1995 – De stem van het water

Zeker bij beschouwing achteraf kleeft aan een jaar soms onverbiddelijk het 1672-etiket: Rampjaar! Nationaal en internationaal is 1995 zo’n jaar. – Ik releveer een paar calamiteiten om mijn stelling te staven.

Srebrenica: genocide 1995
Srebrenica: genocide 1995

* De Bosnische enclave Srebrenica ‘valt’ en heeft de genocidale moord op 7500 moslim-mannen en -jongens tot gevolg. Het Kabinet Kok struikelt over het onvermogen van de Nederlandse blauwhelmen o.l.v. overste Karremans om deze Servische ramp te voorkomen.
* Tijdens een vredesdemonstratie in Tel Aviv wordt premier Yitzhak Rabin van Israël in koelen bloede door een orthodoxe jood vermoord. Daarmee komt een einde aan het broze vredesproces met de Palestijnen dat met de Oslo-akkoorden zo hoopvol begonnen was – en helaas nooit meer op de rails gekomen is.
* In de metro van Tokio menen enkele gekken van de sekte Aum Shinriky­o hun heilige gelijk te moeten afdwingen met behulp van het zenuwgas Sarin. Dertien doden en duizenden gewonden zijn het afgrijselijke gevolg van een potje ‘ernaast denken’ (paranoia) van deze ‘nieuwe religie’.
* Een van onze gezinsleden valt wat al te enthousiast uit de touwen tijdens een lesje PMT (psycho-motorische training), en breekt daarbij alle twee de voeten. De verstrekte medische bijstand is van dusdanig bedenkelijk niveau dat de voetproblemen ook na 21 jaar nog steeds existeren.

Het water komt!
Het water komt!

* Bij ernstige wateroverlast hartje winter 1995 moeten in het rivierengebied zo’n 250.000 mensen geëvacueerd worden, volgens sommigen is er sprake van een nieuwe watersnoodramp.

Allemaal onderwerpen die een volledige blog rechtvaardigen. Maar ik beperk me deze keer tot de wateroverlast in het stroomgebied van Maas, Waal en IJssel, en Het Bossche Broek bij ons voor de deur.

Watersnood in het Rivierengebied
In 1994 beleefde West-Europa een natte decembermaand. En in januari 1995 regent het gewoon maar door. Het peil van de rivieren stijgt snel en sterk door de toevloed aan regen- en smeltwater. – Ik schrijf een paar stukjes over uit mijn dagboek 1995.

Eindeloze rijen soldaten vullen zandzakken.
Zandzakken. Vullen. Allemaal! En doorgeven, doorgeven, doorgeven, doorgeven, doorgeven!

“Het is eind januari 1995, een herfstige werkdag met veel losse eindjes komt eindelijk tot bedaren. Met de stoptrein van 18.30 uur boemel ik uitgeteld vanaf station Houten via Geldermalsen en Zaltbommel naar huis in Den Bosch. Het is rustig in de trein, opvallend rustig. In Geldermalsen zijn er ook maar weinig in- en uitstappers, allemaal zeker heel vroeg begonnen vandaag, en dus vroeg naar huis? Een mens gist wat af.

Na vijfentwintig minuten naderen we station Zaltbommel. Maar de trein stopt niet, hij mindert niet eens vaart, en er klinkt ook geen ‘mededeling voor de reizigers in de richting van ‘s-Hertogenbosch’ door de intercom.  Bevreemd tuur ik door het raam naar het station. We denderen Zaltbommel voorbij. Er is nergens licht, geen mens te zien, louter donkere contouren tegen een iets lichtere avondlucht, Zaltbommel gelijkt een spookstad.

CdK Jan Terlouw: 'Aanvankelijk vreesde ik een enorme chaos.'
CdK Jan Terlouw: ‘Aanvankelijk vreesde ik een enorme chaos.’

Thuis verneem ik later dat iedereen daar weg is, geëvacueerd in opdracht van de Commissaris der Koningin Jan Terlouw, op de vlucht voor het extreem hoge water in de Waal. In het machtig grote rivierengebied van Maas, Waal en Rijn zijn de waterhoogterecords van 1993 en 1962 gesneuveld, dijken staan op doorbreken, Bommeler- en Tielerwaard zijn binnenzeeën geworden, Franse en Belgische regenzondvloeden stuwen hun watermassa’s naar het Nederlandse deltagebied. Maar mijn stoptrein boemelt intussen lustig voort ‘in eindeloze deining’, en arriveert 2 minuten voor tijd op station Den Bosch. Reizigers met bestemming Zaltbommel wordt via de omroepinstallatie aangeraden om een beter heenkomen te zoeken, Zaltbommel is voor onbepaalde tijd onbereikbaar.

Het journaal toont beelden van eindeloze rijen militairen die zandzakken vullen, bejaarden worden in veiligheid gedragen, huizen staan onder water, dijkwegen zijn afgesloten. Mensen vinden tijdelijk onderdak in het Autotron in Rosmalen en de Utrechtse Jaarbeurshallen; veel Gelders vee wordt gastvrij opgevangen in Brabantse stallen.

Ittteren/Borgharen op herhaling.
Ittteren/Borgharen op herhaling.

De eerste kritiek op Terlouw is inmiddels binnen, loopt het wel zo’n vaart allemaal? Maar Terlouw – koele rekenmeester van het wassende water – geeft geen krimp. Niemand weet hoeveel het water nog omhoog zal gaan. Interviewtjes geven mensen het woord die het meubilair naar zolder gedragen hebben of koeien in de ‘hoge’ kerk ondergebracht hebben. Politie patrouilleert in de ontruimde gebieden,  Nederland is gecontroleerd in rep en roer.

’s Avonds krijg ik een telefoontje van de cursusleiding dat de bijeenkomst over ‘Samenwerking in verscheidenheid’ de volgende dag niet doorgaat, het is onzeker of iedereen het conferentieoord in Gorinchem wel zal kunnen bereiken.

Het water stijgt nog verder: De Rijn bij Lobith + 16.68 m, De Waal bij Zaltbommel + 7,43 m; in Deventer wordt de IJsselkade afgesloten, in Kampen overstroomt de kade, bij Ochten is de situatie zeer kritiek. Bij Itteren en Borgharen staat het water inmiddels meer dan 45 m boven NAP. – Jan Terlouw zij geprezen, maar mijn werktrein… die blijft maar rijden.”

Kanoën op de A2
Intussen stroomt het Maaswater stiekem ook de Bossche Binnenstad in, kelders lopen onder, het afwateringssysteem van het Bossche Broek raakt in het ongerede,  de 4,90 m hoge kades langs de A2 gaan kopje onder.

Kanoën over de rijbaan: A2 1995
Kanoën over de rijbaan: de A2  in Den Bosch, 1995

“De aan Het Bossche Broek aanpalende autoweg A2 staat onder water, de betonnen noord/zuid-levensader van transporterend Nederland is niet meer. Wij zelf blijken inmiddels te wonen aan de Parklaan Aan Zee. – In het weekeinde komt het ramptoerisme goed op gang. Wij begeven ons via de buitenwijken naar de Zuiderplas, waar de A2 langs loopt. Ook burgemeester Don Burgers komt poolshoogte nemen. De stemming is een beetje jolig.

De eerste kanoërs hebben het nieuwe recreatiegebied ontdekt en peddelen vrolijk over de eindeloze extra watervlakte. Het hele Bossche Broek staat meters onder water. Er heerst in het halve land een opgewonden stemming over hoe dit af gaat lopen.

Vanuit mijn werktrein kijk ik dagenlang uit over Nederland Eindeloos Waterland, ik ervaar zowel de heen- als de thuis-reis als avontuurlijke tochten. Weergaloos mooi, ook dat!”

En later schrijf ik: “Vanaf 1 februari wordt het weer een stuk rustiger, het water begint te zakken. Minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken geeft de eerste evacués toestemming om naar huis te gaan, en ik ontvang een nieuw datum voor de uitgestelde cursus.

Er wordt een uitgebreide dijkeninspectie op touw gezet. Kortom, Nederland herrijst. Uit het water dit keer.  – En intussen heb ik geen werkdag gemist. Met dank aan de NS, dat mag ook wel eens gezegd worden.”

Nog in hetzelfde jaar 1995 ontstaat er een ‘Deltaplan Grote Rivieren’, de rivierdijken zullen verzwaard worden, de A2 komt ter hoogte van het Bossche Broek aan weerszijden tussen verhoogde kades te liggen. – Nog weer vijf jaar later komt de  discussie op gang over ‘ruimte voor de rivier’, maar dat is voor de toekomst.

Hendrik Marsman (1899-1940)
De dichter Hendrik Marsman (1899-1940)

De stem van Hendrik Marsman
Het is haast niet mogelijk om deze waterrijke blog anders te besluiten dan met een van de  beroemdste gedichten uit de Nederlandse geschiedenis: Herinnering aan Holland (1937) van de dichter Hendrik Marsman. Met de fantastische beginzinnen: ‘Denkend aan Holland / zie ik brede rivieren / traag door oneindig / laagland gaan’. – Ach, hoe mooi is dit begin, en hoe tragisch het slot. (Maar zo ver lezen mensen meestal niet door, helaas.)

HERINNERING AAN HOLLAND

Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groots verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *