1996 – Ein bisschen Leichtsinn kann nicht schaden

Even checken of ik wel ben wie ik ben.
Even checken of ik wel ben wie ik ben.

Natuurlijk, m’n hele leven al lees ik – net als bijna iedereen – boeken, kijk ik kunst, luister ik muziek, zie ik films, consumeer ik televisieprogramma’s. En vul ik m’n kasten en muren met wat ik zelf wil hebben of houden of kan betalen.

Tot ik op enig moment zo’n beetje om me heen verzameld heb waarvan mensen zeggen: ‘O, ben jij  zo?!’ Tijd voor bezinning, denk ik dan, regie houden, klopt het allemaal nog wel? – Vier betrekkelijk willekeurige voorbeelden uit 1996 om dat te checken.

Uit America
De Band uit America (L.)

Over Rowwen Hèze
Met frontman Jack Poels en de accordeonistische duivelskunstenaar William van Enckevort kan de Limburgse Band Rowwen Hèze sinds 1996 bij mij wel een potje breken. Ik viel in eerste instantie voor hun gevoelige dialectliedjes als De Peel in Brand, Alt wère mit dich, Dichter bij ow. In 1996 verscheen de cd ‘Zondag in ’t Zuiden’ met o.a. het nummer De neus omhoeg, die ik meteen aanschafte. Enkele jaren later maakte ik de definitieve klapper met de dubbel-cd ‘’t Beste van 2 werelden’ die bij mijn alderliefste en mij nog steeds favoriet is (Auto, vliegtuug, den trein, de boot / Wè is de wereld toch groot!).

Natuurlijk, Rowwen Hèze is vooral bekend als  feestband met nummers als Bestel mar, Henk is enne lollige vent en She stole my accordeon. En op Pinkpop was de band ook al een grandioos succes met een live-optreden op tv als gevolg. Maar nog steeds hoor ik sommige van hun ‘oudste’ nummers het liefst, zoals dat lied over de Peel dus. Oordeel even mee.

Het Bureau
Het Bureau

Over Het Bureau van J.J. Voskuil
Tussen 1996 en 2000 verscheen de 7-delige romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil, meer dan 5000 pagina’s  van het schitterendst opgemaakte dundrukpapier. De eerste twee delen, t.w. Meneer Beerta (780 p.) en Vuile handen (588 p.) verschenen in 1996. Ik kocht ze zeg maar op de dag van verschijnen, las ze diezelfde dag(en) nog uit, en kon niet wachten tot het volgende deel, pas in het jaar daarna!, zou verschijnen. Deze politiek (het onmogelijk uitgebreide manuscript over 7 delen en 5 jaar uitsmeren) heeft uitgever Van Oorschot te Amsterdam geen windeieren gelegd: bij het verschijnen van deel 7 in het jaar 2000 waren er al 300.000 Bureau-boeken verkocht. – Literair Nederland is na de romancyclus ‘Het Bureau’ niet meer hetzelfde als ervóór. Zeggen ook de kenners (criticus Arjan Peters bijvoorbeeld in ‘Nog even een ommetje – Beschouwingen over Het Bureau van J.J. Voskuil’).

Alle delen - Eén monument
Alle delen – Eén monument
J.J. Voskuil (1926-2008)
J.J. Voskuil (1926-2008)

Stel je voor:
* een man (Han Voskuil, in het boek heet hij Maarten Koning)
* gaat dertig jaar (van 1957-1987)
* met kwetsbare tegenzin
* naar zijn werk (op Het Meertens-Instituut voor Volkskunde in Amsterdam)
* en doet daar in duizenden pagina’s minutieus verslag van.
* Hoe is het mogelijk dat zo onnoemelijk veel lezers daarvan in de ban raken?
* Dat moet alles met zijn kraakheldere stijl te maken hebben (vergelijkbaar met ‘de klare lijn’ uit de stripwereld van Hergé en Joost Swarte), met de onovertroffen dialogen, de herkenbaarheid van menselijke kwetsbaarheid, en van dat kantoorleven alom.
* Ik in elk geval lustte er wel pap van; lust er wel pap van, bedoel ik, nog steeds. Neem bijvoorbeeld de huiselijke ruzies tussen Maarten en zijn vrouw Nicolien. Je hoeft het maar aangekondigd te zien in de eerste quote, en je roept je hele familie bij elkaar om hier samen van te genieten. Zo ongeveer.

Toen ikzelf afscheid nam van mijn werkzame leven in De Educatieve Uitgeverij (op 6 december 2000, kort na het verschijnen van ‘Het Bureau’, deel 7) deed ik dat met het voorlezen van een synopsis van ‘Het Kantoor’: 7 allesonthullende hoofdstukproefjes uit 40 jaar van mijn ervaringen en aanvaringen. – Er werd gesidderd en gebeefd door mijn gehoor, maar ze wisten natuurlijk wel dat ik geen Voskuil ben en (helaas) niet over zijn formidabele geheugen beschik. Dat was en is hun gelukkie.

Over de Comedian Harmonists
Eerst even een proeve van hun zangkunst:

In het werkloze Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog richtte de tenor Harry Frommerman een zanggroepje op dat in barbershop-stijl populaire traditionals ging bewerken en zingen, vijf mannelijke zangers en een pianist. Hun jazzy samenzang (met een glansrol voor de falsetstem) werkte vaak ironiserend, waardoor de uitvoering een bedoeld komisch effect kreeg. Hun optredens, en zeker ook hun ‘liedjes van weemoed en verlangen’,  raakten een gevoelige snaar bij het Duitse publiek, en zo werden de Comedian Harmonists ongekend populair.

Optreden deed de groep tussen 1927 en 1934. Toen werd hun muziek door de nazi’s als ‘entartet’ bestempeld en als Joodse kunst gezien, en dus verboden. De drie Joodse groepsleden vluchtten uit Duitsland, en zo vielen de Comedian Harmonists uit elkaar. – In de jaren zeventig beleefden de Comedian Harmonists, waarvan veel historische opnamen bewaard gebleven zijn, een revival. In Nederland met name gepromoot door een paar enthousiastelingen bij de VPRO. Uit die tijd stamt ook mijn interesse en bewondering voor de groep. Maar het duurde nog tot 1996 voor ik hun vrijwel complete repertoire aan kon schaffen in de vorm van drie cd’s, eenvoudig ‘Comedian Harmonists’ 1, 2 en 3 geheten, dik drie uur nostalgisch genieten, vaak met een brok in de keel.

De Comedian Harmonists in 1930
De Comedian Harmonists in 1930

Uit hun rijke repertoire reproduceerde ik hierboven het nummer Auf Wiedersehn, leb wohl. Maar op YouTube kun je zowat alles vinden, bijvoorbeeld: Ein bisschen Leichtsinn kann nicht schaden, Lebe wohl, gute Reise, In einem kühlen Grunde, Morgen muss ich fort von hier, Liebling mein Herz lässt dich grüssen, enzovoort, enzovoort.

In 1997 werd het verhaal van de Comedian Harmonists verfilmd door Joseph Vilsmaier, uiteraard met veel muziek en optredens erin. Zoals in de trailer hieronder.

Wislawa Szymborska (1923-2012)
Wislawa Szymborska (1923-2012)

Over Wislawa Szymborska
In 1996 ontving deze Poolse dichter de Nobelprijs voor literatuur. Zelden zo’n onomstreden prijswinnaar meegemaakt. Haar oeuvre is weliswaar betrekkelijk klein (zo’n 400 gedichten), maar wereldberoemd. Haar gedichten zijn in 40 talen vertaald, waaronder het Nederlands van Gerard Rasch. Die deelt wat mij betreft in haar roem.

Uitzicht met zandkorrel - Een keuze uit de gedichten
Uitzicht met zandkorrel – Een keuze uit de gedichten (1996)

Uitgeverij Meulenhoff bracht in het Nobelprijs-jaar 1996 ‘een keuze uit de gedichten van Wislawa Szymborska’ uit onder de titel Uitzicht met zandkorrel. Ik kocht dat boek en was meteen ook vérkocht. Later schafte ik successievelijk al het werk aan dat in het Nederlands verscheen, en lees dat nog geregeld. Sterker, Szymborska is een van m’n drie favoriete moderne dichters, naast Gezelle en Kouwenaar (en misschien nog Vroman, Vasalis en Hanlo).

Wislawa Szymborska verstaat de kunst om zich over het meest alledaagse te verwonderen, en daarin  nieuwe dingen te zien. Ze schrijft nuchter, altijd helder en met humor. Ook mensen die niet van gedichten (zeggen te) houden (zoals mijn bloedeigen dochter), houden wel van de gedichten van Wislawa Szymborska. Een veel groter compliment kun je volgens mij als dichter niet krijgen.

Eén voorbeeld is natuurlijk geen voorbeeld, toch moet u het ermee doen. Dat kan. Lees maar: ‘De mensen op de brug’, een prominent gedicht uit de gelijknamige bundel (1986).

DE MENSEN OP DE BRUG

Een vreemde planeet met vreemde mensen erop.
Hoewel onderworpen aan de tijd willen ze hem niet erkennen.
Ze hebben manieren om hun protest uit te drukken.
Ze maken schilderijtjes, bijvoorbeeld het volgende:

Een van de beroemde prenten van Hiroshige Utagawa
Een van de beroemde prenten van Hiroshige Utagawa (1797-1858)

Op het eerste gezicht niets bijzonders.
Er is water te zien.
Een van de oevers.
Een bootje dat moeizaam stroomopwaarts vaart.
Een brug over dat water en op die brug mensen.
Die mensen versnellen zichtbaar hun pas,
want uit een donkere wolk begint net
een striemende regen te vallen.

Het gaat er nu om dat er verder niets gebeurt.
De wolk verandert niet van kleur of vorm.
De regen wordt niet harder of zachter.
Het bootje vaart zonder te bewegen.
De mensen op de brug rennen steeds
exact daarheen waarheen ze net al renden.

Enig commentaar is hier beslist niet overbodig:
dit is geenszins een onschuldig tafereel.
De tijd is hier tot staan gebracht.
Zijn wetten worden niet langer gerespecteerd.
Hij is van zijn invloed op de gebeurtenissen beroofd.
Hij wordt genegeerd en beledigd.

Door toedoen van een rebel,
ene Hiroshige Utagawa
(een wezen wiens tijd overigens
al lang voorbij is, en terecht),
is de tijd gestruikeld en gevallen.
Misschien is het maar een streek zonder betekenis,
een exces dat net een paar melkwegen omvat,
laat ons echter voor alle zekerheid
het volgende toevoegen:

Het behoort hier tot de bon ton
dit schilderwerkje hooglijk te waarderen,
generaties lang ontroerd en enthousiast te blijven.

Er zijn lieden voor wie ook dat nog niet genoeg is.
Ze horen zelfs de regen ruisen,
voelen de koude van de druppels op schouders en nek,
ze kijken naar de brug, de mensen
alsof ze daar zichzelf zien,
in diezelfde ren die nooit is afgelopen,
over een eindeloze weg die eeuwig dient te worden afgelegd,
en in hun onbeschaamdheid geloven ze
dat het werkelijk zo is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *