de popgroep Doe Maar, die in dit jaar op z’n beroemdst is. In 1984 is het over, dus geniet nu nog maar even van Henny Vrienten and friends in het nummer Nederwiet. Eerst wilde ik ook nog de complete liedttekst in deze blog opnemen, maar dat is een gebed zonder end en vooral interessant voor mensen die de toegestane 5 planten op hun eigen balkon willen kweken. Bovendien wordt in bijgaand YouTube-filmpje de tekst zo helder en duidelijk gepresenteerd dat meezingen (en dus memoriseren) een fluitje van een cent is. Meeblowen heb ik zelf overigens nooit gedaan, meezingen zeer zeker wel. In die zin is het nummer echt een aanrader.

Buñuel’s Discrete herinneringen

Luis Bunuel (1900-1983)
Luis Bunuel (1900-1983)

Luis Buñuel (1900-1983), wie kent hem niet? – Hij belichaamt in z’n eentje de surrealistische film uit het midden van de vorige eeuw. Zijn debuut, Un chien Andalou, toen nog in samenwerking met die andere surrealist Salvador Dali, was meteen een bom in filmofiel Europa. Het is een aaneenschakeling van surrealistische beelden zonder structuur, en ongekend gewelddadig: de film begint met het doormidden snijden van een oog met een scheermes. – Ga d’r maar aanstaan, als brave filmkijker van 1929.

Buñuel maakte meer dan 30 films: experimentele, psychologische, en sociaal geëngageerde. Want links-socialistisch dat was ie, en dat zul je weten ook. Al zijn films riepen emotionele reacties op omdat hij met zijn droom- en fantasiebeelden de godsdienst en de burgerlijke moraal van zijn tijd aanklaagde: ‘geboden, gewoontes en instituties als de kerk belemmeren immers de vrijheid van de mens’. De film Viridiana (1961) mocht in Nederland een jaar lang niet vertoond worden.

In het boek Mijn laatste snik biedt Buñuel een onthutsend inkijkje in de duizelingwekkende ontwikkelingen van het geestesleven in de twintigste eeuw. Hij stond naar eigen idee midden in de politieke realiteit, en had bijvoorbeeld een actieve rol in de Spaanse Burgeroorlog. Tegelijk is het boek het zelfportret van een kunstenaar die er flink op los geleefd heeft, en die niets wenst terug te nemen van zijn woorden en daden.
In het slothoofdstuk zie je een oude eenzame man die politiek verafschuwt en die vooral droomt. Als laatste grap wil hij al zijn vrienden rond zijn sterfbed verzamelen, waarna een priester hem zijn zonden mag vergeven. Dan zal hij zich omdraaien en sterven. – Het is bij dit gedachtenexperiment gebleven.

Frederico García Lorca (1898-1936)
Frederico García Lorca (1898-1936)

Op bladzij 70/71 van het boek citeert Buñuel een gedicht van de grote Spaanse dichter Frederico García Lorca (1898-1936). Frederico schreef het in 1924 voor Luis, ‘achterop een foto van ons tweeën, omstreeks drie uur in de morgen, in minder dan drie minuten, en toen we alle twee dronken waren’. Het is een onvervalste ode aan de vriendschap tussen twee heel grote Spaanse kunstenaars . – De Nederlandse vertaling is van Jeanne Holierhoek.

LA PRIMERA VERBENA QUE DIOS ENVÍA

De eerste van God gezonden kermis
is die van San Antonio de la Florida
Luis: in de betovering van de vroege morgen
zingt mijn vriendschap, altijd in bloei
de grote maan schittert en rolt voort
door de hoge kalme wolken
mijn hart schittert en rolt voort
in de groengele nacht
Luis, mijn innige vriendschap wordt vervlochten met de wind
Het kind speelt op de kleine piano
droevig, zonder glimlach
onder de papieren bogen
druk ik je vriendenhand

Een gedachte over “1983 – ‘Alsof het nooit meer lente zou worden / zoveel blad is gevallen’”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *