1990 – Met uitzicht op Het Bossche Broek

Het Bossche Broek heet in Den Bosch: De Bossche Broek
Sint-Jan en koeien: de goddelijke combinatie van Het Bossche Broek

Er gebeurt dit jaar zoveel en zoveel heftigs in de grotemensenwereld, dat er nauwelijks ruimte over lijkt voor onze eigen Balthasar-besognes. Zo’n gevoel van wanverhouding is natuurlijk typisch iets voor ‘achteraf’, want op het moment zelf blijk je toch vooral pragmatisch met gewijzigde omstandigheden om te gaan (‘Wát, is president Bush vannacht dus toch de Golfoorlog tegen Saddam Hoessein in Koeweit begonnen, tja, maar ik moet nu echt naar m’n werk hoor.’)

Het wereldtoneel zit – al naar gelang, glimmend of grommend, maar telkens opnieuw – ingeklemd tussen je privé-omstandigheden, lees dit jaar maar even mee. Want wereldbrand of niet: 1990 is toch vooral het jaar van onze verhuizing naar de Parklaan, met nieuwe inzichten en uitzichten aan de historische stadswallen.

OPKNAPPER

'Je moet er even doorheen kijken.'
‘Je moet er even doorheen kijken.’

Tijdens onze wandelingen ‘door de buurt’ letten wij graag op te koop staande huizen, een nieuwe woning koop je immers praktisch altijd ‘om de hoek’, en bij ons is dat niet anders. Zo zien we eind april van dit jaar een ruwhouten kruis van zo’n anderhalve meter hoog in de totaal verwilderde voortuin van een pand aan de Parklaan staan. Daarop is met zwarte viltstift geschreven: Te koop, tel. 073-1234567.

Het huis staat kennelijk al enige tijd leeg, dus we trekken de brutale schoenen aan en loeren door alle ramen, ook in de achtertuin waar de keuken en een souterrain zijn. Het ziet er allemaal sterk verwaarloosd uit, maar als je daar doorheen kijkt (wat mijn alderliefste als geen ander kan), dan lijkt het toch een heel interessant geval, strak van bouw, de helft van een grauw- en groenwit uitgeslagen kubus – alsof Gerrit Rietveld zelf er weliswaar aarzelend, maar tenslotte dan tóch zijn zegen aan heeft willen geven.

Met hulp van een goeie makelaar, veel hoofdbrekens en een ‘onwillige’ markt voor deze vergane glorie, kopen we het huis voor net 2 ton (in guldens!) van handelaar Duif, die allang blij is dat ie met deze snelle verkoop de overdrachtsbelasting van 6% in z’n huisjesmelkerszak kan steken.

Half mei wijden we onze opknapper op passende wijze in met een familierepetitie van ‘Het koor van de twintigste juni’. De uitvoering van onze feestliederencyclus staat gepland voor 20 juni, de dag van de Gouden Bruiloft* van M’s ouders. Gelukkig is het nog geen generale  want deze avondrepetitie in een kil-leeg huis gaat veel te goed, en onze nieuwe buren geven geen krimp! – (Nee, die serveren pas op zondagochtend als tegenzet een solemnele uitvoering van de Mestreechter Staar. / Volume 12. / Élke zondagochtend. / 10 uur sharp. / Heerlijk!)

* N.B. Over dit ‘laatste grote feest’ meer in het komende  Intermezzo 7.

HUIZE  EUROPA

Michail Gorbatsjov, de man van glasnost en perestroika. En die van het einde van de Sovjet-Unie
Michail Gorbatsjov, de man van glasnost en perestroika. Maar ook de man die de Sovjet-Unie ten grave draagt.

Terwijl wij tijdens de renovatie-activiteiten, en geholpen door het prachtige zomerweer, onze huishouding zoveel mogelijk in de tuin voeren, gaat de politieke restauratie van Oost- en West-Duitsland na de val van de Muur onverdroten voort. Bondskanselier Kohl krijgt het nationaal en internationaal voor elkaar dat de twee Duitslanden verenigd zullen worden tot één grote Bonds-republiek, met het ongedeelde Berlijn als nieuwe (want vroegere!) hoofdstad.

Het communisme in het oosten is in één klap van de kaart geveegd, de leiders zijn zonder veel pardon uit hun functies gezet, en de baas van de Sovjet-Unie, Michail Gorbatsjov, vindt het allemaal best: die heeft in eigen huis al genoeg te stellen. Want de Sovjet-Unie valt nu in rap tempo uit elkaar.

Russen en Amerikanen bereiken overeenstemming over een drastische vermindering van de kernwapens, Navo en Warschaupact verklaren de Koude Oorlog voor beëindigd, in diverse satellietlanden steken voorzichtige democratiseringstendensen de kop op.

In heel Europa heerst de euforie van een nieuwe tijd, ook al drijven er verdacht venijnige wolkjes op de achtergrond mee: Gorbatsjov ontvangt de Nobelprijs voor de Vrede krap één jaar voordat ie door de rijzende ster van Boris Jeltsin van z’n troon gestoten wordt. Eind december 1990 houdt de Sovjet-Unie de jure zelfs op te bestaan. Het Westen is in juichstemming, al zijn er natuurlijk zwartkijkers. – Het zijn kortom tijden om televisie te kijken, elke avond.

PRONKJUWEEL AAN DE PARKLAAN

A room with a view
A room with a view

Het (laten) opknappen van ons nieuwe bezit kost binnen en buiten gruwelijk veel geld, maar daarna hebben we dan ook wat: een halve parel van een pand, aan de Parklaan! O, hadden mijn ouders dit nog mogen meemaken: van de Westwal (in hun ogen een schande, want ver beneden onze stand) naar de allermooiste locatie van de stad (want ver boven onze stand). – Maar wel nog steeds zonder auto, dat ook ja.

Als we het herboren huis voor familie en vrienden openstellen, is er naast bewondering ook goedmoedige kritiek en jaloezie: ‘Ik ben maar via de leveranciersingang naar binnen gekomen.’ / ‘Ben je intussen stiekem ergens directeur geworden?’ / ‘Is dat niet érg link, zo pal naast die pief van de gevangenis hiernaast?’ / ‘En dan al dat verkeer rond het Heetmanplein…’

Het mooiste verhaal tijdens de opening komt van m’n oude baas bij Malmberg, PH, die het pand nog van vroeger kent. Het blok van twee-onder-een-dak is in 1961 gebouwd als dienstwoningen voor de directeur resp. onderdirecteur van Het Bossche Huis van Bewaring. De architect was met ‘Domeinen’ (destijds de rijkseigenaar van de panden) overeengekomen dat het huis in een lichtroze tint geschilderd zou worden, want ‘de nieuwe tijd, net wat u zegt’. Het verfwerk was nog niet droog of de Bossche volksmond had voor ons huis aan het Bossche Broek (‘de Bossche Broek’ zeggen ze in Den Bosch) al een passende naam bij de hand, nl. De Bossche Onderbroek. – Voorwaar een mooie erfenis die ons met de aankoop van dit huis in de schoot gevallen is.

FREE NELSON MANDELA!

Nelson Mandela and his wife Winnie, walking hand in hand. 11 February 1990
Nelson Mandela and his wife Winnie, walking hand in hand. 11 February 1990.

1990 is natuurlijk ook het jaar van Nelson Mandela, de Zuid-Afrikaanse ANC-leider die na 27 jaar gevangenschap, en ’n paar grote politieke omwentelingen later, vrijgelaten wordt. Ik zie ons nog gekluisterd aan de televisie zitten kijken hoe hij hand in hand met zijn vrouw Winnie de Polsmoor-gevangenis verlaat. Wat zeg ik: de hele wereld verkeert in opperste staat van opgewondenheid. Nu zullen we ‘s gaan meemaken hoe het verderfelijke systeem van Apartheid in zijn tegendeel zal verkeren, dus hoe de zwart/wit-rollen daar volledig omgedraaid zullen worden.

Maar dat pakt, Groot Is De Man, totaal anders uit: o.l.v. Nelson Mandela zegeviert het begrip ‘verzoening’ – wat leidt tot het wonder van de politieke en menselijke verdraagzaamheid ‘zodat onze mensen nu met elkaar verder kunnen’. – Het is dat John Lennon er in het verleden al eens mee aan de haal gegaan is, anders zou ik het graag zo formuleren: Mandela werd hierdoor in de hele wereld beroemder en geliefder dan Jezus Christus, en dat zou nog wel eens terecht kunnen zijn ook.

‘SKREEU VAN VRYHEID’

Ingrid Jonker (1933-1965)
Ingrid Jonker (1933-1965)

Tijdens zijn installatie tot president van Zuid-Afrika (1994) citeerde Nelson Mandela met instemming (de Engelse vertaling van) onderstaand gedicht van de blanke Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965). Zij schreef het in 1960 naar aanleiding van ‘Sharpeville’, een massale demonstratie van de Zuid-Afrikaanse zwarte bevolking tegen de rassenwetten van Verwoerd. Het liep uit op rellen, met 69 doden en 200 gewonden als gevolg. De meeste slachtoffers bleken later in de rug geschoten te zijn. Het ANC, de club van Mandela, werd hierna in de ban gedaan. Mandela verdween kort daarop als politieke gevangene naar Robbeneiland. – Iemand die nooit opgaf, al moest het 27 jaar duren!

DIE KIND WAT DOOD GESKIET IS DEUR SOLDATE BY NYANGA

Na de betoging in Sharpeville, 1960...
Na de betoging in Sharpeville, 1960…

Die kind is nie dood nie
die kind lig sy vuiste teen sy moeder
wat Afrika skreeu    skreeu die geur
van vryheid en heide
in die lokasies van die omsingelde hart 

Die kind lig sy vuiste teen sy vader
in die optog van die generasies
wat Afrika skreeu    skreeu die geur
van geregtigheid en bloed
in die strate van sy gewapende trots

 Die kind is nie dood nie
nòg by Langa nòg by Nyanga
nòg by Orlando nòg by Sharpville
nòg by die polisiestasie in Philippi
waar hy lê met ’n koeël deur sy kop

Die kind is die skaduwee van die soldate
op wag met gewere sarasene en knuppels
die kind is teenwoordig by alle vergaderings en wetgewings
die kind loer deur die vensters van huise en in die harte
van moeders
die kind wat net wou speel in die son by Nyanga is orals
die kind wat ’n man geword het trek deur die ganse Afrika
die kind wat ’n reus geword het reis deur die hele wêreld

Sonder ’n pas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *