1997 – Marieke, di lieke, da zing ik veur jou

Na het inspirerende maar vermoeiende tuinwerk open ik m’n laptop, ‘Een leven in jaartallen’, het is 1997, een onbeschreven blad staat voor, de accu heeft honger.

Ooievaarsbekken met verborgen muis
Ooievaarsbekken met ondergedoken muis,

Woensdag 22 juni 2016, 15.00 uur –  Ik kijk uit het raam op de zijtuin (in feite nog oprit, maar het kán altijd weer tuin worden om de hemelwaterafvoer een handje te helpen), een muis schuifelt onder de rand ooievaarsbekken door, trippelt naar het kelderraam, rent terug naar de geraniumfamilie, veroorzaakt een meter verderop een lichte deining in het zevenblad en laat me nog even triomfantelijk z’n wiegelend lange staart zien. Kamperfoelie, hop en rozen houden net als ik de adem in, waar blijft de muis, welke muis, was het wel een muis?

Onze heerlijk geurende kamperfoelie
terwijl de kamperfoelie geurt…

Langzaam keer ik terug naar het blanco 1997 en openbaart zich de consequentie van het jaar: in december overlijdt schoonmoeder Marie, en daarover zal het gaan, onbetwist en uiteraard. Tegelijk omvademt me het augurale gevoel dat de Balthasarsblog langzaam maar zeker in de fase beland is waarin de dood het leven domineert, een toch nog onvoorziene consequentie die allerlei ‘levende’ gebeurtenissen in de schaduw stelt, daar is geen houden aan, al pluk je nog zo graag de dag zoals vanmorgen vroeg toen bij het openen van de balkondeur een musje daar hartstikke dood zijn opwachting lag te maken tussen de afgevallen blauwe-regenblaadjes.

Bloeiende hop tegen de schutting met de buren
…en de hop tegen de schutting met de buren bloeit

Ik neem me voor er een mooie dag van te maken, grotelijks de lof van mijn schoonmoeder zaliger te zingen, en de muis en de mus en de hop de eer te bewijzen die de Zucht naar Het Leven verlangt.
Carpe diem, iets mooiers valt er niet te verzinnen, al word je honderd of wellicht nog iets ouder. Daarom nu eerst een ode aan de levende schoonmoeder, Marie, Marieke in de visie van troubadour Gerard van Maasakkers. Ooit zongen we dit lied van hem voor haar, met het hele Koor van de Twintigste Juni in het wit, het was 20 juni 1990, de Kafmolen, Hoofdstraat Schijndel, feestje, goud.

Café Peer Wouters 'voor al uw broodmaaltijden'
v/h Café Peer Wouters, ‘voor al uw broodmaaltijden’

Donderdag 23 juni 2016, 13.30 uur – Terwijl de temperatuur richting de dertig graden snelt en alom uit het land hevige onweersbuien gemeld worden, open ik m’n dikke map ‘Eigen werk’, waarin ik allerlei schrijfsels sinds 1968 bewaar – invallen, onaffe gedichten, pregnante correspondenties, condoleances, toe- en aanspraakjes, aanzetten tot verhalen, ’n paar foto’s ook. 1997 levert in december vier herinneringen aan het overlijden van Maria Antonetta de Hommel (1912-1997), sinds 1992 weduwe van Gijsbertus van Oorschot, te Schijndel. Rouwkaart en bidprentje zijn van een ontroerende eenvoud, leest u even mee: ‘Nadat we haar naar het kerkhof hebben gebracht, waar ze bij ons pap begraven zal worden, is er gelegenheid om samen met ons een broodmaaltijd te gebruiken bij Peer Wouters.’ – Daar is gelukkig massaal gebruik van gemaakt, in de geest van de dode: hoe meer zielen hoe meer vreugd, vat vort, er is genoeg, drinken is ook duur, en wie kent Peer Wouters nou niet?

Idem, 15.00 uur, een korte ziekenverzorging en een bessenpluk later – Het derde en het vierde bericht zijn de konterfeitsels van mijn ‘woordje’ in de kerk, en het daarop aansluitende ‘Klein schietgebedje’. Ze hebben allebei betrekking op de laatste jaren en dagen van mijn schoonmoeder, maar ook op een toekomst zonder haar en toch mét haar. Na bijna 19 jaar (december 1997 – juni 2016) kan ik met een gerust hart erkennen dat dat laatste aardig gelukt is: die toekomst zonder én met haar. Er gaat werkelijk geen familiebijeenkomst in welke samenstelling dan ook voorbij of daar is ze, ‘dat trefpunt van heel de familie’ zoals we ooit vaststelden. Afgelopen maandag 20 juni 2016 nog, toen we met z’n allen bij Croy De Pettelaar in Den Bosch het virtuele 76-jarige huwelijk van Gijs en Marie gedachten, kwam ze voorbij in karakteristieke uitspraken en levensechte voorvallen. Van zo iemand kun je met recht beweren: ‘Ze is niet dood. Ze leeft.’ – En ook haar beroemde kaarsjes branden nog steeds, in zeker 5 van de 7 gezinnen, als het erom spant tenminste.

'Jullie bidden niet hard genoeg,' meende ze toen de dood op de drempel nogal aarzelde...
‘Jullie bidden niet hard genoeg,’ meende ze toen de dood op de drempel nogal treuzelde…

Op 24 december 1997, de begrafenis van moeder Marie van Oorschot-De Hommel, sta ik in m’n beste pak achter de lessenaar en de microfoon in de St.-Servatiuskerk in Schijndel. In een mengeling van ABN en aangeleerd Schijndels doe ik m’n schoonmoeder uitgeleide met de volgende dialoogjes.

‘Alles goed, moeder?’
‘Hil goed, jongen. En met jullie? Mar wek nou toch meegemakt heb. Dè moek oe ’s effe vertellen.’

‘Hoe is ’t nou, moeder?’
‘Goed zat, jongen. En vat vort, want er is zat. Drinken is ok duur.’

‘Hoe is ’t vandaag, moeder?’
‘Nie veul, jongen. Zo mar stillekes.’

‘Hoe is ‘t, moeder?’
‘Niks wert.’

‘Hoe ist?’
Schudt nee. Op het laatst kon ze alleen nog maar nee schudden.

De laatste paar jaar ging het steeds minder met ‘het trefpunt van hil de familie’. O zeker, ze kon nog ontzettend genieten. En meeleven, met iedereen, zeker met die van d’r grote familie. En bezorgd was ze, en steeds onrustiger.

Kaarsjes brand je bij Maria van Altijddurende Bijstand
Kaarsjes branden bij Maria van Altijddurende Bijstand, dagwerk

Nooit zal ik vergeten hoeveel kaarsjes ze opgestoken heeft. Ze was ’n vaste klant van Maria. En wij waren goeie klanten bij haar. Voor onszelf, en zeker ook voor onze kinderen. Heel wat dagelijkse en grote problemen hebben via kaarsjes van haar hun vluchtroute gezocht. En hoe dat nou verder moet…?

‘Ge kunt toch ok ’s zelf ’n kaarske branden in de Sint-Jan, gij.’
‘Ja moeder, maar dat is toch anders. Als gij een kaarsje opsteekt, helpt het écht.’
Het leek wel of al ons ongeloof door haar omgezet werd in rotsvast vertrouwen. Zíj had vertrouwen, en dus hadden wíj vertrouwen. In elk geval in haar voorspraak. Misschien zat het wel in haar naam: Marie. En misschien moeten we nu maar kaarsjes voor háár gaan branden, daar zal die andere Marie geen bezwaar tegen hebben, denk ik.

En misschien moesten we er dan meteen maar het schietgebedje bij doen, dat we ooit als loflied voor haar gezongen hebben, zeven jaar geleden bij de gouden bruiloft. ’t Hoefde maar op een enkel klein puntje aangepast te worden:

KLEIN SCHIETGEBEDJE

Zij is altijd beschikbaar
voor iedereen die maar
beroep op wè hulp van haar doet.
Hoe groot of hoe klein ook,
ze zal oe wel helpen.
’t Is raar, maar zij wit hoe dè moet.
Want al werd ze ook anders gewaar:
zij hield d’r familie hil goed bij elkaar!
Moeder, dè was pas een pracht van een mens.
Daar zijn we’t allemaal goed over eens.
En geleuf ‘t of nie :
Bid maar gerust tot Marie

Verpleegstersflat 1962 (5e verd., 4e raam van links) met eetzaal beneden, en dat alles onder toezicht van Zuster Broeders
Verpleegstersflat 1962 (5e verdieping, 4e raam van links) met eetzaal beneden, en dat alles onder toezicht van Zuster Broeders

Vrijdag 24 juni 2016, 15.30 uur – Net niet helemaal content met de als lofzang bedoelde tekst hierboven, schiet mij een vroege herinnering te binnen die zo’n beetje alles zegt over de innige verstandhouding met mijn schoonmoeder, van stonde af aan.

Mijn alderliefste en ik hebben in 1962 nog maar kort verkering (zo heet de verkennende periode in die tijd nou eenmaal) als het hoofd van de verpleegstersopleiding waar M. werkt mijn a.s. schoonmoeder opbelt met de vraag of ze wel weet dat haar dochter ‘omgang’ heeft met ene B. uit Den Bosch, en dat die elkaar wel twee keer per week ‘zien’ en dat dat toch zo maar niet gaat. Mijn a.s. schoonmoeder ontploft inwendig zo ongeveer maar spreekt zonder merkbare opwinding of boosheid: ‘Maar natuurlijk, zuster Broeders, ben ik daarvan op de hoogte, wat dacht u dan? En ik ben er zeer over te spreken, net als mijn man trouwens. Die jongen komt net als mijn dochter uit een heel goed katholiek nest, en ze houden heel veel van elkaar. Zelden zo’n gelukkig stelletje gezien. Uw eventuele ongerustheid over mijn dochter en haar geliefde is werkelijk volkomen misplaatst. Neemt u dat nou maar van míj aan, zuster Broeders.’

Of woorden van gelijke strekking dan hè, want ik was er natuurlijk niet bij toen ze dat telefoongesprek voerde. Wat dacht dat mens van Broeders wel niet? – En als uitvloeisel van dat telefoongesprek ben ik later nog verhaal gaan halen bij mevrouw Broeders. Nee, het zat meteen wel goed tussen mijn (a.s.) schoonmoeder en mij. En dat is nooit meer veranderd, ook niet toen ik geen katholiek meer wilde zijn.

2 gedachten over “1997 – Marieke, di lieke, da zing ik veur jou”

  1. Ontroerend. Christ. Tranen. Lang geleden dat ik zo laat op de avond zo bedroefd en toch ook zo blij ben geweest. Bedankt en voor jullie een dikke knuffel. Francien

    1. Ik weet niet of ik al gereageerd heb maar dan nog een keer ik heb het weer gelezen en steeds weer iets nieuws ontdekt harstikke fijn ., je weet wel wat ik bedoel. Gr. Thea

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *