2004 – Experimentele film

Praktisch van het begin af aan is mijn alderliefste lid van de Leesclub Eefde, een hele aardige manier om meer mensen in de omgeving te leren kennen.

Tijd voor de leesclub.
Tijd voor de leesclub.

De leesclub werkt volgens de regels, titels en boekbesprekingen van ‘Het Gele Boek’, een leeswijzer van het  Literatuurproject Boek in Beeld. Die doen aan redelijk recente romans van gemiddeld niveau, en voorzien de abonnees van uitgebreide toelichtingen, in ‘Het Gele Boek’ inderdaad. De leden van de leesclub verzorgen bij toerbeurt de inleiding en de koffie op de clubochtend, meestal komen ze zo’n acht à tien keer per jaar bij elkaar. Het is een trouw clubje,  zonder blauwkousen.

Topbundel uit de twintigste-eeuwse poëzie.
Topbundel uit de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie, 1940.

Ojee, poëzie!
Dan is daar in 2004 ineens het voorstel van ‘Het Gele Boek’ om een keer iets aan poëzie te doen, aan de hand van de bundel ‘Parken en woestijnen’ (1940) van de dichter M. Vasalis (1909-1998). Grote schrik, Leiden in last: van gedichten heeft de leesclub naar eigen gevoelen geen kaas gegeten. Wat te doen? (‘Wat is wijsheid?’ zeggen ze daar.) Mijn alderliefste suggereert Balthasar als begeleider en inleider voor poëzie, neerlandicus tenslotte, bij ons aan huis. Mij lijkt het idee ook leuk, en zo bevind ik me ineens voor overleg tussen negen literatuurminnende  dames in onze eigen woonkamer. We besluiten de akkoordbijeenkomst met een kleine portie huiswerk: naast het gele boek zullen de leden zich in het bijzonder toeleggen op vijf gedichten uit de bundel van Vasalis, met als belangrijkste gedicht Afsluitdijk.  – Ze durven het aan.

De eerste helft van onze bijeenkomst zal ik gebruiken voor een algemene inleiding op het fenomeen poëzie. Met een breed spectrum aan voorbeelden en uitingen om je over te verwonderen. Van Homerus tot Jan Hanlo zeg maar. Maar wees gerust, lezer van de Balthasarsblog, ik ga hier natuurlijk geen alomvattende  verhandeling over poëzie opschrijven. Ik beperk me heel simpel tot  één aardig voorbeeld van experimentele poëzie, dat lijkt me in dit verband confronterend genoeg. Al is het maar omdat poëzie voor de leesclub Eefde in 2004 op zich al experimenteel genoeg is.

Experimentele poëzie uit Oostenrijk.
Experimentele poëzie uit Oostenrijk, 1968.

Nog erger: experimentele poëzie!
Ik neem de Oostenrijkse experimentele dichter Ernst Jandl (1925-2000) als voorbeeld. Het gedicht van hem waar we aandacht aan besteden heet ‘film’ en komt uit de dichtbundel ‘Sprechblasen’ (1968). Wilt u meer weten over de dichter Jandl, kijk dan even op Wikipedia en laaf u aan enkele bijbehorende YouTube-filmpjes (vooral ‘schtzngrmm.mpg’ zal u waarschijnlijk aanspreken).  – Ach, een keer een korte aflevering in deze autobiografie die poëzie centraal stelt, daar is toch veel voor te zeggen? Eigenlijk niets tegen in te brengen, toch? (Vooruit, dan neem ik ‘schtzngrmm’ voor de liefhebber gewoon aan het einde van deze blog op. Als experimenteel toetje, een verbluffend toetje, en wrang op de koop toe.)

Het is misschien niet gebruikelijk, maar in dit geval lijkt het me het beste om de dichter zelf eerst over zijn gedicht ‘film’ aan het woord te laten. Voor een goed begrip houdt u het gedicht zelf (hier vlak onder) steeds bij de hand. Komt Jandl:

‘Dit gedicht is een film. Er zijn twee acteurs, i en l. De actie start in regel 4 en eindigt op de 4e regel van onder. i is alleen, verandert 3 keer van positie en verdwijnt. l verschijnt en verdwijnt. i verschijnt en verdwijnt. i en l verschijnen beiden en wisselen van positie alsof ze dansen. Dan verdwijnt i voor een tijdje, wat l eerst verbaast en daarna verontrust. Hij blijft stilstaan alsof ie zich terug wil trekken. Totdat i tenslotte opnieuw verschijnt, en het dansend heen en weer in en uit beeld springen voor langere tijd wordt hervat. Dit blijkt tevens de slotsituatie, tot en met het happy end van de film.
(Opmerking terzijde:
flim is de belangrijkste helft van het Duitse werkwoord flimmern, wat flikkeren of flakkeren betekent.) – EJ’

Alleen nog even invullen...
Alleen nog even de beeldjes invullen…

‘film’, een gedicht
En dan nu het experimentele gedicht zelf: 52 regels van één woord van soms vier, soms drie en soms twee letters. Leest u even mee, en oja, houdt u de toelichting van de dichter hierboven steeds in gedachten. (‘Voor ogen’, had ik bijna geschreven, maar dat neigt naar ‘jolig’ en zo bedoel ik het niet.)

film
film
film
fi m
f im
fi m
f im
f  m
fl m
f im
f  m
flim
film
flim
film
f lm
f lm
fl m
f lm
fl m
f  m
f lm
fl m
f  m
f lm
f  m
fl m
f lm
fl m
fl m
fl m
fl m
fl m
fl m
flim
film
flim
film
flim
film
flim
f  m
film
f  m
flim
film
flim
film
film
film

film
film

(Twee opmerkingen terzijde:
– In het origineel is de bedrukte bladzijde zelf geheel zwart. De tekst is er in wit uitgespaard: film! Ik kon dat hier technisch helaas niet voor elkaar krijgen.
– In het lettertype van deze site vormen de f en de i samen een zogenaamde ligatuur, ze zijn als het ware tot één letter samengegoten. Letterontwerpers deden en doen dat om ongewenste spatiesuggestie tussen de losse letters f en i te vermijden. Voor het onderhavige gedicht is dat jammer. – B.)

Afsluitdijk met of zonder lidwoord?
Afsluitdijk mét of zonder lidwoord?

Even terug naar M. Vasalis bij de Leesclub Eefde
Op de bewuste leesclubdag in april 2004 startten we na mijn brede inleiding met de bespreking van de bestudeerde gedichten. T. ging de voorlezing van het eerste Vasalis-gedicht doen, ‘Afsluitdijk’ (dat ik tussen haakjes ook als slotgedicht gebruikt heb voor de allereerste aflevering van deze autobiografie in jaartallen, nl. bij het jaar 1940, gaat dat zien):
– ‘De Afsluitdijk,’ las T. op haar mooiste voorleestoon.
– ‘Dat staat er niet,’ riep ik er plompverloren overheen. Schrik en verwarring alom, een schoolmeester bij de club? – ‘Er staat…’ zei ik.
– ‘O, nou, tjee: Afsluitdijk. Maakt dat wat uit dan?’ – T. weer.
– ‘Ja,’ zei ik, ‘bij poëzie maakt alles wat uit. ‘De Afsluitdijk’ zou betekenen dat het gedicht over de afsluitdijk tussen Noord-Holland / Friesland gaat. Maar bij ‘Afsluitdijk’ gaat het om elke dijk die afsluit, in de letterlijke én de figuurlijke betekenis. – Dit kan misschien nog van pas komen bij de rest van het gedicht, remember film, flim, fl m, f  m, f lm.’
– ‘O?’ zei T.  ‘Afsluitdijk dus. Maar dan zonder dus.’ – Inderdaad, snelle leerling.

t - t - t - t
schtzngrmm!

Experimenteel toetje voor de liefhebber, zoals beloofd, verbluffend, wrang , t-tt, tod!
Over oorlogsgruwelen, dood en geweld, 1914-1918, of het jaar 1940, het jaar waarin de bundel ‘Parken en woestijnen’ van M. Vasalis verscheen.

 

 

Een gedachte over “2004 – Experimentele film”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *