2001 – Het Janus-jaar

'Janus' in de visie van Jeroen Krielaart
‘Januskop ‘ in de visie van Jeroen Krielaart.

Twee persoonlijke gebeurtenissen strijden dit jaar om de voorrang: de zoektocht naar een huis ‘heel ergens anders’ in Nederland; en het tragische overlijden van mijn broer Cor. De ene keer kijkt 2001 me aan als hét verhuisjaar; de andere keer als hét doodsjaar. 2001 vertoont een Janus-kop: aan de voorkant Jantje-lacht, aan de achterkant Jantje-huilt. Maar het kan ook andersom zijn.

Natuurlijk is het geen serieuze strijd tussen die twee Jantjes, het overlijdensdrama  staat strak voorop. Dan pas komt die zoektocht langs de oostgrens van Nederland, dat verhuizen naar De Achterhoek, dat voorlopige afscheid van Den Bosch en Brabant, van dat leven van m’n eerste zestig jaren. Dit wordt kortom een gebroken blog, waarvan de samenstellende delen natuurlijk meer samenhangen dan je op het eerste gezicht zou zeggen. En hoe ‘nine/eleven’ (11/09/01) daar ook nog in past, die wereldverwisseling tussen onschuld en boete? Het zijn allemaal gebeurtenissen die op het moment van schrijven, begin september 2016, nog altijd doordaveren in ons leven.

'Die met dat grote...'
‘Die met dat grote hart.’

In Memoriam ‘Die met dat grote hart’
Al vanaf het eerste moment dat het jaar 2001 in deze ‘autobiografie in jaartallen’ in beeld kwam, zingt mijn broer Cor door mijn hoofd en in mijn hart. Hij overleed dit jaar op 26 oktober in een Praags ziekenhuisbed, na een allesvernietigende lijdensweg aldaar en onder het door twijfel verduisterde oog van zijn geliefde Tiny en hun dochter Saskia. ‘Een gouden man gestorven in de gouden stad,’ zoals Saskia in het bidprentje liet optekenen. ‘Die met dat grote hart,’ was mijn beste typering tot nu toe, op een familiereünie.

In deze blog 2001 wil ik mijn broer Cor graag opnieuw uitluiden met de tekst die ik bij zijn afscheidsdienst in het crematorium te Vlijmen mocht uitspreken. Ik wil er, 15 jaar na dato, tittel noch jota aan veranderen, want ook dit ene A4’tje Afscheid zingt sinds 2001 nog altijd door mijn hoofd en in mijn hart. Het was altijd al een voorrecht om met mijn broer samen te zingen, en daar komt maar geen einde aan. – Daarom hieronder, zo u wilt en in cursieve letter,  dat oorspronkelijke A4’tje.

Waterloo...
‘Praag 2001.’

“WATERLOO TE PRAAG – Bij het afscheid van mijn broer Cor, 4 november 2001

En nou is ie er niet meer, die doodgoeie Cor van ons, die net wat oudere broer van mij, de middelste van ons gezin, de zevende nog wel – wat toch een heilig en gelukkig getal heet te zijn. Maar Cor moest natuurlijk de uitzondering zijn. Dat is om te janken ja. Iemand om erg te missen.

Maar, er is meer dan tranen alleen. Cor zal moeiteloos in mijn gedachten blijven. Die Cor, met z’n brede glimlach – en z’n gulle bescheidenheid. Een heerlijke man zonder franje, de vleesgeworden negatie van stemverheffing als argument. De hele week al hoor ik ‘m Tiny liefdevol ‘m’n vriendin!’ noemen. Ik voel elke dag z’n bescheiden pochen over het koningskoppel Saskia en Ruud, en – met net niet ingehouden trots – zie ik ‘m steeds z’n kleinzoon Roel ontspannen maar beslist de weg wijzen in het leven. Die Cor, onze Cor, the best there is.

Heeft ’t zin om steeds maar tegen elkaar te zeggen wat een fijne vent ’t was, en hoe klote ’t is dat ie er niet meer bij zit? Ja dat heeft zin, want dat doet je zelf goed, en het is fijn voor anderen. Anderen die immers ook graag nog eens nagenieten van Cor z’n hoogsteigen versie van het Adam-en-Eva-verhaal – die feest-act van ‘m, waarin het vlammende zwaard van de aartsengel Michael in het vuur van de voordracht en tot grote hilariteit van de toehoorders tot een hoogst eigen ‘zwammend vlaard’ opgewaardeerd werd. En wie genoot er niet plaatsvervangend mee van die ene sigaret van hem, aan het einde van een feestje? Om over z’n ‘fiederaldalda, fiederaldalda, fiederaldaldaldalda’ maar te zwijgen! Ja, het is goed om die dingen tegen elkaar te blijven vertellen! Dan krijgt ie de kans niet om weg te glippen.

In veel opzichten was Cor van jongs af aan mijn voorbeeld-broer: ik bewonderde hem om het aantal – bij Bibliotheek JosGé  gehaalde – boeken dat ie in z’n vroegere vakanties las (let wel: boeken lezen wás toen z’n vakantie!); ik bewonderde hem om z’n muzikale belangstelling – van het Genesis van Phil Collins tot en met het ‘Wir setzen uns mit tränen nieder’ van Bach; van de occarino tot en met de viool: Cor was erin thuis.
Ik hield van ‘m om de manier waarop ie politiek positie koos: vóór de rechtvaardigheid, tegen het recht van de sterkste. O, wat kon die jongen je blij maken: met z’n gemeende belangstelling, z’n vrolijkheid, z’n optimisme; en: o, wat kon je die jongen blij maken: nl. met jouw eígen geluk.

Toen wij vijf weken geleden op zaterdagmorgen van een korte vakantie op Terschelling terugkwamen, voeren ‘De West-Aletta Singers’ mee op de veerboot, onderweg naar een optreden in Ljauwert. Onder begeleiding van twee trekzakken zongen ze de sterren van de hemel, met bekende en minder bekende Friese liederen. Dat ontroerde mij zozeer dat ik me voornam om Cor – onze eigenste familie-musicus tenslotte – voor te stellen om met een maandelijkse familie-zangmiddag te beginnen: liederen voor onder de zondagse afwas zoals die vroeger bij ons thuis gezongen werden.

Praag heeft helaas een streep gehaald door dat idee. Praag, dat gouden Waterloo, maar ook dat dodelijke labyrint van Kafka, waar Cor op de middag van diezelfde zaterdag de longen uit z’n lijf zong, in de Sint-Nicolaaskerk. Beter gezegd: in het harnas, want een zanger, dat was ie, overal en altijd, in hart en nieren.

’t Was een bijzonder mens, onze Cor, dat was ie! En dat is ie. Vraag anders maar aan Tiny, zij is tenslotte zijn ‘vriendin’!”

Op zoek naar een nieuwe woonplaats.
Op zoek naar een nieuwe woonplaats.

‘Maximaal 10 jaar, dan zien we wel weer’
Want ja, langer hadden mijn alderliefste en ik nog nooit ergens gewoond, dus… zochten wij geen ‘oplossing’ voor de rest van ons leven. Wij wilden wel eens wat anders, vorm geven aan een nieuw tijdperk, met (pre)-pensioen, een soort van samen weer eens opnieuw beginnen. En mocht het allemaal niet zo jofel gaan? Dan zouden we ‘gewoon’ op onze schreden terugkeren en ‘het oude leven’ hernemen.

Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Limburg: we zijn in ontelbare plaatsen naar huizen wezen kijken, de omgeving op wandelbaarheid wezen beoordelen, de beschikbaarheid van het openbaar vervoer getest, net als de nabijheid van een interessante stad, de afstand (ook in tijd) en bereikbaarheid tot Den Bosch, kortom: we werkten telkens een hele lijst van voorwaarden af waaraan de nieuwe woning en omgeving zouden moeten voldoen. En dan ook nog liefst vrijstaand, en betaalbaar voor onze portemonnee natuurlijk. Soms leek het wel erg op de speld en de hooiberg, die zoektocht van ons.

Eefde, nabij Zutphen. Of omgekeerd.
Eefde, nabij Zutphen. Of omgekeerd.

Het werd tenslotte de helft van ‘twee-onder-een-kap’ in Eefde aan de IJssel, nabij Zutphen, met een vrijstaand boekhuis, een grote tuin, de bus naar Z. voor de deur, supermarkt en huisarts op loopafstand en het ‘Hanzestedenpad’ dat door ‘onze’ straat bleek te lopen. Het was betaalbaar, mits we ons oude huis goed zouden verkopen, zoals in die jaren in de rede lag. We tekenden het voorlopig koopcontract in augustus, op 11 september stortte de huizenmarkt in de stofwolken van de Twin Towers in, er kwam geen hond meer kijken, en zo zaten wij vanaf 1 november met twee huizen en voor dubbele woonlasten; destijds een ongehoorde toestand.

Tussen het vullen van de verhuisdozen door ging ik op 19 oktober met drie andere familieleden in de auto naar Praag, om schoonzus en nicht te ondersteunen in hun ramp met broer Cor die aan een soort van veteranenziekte lag te bezwijken. Op de avond van zijn ziekenhuisopname raakte hij in coma om daar nooit meer uit terug te keren. Zijn vitale organen begonnen het een voor een op te geven, maar omdat het ongewis was hoe lang zijn ‘toestand’ zou doorduren, keerden wij na enkele dagen Praag naar huis en de verhuisdozen terug. Tien dagen later moesten we al afscheid van hem nemen, en was het ons met z’n allen droef te moede.

De 'Vlugo', nog altijd even goed als vroeger.
De ‘Vlugo’ verhuist nog altijd even goed als vroeger.

Maar ja, die verhuizing he, die was afgesproken en besloten: 20 november zouden we Den Bosch voor Eefde verruilen. Het Bossche huis was nog steeds niet verkocht. Even zag het er allemaal ietwat grimmiger uit, de geplande opknapwerkzaamheden zetten we op een laag pitje, de winter startte meteen bitter koud, de verwarming vertoonde zijn eerste kuren, en de wind woei door het dak. Niemand wist nog waar Eefde lag of ligt. Ik spoorde me het rambam naar Den Bosch om het huis-in-verkoop op orde en presentabel te houden. Makelaar Veldpape zette een tandje bij en wist het huis begin 2002 alsnog te verkopen. De nieuwe eigenaren gingen het allemaal eens flink groot aanpakken. Onze zegen hadden ze, dat hadden wij tien jaar eerder ook met veel enthousiasme gedaan.

Tijdens de jaarwisseling van 2001 naar 2002 ging de gulden over in de euro. Daardoor halveerden, net als van alle andere goederen, de huizenprijzen. Maar ook het inkomen was ineens krap bemeten, en moesten we helemaal opnieuw leren uitkijken. En dat deden we, ver van huis en tussen allemaal ‘vreemd volk’.

Slecht gezocht?
Slecht gezocht?

Wie wat vindt heeft slecht gezocht’
Zo luidt een van de intrigerendste titels van dichtbundels van Rutger Kopland  (1934-2012). Uit die bundel (1972) wilde ik graag een gedicht citeren voor deze 2001-blog. (Tenslotte hebben wij dit jaar ook ‘iets’ gevonden, en dan wil je natuurlijk weten of dat ‘goed’ is.) Ik zocht dus in die bundel, maar vond niets van mijn gading. Tjemig, dat was dus kennelijk slecht gezocht, hoewel ik niets gevonden had. Toen ik doorzocht in de ‘Verzamelde gedichten’ vond ik op p. 78/9 wél een toepasselijk gedicht, alleen stamde het niet uit ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’, maar uit ‘Alles op de fiets’ (1969). Toen concludeerde ik dat je wel degelijk iets geschikts kunt vinden als je maar goed genoeg zoekt. Zoals wij meer dan een jaar lang naar ons nieuwe huis gezocht hadden. Zo ongeveer, en zoiets dus. En tenslotte deden en doen wij hier alles ook op de fiets, weten wij niets, en zoeken wij ons dus het onmogelijke.

Aan die Kopland, daar heb je nog eens wat aan. Daarom citeer ik hier met onderzoekend genoegen zijn gedicht ‘Terug naar de natuur’. ‘Naar Eefde!’, zo had het van mij ook mogen heten. Of: ‘Op zoek naar Cor’, ja, dat was ook heel mooi geweest, ‘In Eefde op zoek naar Cor’.

Eefde, aan de IJssel
Bijvoorbeeld in Eefde, aan de IJssel.

TERUG NAAR DE NATUUR

Er was een man, ik zeg niet wie
hij was, die hield van de natuur,

althans dat dacht hij, want hij had
gehoord dat daar zoveel te vinden was,

de stilte, vrijheid, blijheid en jezelf
en zo. Genoeg in elk geval om daar

eens heen te gaan. Hij ging en kwam
behouden aan.

En toen hij zijn boterhammen op had?

Stilte. Wie stilte wil beschrijven moet
zijn mond maar houden. Wie niets hoort
luistert niet en heeft niets te vertellen.

Vrijheid. Het zou een heel leuke boel
worden als de vrijheid eens een beetje
doorzette, ja jezelf zijn, eindelijk
zou niemand ons begrijpen. Maar wij
begrijpen elkaar helaas uitstekend.
Ook in de meest luxueuze bittertaal
van dichters spreekt alles vanzelf.

Blijheid. De blijheid waar wij naar verlangen
is er gelukkig niet. We zouden dodelijk
getroffen worden door een herfstblad,
tegen de aarde gesmakt door de wiekslag
van een duif, verbrand door de zon.
Wie niet sterk is moet bedroefd zijn.

Nee, toen hij zijn boterhammen op had
hoorde hij de regen die zijn hele leven
door gevallen was, rook hij het gras
waar hij zijn hele leven koekhappend
en zaklopend door heen gestrompeld was
onder het gelach van grote mensen,
hoorde de regen en de stem van moeder
uil die in de olmen huilde en riep
om hem.

Een gedachte over “2001 – Het Janus-jaar”

  1. Lieve Christ
    Wat heb je mooi geschreven over Cor, precies uitgebeeld zoals hij was. Zo’n lieverd en een en al goedheid.
    En net als bij jou zit hij altijd in mijn hoofd en in mijn hart
    en zal daar voor eeuwig blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *