2008 – Kan het heftiger/tederder?

Barack en Michelle Obama.
Barack en Michelle Obama,  gouden duo.

Het is een Opmerkelijk Jaar, 2008, een Jaar van Grote Gebeurtenissen met Kapitale Beginletters: de kansloos ingeschatte ‘zwarte’ democraat Barack Obama wint met z’n ‘Change’ en z’n ‘Yes, we can’, en met z’n inzet van jonge vrijwilligers (en hun experience op social media) het Amerikaanse presidentschap. En brengt daarmee een enorme euforie in de hele westerse wereld teweeg – een vergelijking met de keuze voor John F. Kennedy in 1960 dringt zich aan mij op. 4 november 2008 is het overal feest, bijna overal.

Omvallen, inpakken en wegwezen.
Omvallen, inpakken en wegwezen. Exit Lehman Brothers.

De wereld een financiële heksenketel
Diezelfde wereld dendert ditzelfde jaar een gigantische krediet- en bankencrisis binnen wanneer de onaantastbaar geachte Amerikaanse Bank ‘Lehman Brothers’ omvalt. Hoe zal Kennedy Obama dit varkentje (en nog heel veel andere varkentjes) volgend jaar gaan wassen?

En als minister Wouter Bos – in het kielzog van het Lehman Brothers- debacle – de Nederlandse ABN/Amro-Bank voor 22 miljard euro moet gaan ‘redden’, denken we met z’n allen even dat daarmee heel Nederland zo’n beetje op omvallen staat. 22 miljard euro, hoe moet je dat in godsnaam bevatten?

2008 kortom, kent een combinatie van mensen en gebeurtenissen die het gemiddelde voorstellingsvermogen van de gemiddelde wereldburger – ook in Nederland, ook in Eefde, ook in Huize Balthasar – fors te boven gaat.

"Groeten uit Ganzedijk."
“Groeten uit Ganzedijk.” = Groeten van vroeger.

Maar ook een grabbelton van dichtbij-nieuws
Zo is 2008 ook het jaar waarin de Groningse Gemeente Oldambt op 11 februari aankondigt om de Buurtschap Ganzedijk terug te willen geven aan de natuur ‘wegens bevolkingskrimp’. Alweer een voorbode van de nieuwe tijd die voor de deur staat?

En op 28 maart ontdekken wetenschappers in Parijs het vermoedelijk oudste geluidsfragment dat ooit is opgenomen: een mannenstem uit 1860 zingt krakend het kinderliedje ‘Au Clair de la lune’. De stem is van Edouart-Léon Scott de Martinville, typograaf, publicist, boekverkoper en uitvinder van de fonautograaf, de voorloper van de fonograaf. – Ach, even terugblikken en je fantasie gebruiken kan misschien geen kwaad als je financieel op omvallen staat.

Dicht bij huis ontketent oud-klasgenoot Nico G. na vijftig jaar een reünie van mijn V en VI gymnasium-klas. Dikke pakken geprinte e-mails en afleveringen van het Wake Up-blad de ‘Sint-Jansklokken’ gaan aan de bijeenkomst vooraf. Niettemin maak ik op die zonnige 8 mei in 2008 in de tuin van Nico kennis met tientallen licht belegen 68-jarigen die in niets meer lijken op hun conterfeitsels op de klassefoto uit 1958.
‘En u bent…?’, is de meest gestelde vraag tijdens het handenschudden van de oudgedienden. Vijf van hen blijven ook na een uitgebreide briefing vreemden voor me, terwijl Nico mij bij beschouwing van de ingezonden foto’s inschat als Schout-bij-Nacht of CEO van een limonadefabriek.
Vooraf had ik mij opgegeven voor de vegetarische maaltijd, maar daar bleken de organisatoren geen kaas van gegeten te hebben. Dus: ‘Volgend jaar nog maar ’s overdoen dan?’ Ja, dat moet dan wel.

Vincent van Gogh (1853-1890).
Vincent van Gogh (1853-1890).

En de hoofdprijs gaat naar…
Niettemin en ondanks al het voorgaande grijpt de gebeurtenis die mij uit 2008 het meeste bijblijft  plaats op donderdag 24 april: ‘Van Gogh te Eefde’, zo valt die gebeurtenis samen te vatten. Zelden ervoor of erna werd ik zo gefrappeerd en getroffen door een op zich eenvoudig natuurverschijnsel als dat daar en toen plaatsvond: mijn confrontatie met het weidse weiland vol bloeiende paardenbloemen ter hoogte van boerenbedoening ‘De Platte Kamp’ in Eefde. Ik schreef er in 2008 een verwonderd stukje over dat als volgt gaat.

Van onze correspondent
VAN GOGH TE EEFDE
Donderdag 24 april 2008

Het is alles goud wat er blinkt.
Soms is alles echt waar goud wat er blinkt.

Dit is een hommage aan de paardenbloem, het volle geel, het malse blad, en de plotselinge alomtegenwoordigheid van de lente – eindelijk. In de ochtend van donderdag 24 april 2008 waren mijn alderliefste en ik een teer-groene proefwandeling aan het maken. Ter hoogte van Huize ‘De Platte Kamp’ rondden wij de bosrand, en toen zag ik daar ineens Van Gogh languit in het gras liggen. Alle tubes geel en groen waren leeg geknepen, de penselen speelden mimicry in het gras en het kruid. Twee kleuters in de verte probeerden de zon te vangen, maar konden niet besluiten of die nou bóven of ónder hen scheen. Wat kleuters niet kunnen weten is dat er soms twee zonnen zijn, heel soms, zoals om twaalf uur in de ochtend van donderdag 24 april 2008 te E. Welkom lente, hallo paardenbloem, uw overkomst was dringend gewenst. Of, zoals de dichter Pierre Kemp het formuleerde:

Pfff...
En tegen het einde: pfff…

BLOEM

Het is een bloem
om er met een vaantje om rond te gaan
en zacht te zingen.
Het is een bloem om niet meer burger te zijn,
maar een broer van een kinderhemdje in zonneschijn.

Natuurlijk weet ik dat een foto nooit de overweldigende indruk van een échte Van Gogh kan evenaren. Het groen is altijd broeieriger, minder grazig, volwassener; het geel lijdt onder dat groen, wordt doublé in plaats van goud, nog steeds aantrekkelijk, absoluut, maar niet verpletterend genoeg om je opnieuw tegen de vlakte te smijten.

Zegt m’n alderliefste over de foto ontnuchterend tegen me:
– Was je dáár nou zo kapot van, Balthasar, van dat paardenbloemenveld?
Zeg ik:
– Van het origineel, jazeker. Daarom ijlde ik naar huis, om m’n camera te halen, om even Van Gogh te betrappen tijdens zijn slaap. Toen ik terugkwam met m’n spullen was de vogel gevlogen, maar z’n palet lag nog in het veld, en bij nader toezien ook z’n penselen. Het geheel was nog steeds een ontroerend kleurig schilderij. Maar Van Gogh zelf… foetsie, met medeneming van de magie, onder z’n hoed of z’n rechterarm.

En wat voor brieven!
En wat voor leven, en wat voor brieven!

Zeg ik na een korte aarzeling ook nog tegen haar:
– Even goed een mooie foto toch, doet ie je niet een béétje aan Van Gogh denken?
M’n alderliefste weer:
– In de verte wel, ja, die eerste tijd in Arles.
– Ja, zeg ik, juist, toen ie in z’n brieven aan broer Theo voortdurend meldde hoe het landschap wijd en zijd in z’n kop zat en daar rondraasde.

Zoals bijvoorbeeld in brief 500 (omstreeks 5 juni 1888): ‘Nu ik hier de zee gezien heb, besef ik helemaal hoe belangrijk het is in het zuiden te blijven en te voelen dat ik de kleur nog meer moet opvoeren – met Afrika niet veraf.
Of in brief B7, omstreeks 18 juni 1888: ‘Ziehier nog een landschap: ondergaande zon? In elk geval zomeravond. De stad paars, het hemellichaam geel, de hemel blauwgroen. Al het koren heeft een tint van oud goud, koper, groen-goud of roodgoud, geelgoud, geelbrons, groen-rood. Een doek van 30, vierkant. Ik heb het in de volle mistral geschilderd.’

En zo staan Van Gogh’s brieven vol uitbundige beschrijvingen van schilderijen en tekeningen, en van de landschappen zelf: ‘De diepblauwe hemel was gevlekt met wolken van een dieper blauw, intens kobaltblauw, en andere van een lichter blauw, als de blauwe weerschijn van de melkweg.’ – Enzovoort enzoverder. Van Gogh te Arles, én Van Gogh te Eefde, synoniemen voor uitbundigheid.

De dichter Pierre Kemp in de visie van Jos Kipping.
De dichter Pierre Kemp in de visie van tekenaar Jos Kipping.

Opnieuw roep ik de dichter Pierre Kemp (1886-1967) te hulp om het begrip ‘Uitbundigheid’ – is gelijk Van Gogh – in woorden te schilderen. Net als het bovenstaande ‘Bloem’ komt dit gedicht uit Kemp’s bundel Een bloemlezing uit zijn kleine liederen, Van Oorschot, Amsterdam 1953:

UITBUNDIGHEID

Met korven om manen in te vangen,
met bussen vol gezangen,
met potten om lichten in te drogen
reis ik langs de ogen van het land.
Met dozen zonnen,
met klanken in tonnen
en glazen gedichten in iedere dwaze hand.
Waar ik mijn armen ook rek,
ik ben overal gek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *