1993 – De zondag van drieënnegentig

Van oudsher stonden mijn zondagen tot ín de jaren zestig in het teken van de geloofsuitoefening: hoogmis en lof zingen in het koor van de Sint Jan. En daartussenin een landerige middag met pakken huiswerk voor de onaantrekkelijkste dag van de week, de maandag, die koppige startdag.

En dan ook nog en onvermijdelijk die constant paffende kaarters over de vloer, die – met dank aan dokter Meinsma – overigens pas in de jaren tachtig een serieus probleem begonnen te worden. – Halverwege de jaren zeventig vatte ik de zondagen van ‘toen’ (zeg maar de jaren vijftig) in het volgende gedicht samen:

Turdus viscivorus
Turdus viscivorus

ZONDAGMIDDAG TOEN

[ The quick brown fox jumps over the lazy dog. – 10 x ]

ik hoor wel vogels geen vogels zingen
mussen merels mannetjes nou ja
gebrek aan creativiteit of zin erin
leeslustwalging vette soep en stoofperen
slenteren langs lege gezichten
achter open gesloten gordijntjes

stof op mijn nieuwe schoenen
dat is knellend zondagsleer / knellende zondagsleer
de anderen komen van het stadion en
denken met zin in tegenzin aan de
dag maandag/wasdag
zon of wolken maken niet uit
sombere gedachten
met geen film te verdrijven

zelfs het kaartspel mijn god
praat er niet over
die schoonfamilie
heeft wel schone schoenen
en afgrijslijk goede zin in alles
waar ik ziek van naar bed
ga
pen

en dan vergat ik nog
de toestand in de wereld
en
even afrekenen
met de dag des heren

Heerlijk het bos in op de zondagochtend
Heerlijk het bos in op de zondagochtend

Kentering
Midden jaren zestig begon dit allemaal te veranderen. Allereerst viel ik stukje bij beetje van m’n geloof, net als zovelen van m’n leeftijdgenoten. Bovendien wilden mijn alderliefste en ik onze opgroeiende kinderen, juist op de zondagen, alle tijd en aandacht geven. En tegelijk begonnen er overal interessante alternatieven voor het overleefde kerkbezoek door te breken.

Sinds de bewustwordings-jaren zestig, zeventig en een stukje tachtig mocht de zondag met stip de interessantste dag van de week worden. En die ontwikkelingen gingen maar door, tot in de huidige jaren negentig aan toe. En nu moeten we alweer op gaan passen dat de kermis niet al te bont wordt. Hoe dan ook, ’n paar van die alternatieven waar wij de zondagen mee invullen, wil ik u in 1993 niet onthouden.

Samen naar de ontbijtfilm...
Samen naar de ontbijtfilm…

Ontbijtfilm in het Theater aan de parade
Een ideaal vriendencadeau is het: samen om 10 uur ontbijten in de grote foyer van het Casino, en aansluitend om 11 uur even doorlopen naar de filmzaal voor een spannende, literaire, maatschappijrelevante, vrolijke, maar altijd onderhoudende ‘grote’ film. Menig stelletje vrienden, kennissen en familieleden hebben wij in de loop van de jaren meegetroond naar een verrassende zondagochtendinvulling.

Alleen dat begin al: er bestaat waarlijk geen tintelender dagopening dan in de vroege zondagochtendzon langs het Bossche Broek of door een van stilte trillende binnenstad richting Casino te lopen, met in je hoofd al die hele appetijtelijke ochtend samen met je gasten. Eerst die warme broodjes en verse jus d’orange, en daarna Bunuel zien, A space Odysse 2001, Pulp fiction, The Postman allways rings twice, Jurassic Park, Los santos inocentes, The firm of wellicht opnieuw: Casablanca, Easy Rider of The King and I.

Heel ons ondermaatse filmverleden hebben wij er intussen bijgespijkerd, vriendschapsbanden aangehaald, en dodelijk ronkende hoogmissen en geëxalteerde lofzangen de vergetelheid in gedrukt. Het komt misschien wat simpeltjes over als je het ene zondagochtendritueel door het andere vervangt, maar geloof me: de bedenkers van de Wekelijkse Bossche Ontbijtfilm hebben de tijdgeest heel wat beter verstaan dan de inmiddels boord- en toog-loze slippendragers van ‘onze man in Rome’ met hun halfslachtige beatmissen en lekenpraatjes. Ik ben er in elk geval een iets beter, iets optimistischer en iets gelukkiger mens van geworden. – Geloof ik.

Zeegezicht van Anke Roder
Zeegezicht van Anke Roder

Galerie Jan van Hoof
Dat die van start ging in een vrijstaande villa aan de Vughterweg, met een solo-expositie van BvB, onze bloedeigen schoonzus uit Breda die momenteel wel heel succesvol met krijt aan het werk is – meldde de uitnodiging voor de feestelijke opening. We gingen erheen, en sindsdien blijven we maar gaan, naar Jan en zijn organisatiewonder Will. Toch zeker zo’n een keer per maand, op de zondagmiddag. De ontvangst is er altijd allerhartelijkst, en we steken er heel wat op, onze kunstkennis – affiniteit is wellicht een beter woord – gaat met sprongen vooruit.

Wim Biewenga leerden wij er inmiddels ook in persoon kennen, schilder/filosoof met de romantische touch, en o, die knalgele hoorn richting de maan. Elisabeth Koetsier, Anke Roder, Saskia Vermeesch, Sjoerd Buisman, Ton Claassen, Hjalmer Riemersma, Toon Laurense, Warffemius, Gerard Höweler – al die namen beginnen inhoud en appreciaties te worden, de meesten hebben wij ook lijfelijk ontmoet. Wij reizen intussen naar beurzen en exposities elders, kunstenaarsateliers en buitengaatse zomeropstellingen. Elke keer een feestje, elke keer weer wat nieuws te inhaleren, elke keer wat rijker naar huis. Bijna altijd wel reden om er een volgende maal een nieuwe gast of vriend mee naar toe te nemen.

Aankopen kwamen er inmiddels ook van: Zeegezicht van Anke Roder, Somber vaasje II van Elisabeth Koetsier, Het tafeltje van Wilma Pluim, Paardje van Couzijn van Leeuwen, Niemand weet van Birgitt van Bragt, A brand new pair of roller skates van Wim Biewenga. Veel werk bleef uiteraard onbereikbaar, kunst is duur. Maar zo af en toe op een zondagmiddag kunst gaan kijken in een galerie kost niks, sterker, je krijgt er nog koffie en een glas wijn toe! Bovenal: je maakt er nieuwe vrienden, je wordt er een rijker en beetje blijer mens van. – Ook dit geloof ik.

Een beetje huiswerk hoort er nog steeds bij
Een beetje huiswerk hoort er nog steeds bij

Werkvoorbereiding
Ja, ook dat is er bij gekomen, zondags tussen 19.00 en 20.00 uur, ’n stevig hortje werken. Wil ik het werkoverleg op de vroege maandagochtend goed kunnen leiden, dan moet ik de toestand van alle onderhanden projecten wel kunnen dromen. In feite zetten we in dat werkoverleg voor alle disciplines de lijnen voor de hele werkweek uit, na controle op de resultaten van de voorgaande week natuurlijk. Het kan er pittig aan toe gaan in de projectgroep, en ik wil alle touwtjes strak in handen houden op grond van ieders eigen inbreng. Dat je als voorzitter dan het goede voorbeeld geeft, spreekt vanzelf. Nog effe doorbuffelen dus.

Ja, de zondag bepaalt de maandag, de maandag bepaalt de week. En hopelijk is er morgen niemand ziek. Wie hebben we nog als reserves achter de hand? Kunnen we auteur A. niet een steviger handje helpen? Waarom moet uitgever S. net deze week met vakantie gaan? Zou ik niet zelf deze week de studiewijzer voor M. schrijven? Kan W. in d’r eentje dat beeldplan wel aan? En vóór woensdag nog 3 editingmemo’s te gaan, aanpoten dus of dinsdag wat langer doorwerken. ’s Even zien, als we nou… Plingpling, plingpling. – ‘Ja, met F. hier. Zeg B., ik wil net in de week gaan zitten. Blijk ik morgen in O. te moeten zijn. Kun jij morgen mijn projectgroep overnemen, 12 uur? Stuur ik je vanavond nog een mailtje met de belangrijkste knelpunten. Fijn, alvast bedankt. Ik sta bij je in het krijt.’ – Hier geloof ik dan weer wat minder in.

Koot en Bie in Juinen
Koot en Bie in Juinen

Zondagavond, top-tv
Sinds in de vorige decade de VPRO de zondagavond toegewezen kreeg, is die avond van een suf en duf slot van het weekeinde getransformeerd tot het hoogtepunt van de tv-week. Voor het eerst van mijn leven kijk ik sindsdien uit naar de zondagavond, naar All in the family, naar Het gat van Nederland, naar Berlin Alexanderplatz, naar Heimat, naar Shoah, naar Macchiavelli, naar Koot en Bie. Zelfs op de onaantrekkelijke zomerzondag-tv-avonden hebben ze daar iets gevonden: Zomergasten, interviews van vier uur met één gast met zijn persoonlijke tv-fragmenten. Praise the Lord, had ik bijna geroepen, wat een kwaliteit, wat een creativiteit daar aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. Als ik journalist of vormgever had kunnen worden had ik daar willen werken! – Mensen, word lid van de VPRO, desnoods alleen maar tientjeslid, en lees in elk geval elke week de VPRO-gids, gouderen gidsen bestaan niet. En dat gáát maar door, gáát maar door…

Zondagmiddag nu
Het (mijn) plan was om deze Blog 1993 te besluiten met een tegenhanger van het begingedicht Zondagmiddag toen, de tegenhanger noemde ik in gedachten alvast Zondagmiddag nu, logisch niet? Ik begon te dichten over het zondagochtendgevoel dat ik in het stukje over de ontbijtfilm probeerde te verwoorden. Maar dat heb ik eigenlijk al gezegd, dacht ik nog. Maar… heb ik het wel goed genoeg gezegd, dacht ik ook. Zo goed als Jan Hanlo, in zijn gedicht over een ochtend in april? Ik herlas zijn gedicht ’s Morgens, en ik moest bekennen: Jan kan het een stuk beter dan ik.

Ik geef hem dus nu maar het woord, want uit zijn gedicht ’s Morgens (Verzamelde gedichten, 1958) peur ik met gemak het gelukzalige gevoel van een heerlijke stadswandeling door de Bossche zondagochtend, begin van een stralende dag, in scherp contrast met het zondagmiddaggevoel der jaren vijftig zoals ik dat  in 1973/4 op papier zette. Lees Hanlo hieronder even mee, en zie dat ik gelijk heb. Waarlijk.

’S MORGENS

Voor Mai

Het was half vijf ‘s morgens in April
Ik liep, en floot de St. Louis Blues
Maar ik floot die op mijn eigen wijze
Al fluitend dacht ik: mocht mijn fluiten
gelijken op de zang van de grote lijster
En waarlijk, na enige tijd geleek mijn
fluiten van de St. Louis Blues
op de zang van de grote lijster:
turdus viscivorus

 

Een gedachte over “1993 – De zondag van drieënnegentig”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *