2013 – Het doorsneejaar

Fenomeen van 2013: het wolvarken.
Fenomeen van het jaar 2013: het wolvarken.

Eerst maar eens even twee handzame lijstjes van gebeurlijkheden in de buiten- en de binnencirkel van Balthasars bestaan om bovenstaande typering van 2013 te onderbouwen. Die methode heeft me tot nu toe elke keer geholpen om een concreet beeld van een jaar te krijgen.

Want natuurlijk, elk jaar gebeurt er nogal het een en ander, maar lang niet altijd denk je bij een van die fenomena: o, maar dit, dít!, overschaduwt alles wat ik verder over dit jaar maar weet. En waardoor zo’n jaar dan een ‘bepaald’ jaar wordt, wat je meteen in de titel tot uitdrukking kunt brengen. Maar, als gezegd, dat is lang niet altijd het geval. Neem nu 2013…

Wat zien we daar?
Wat zien we daar?

Even door het venster op de wereld kijken
* Eind januari start Barack Obama zijn tweede termijn als president van Amerika nadat hij de republikeinse rivaal Mitt Romney overduidelijk verslagen heeft. De euforie van zijn eerste aantreden is weliswaar wat getemperd, maar ook zonder glazen bol kun je bevroeden dat we die man nog gaan missen in de toekomst. Net als Michelle overigens.
* Eind februari treedt – opmerkelijke gebeurtenis in de wereld van geloof, hoop en wanhoop – de afstandelijke paus Benedictus XVI om gezondheidsredenen af. In maart wordt hij opgevolgd door de onmiddellijk populaire schaapjesherder Franciscus die vooral erg ‘gewoon’ doet en een hekel blijkt te hebben aan alle pompa waar ‘Rome’ zo van houdt.
* Half april: het volledig vernieuwde Rijksmuseum in Amsterdam wordt heropend na een slopende periode van tien jaar herstel en heroriëntatie. Daar is een  prachtige documentaire over gemaakt. Zie de trailer hieronder.

* Eind april wisselt Willem-Alexander zijn moeder Beatrix af op de Nederlandse troon. Het Nieuw Republikeins Genootschap doet – ondanks de deelname van ene Balthasar – een faliekant mislukte poging om met witte zakdoekjes het koningschap uit te zwaaien.
* In november vindt het Oekraïense maatschappelijke ongenoegen een formidabel tragische uitweg op het Majdan-plein in Kiev. Vele doden en een presidentswisseling later lijkt het land er niet veel mee opgeschoten te zijn. En dan moet de bezetting van de Krim nog beginnen! Komt er een nieuwe Koude Oorlog aan?
* In het domein van de kunsten wordt de controversiële 5-sterren-film La Grande Belezza van regisseur Paolo Sorrentino uitgeroepen tot ‘beste film van 2013’. Het is een spectaculair exuberante exhibitie van het huidige hedonistische tijdsgewricht waar sommige kringen in West-Europa (Rome) aan lijden.

Met échte vogeltjespindakaas.
Met échte vogeltjespindakaas.

En wat meldt mijn dagboek over 2013?
*
Begin februari timmer ik een ‘pindakaashuisje’ voor de wintervogels tegen de oostelijke muur van het boekhuis. De klandizie is meteen overweldigend. Terwijl ik toch echt niet wist dat je speciale ‘vogelpindakaas’ moet gebruiken. Heb ik me bij de aankoop van het huisje toch per ongeluk de juiste pindakaas meegeleverd gekregen!
* Ik ga over van Windows XP op Windows 8. 750 euro en een nieuwe computer later is het leed nog steeds niet geleden: bestanden en programma’s komen en gaan naar eigen goeddunken, opgeslagen materiaal is in geen velden of wegen terug te vinden. Maar gelukkig heb ik in Mi een handige dochter die weet wat trial and error in de pc-praktijk betekent.
* Tijdens ‘ene leerzame wandeling’ in april maak ik kennis met de langharige wolvarkens van Boer Jansen uit Vaassen. Achteraf weet ik niet wie ik merkwaardiger vind: de wolvarkens (die o.a. ingezet worden om ongewenste bereklauwen met wortel en tak uit te roeien), of boer Jansen (die net op die dag  tachtig wordt en met een gebroken been rondloopt, maar ‘geen zin’ heeft om daarmee naar het ziekenhuis te gaan).

* Ik lees het boek De Boerenoorlog van Martin Bossenbroek, en ik ben verbijsterd over wat ik er allemaal niet van weet: de concentratiekampen, de rol van Churchill en de media, de Boerenoorlog als vroege oefening voor WO I en II, de uitvinding van de dumdum-kogel, de zijdelingse bemoeienis van Nederland, de onbegrijpelijke terzijdestelling van de ‘zwarte’ bevolking.
* En nog een boek, de toekomstroman De Cirkel van Dave Eggers. – In een superflow van 450 sneltreinpagina’s beland je via optimaal ingezette sociale media van het individualisme uit het laatste kwart van de 20e eeuw in het super collectivisme van de volkomen transparante maatschappij. Je bent altijd zichtbaar, alles en iedereen is altijd zichtbaar, en daar word je je in toenemende mate bewust van. Zodat je je gaat gedragen als de modelmens. Impulsiviteit, grillig gedrag, creatief afdwalen: het is de horreur voor de nieuwe mens. Geen stap of misstap blijft ongezien, op elke ‘daad’ wordt massaal en collectief gereageerd. De mens legt vrijwillig alle vrijwilligheid en individualiteit af, iedereen wil alleen maar behaagd en geprezen worden door ‘de anderen’, iedereen.
Het boek ‘1984’ van George Orwell, met zijn Big Brother-onontkoombaarheid, was van meet af aan bedreigend en onthutsend, zijn tijd ver vooruit. De wereld van ‘De cirkel’ is het kwadraat van verontrustend, en is reeds in herkenbaar toenemende mate onder ons. – Dave Eggers is behalve een formidabel schrijver een visionair met hypergevoelige antennes.

Ik tel tot drie!
Eén, twee, zes, boel, veel.

Teldwang
*
Maar de kwestie die me bij het herlezen van mijn dagboekaantekeningen toch het meeste trof, ging in augustus 2013 over de fenomenen tellen, getallen, eindeloosheid, en de verwondering daarover.
* De treden van de keldertrap, de boodschappen in het karretje, tegemoetkomende wandelaars, passerende Volkswagens voordat de streekbus arriveert, het aantal stappen tussen keuken en toilet, de bananendozen met oud papier vóór aan de straat, het resterende aantal scheermesjes, je kunt het zo gek niet bedenken of ik tel ze. En niet altijd simpelweg van je 1, 2, 3, 4, 5 enzovoort, maar gerust van 1/2/3, 1/2/3, 1/2/3, 10 – en: 1/2/3, 1/2/3, 1/2/3, 20, enzovoort.
Waar het om gaat? Geen idee. Naar de einduitkomsten ben ik in elk geval niet op zoek. Het gaat kennelijk om het tellen zelf. Dus elke keer de keldertraptreden opnieuw, de scheermesjes in de dispencer opnieuw, de bananendozen oud papier opnieuw, enzovoort. Het is natuurlijk een simpele tic waar veel mensen aan lijden, en waar geen kwaad in steekt.
* Tot zover nauwelijks iets aan de hand. Maar, naast de gewone teltic beoefen ik nog enkele bijzondere vormen van tellen, van rekenen eigenlijk, ’n paar  voorbeelden staan hieronder. Ook die cijferfenomenen concretiseer ik elke keer opnieuw, de uitkomst is bij voorbaat bekend, maar de verwondering tijdens de telacties zelf, die blijft en die ontregelt me bij voortduring, ook na jaren nog.

Dag 30...
Dag 30?

Vijver met waterlelies
* Kom ik op weg naar huis uit de stad gefietst, dan rijd ik langs een grote openbare vijver die ze hier om onduidelijke redenen ‘de grote gracht’ noemen. De waterlelies in de vijver zijn legendarisch, in elk geval voor mij. Want zeg ‘vijver’ en ‘waterlelies’, en het begin van het beroemde Rapport aan de Club van Rome dringt zich aan mij op (Rapport aan de Club van Rome – Grenzen aan de groei, Dennis Maedows / MIT, Uitgeverij Het Spectrum 1972). Daarom controleer ik elke keer als ik langs de ‘grote gracht’ fiets of de vijver misschien precies halfvol waterlelies staat, een fatale stand van zaken, dat zal blijken.
* Die waterlelies tellen is natuurlijk geen doen zo vanaf de fiets, maar de telvraag is dan ook een andere, het is meer een verbijsterende rekenvraag om ‘de aard van het begrip exponentiële groei’ te demonstreren. Meadows stelt dat het eigenlijk een Frans raadseltje voor kinderen is dat hij als volgt beschrijft: “Stel je voor een vijver waarin een waterlelie groeit. De lelie verdubbelt elke dag haar grootte. Als de lelie ongestoord kan groeien, bedekt zij in 30 dagen de gehele vijver, daarbij alle andere vormen van leven verstikkend. Geruime tijd lijkt de lelie klein, en daarom maak je je nog geen zorgen over het wegsnijden, tot het moment waarop de helft van de vijver bedekt is. Op welk moment zal dat zijn? Op de 29e dag natuurlijk! Je hebt nog één dag om je vijver te redden!”
* Telkens weer een verpletterend inzicht dat maakt dat ik vijvers met waterlelies altijd, maar dan ook altijd, associeer met ‘grenzen aan de groei’, het beroemde rapport waarna ‘de wereld nooit meer hetzelfde zal zijn’ (minister-president Joop den Uyl, naar aanleiding van de oliecrisis in 1973).

Ver voor het einde al schaakmat.
Ver voor het einde al schaakmat.

Schaakbord met rijst
* Ben ik de vijver eenmaal tot mijn opluchting gepasseerd, dan overdenk ik steevast dat andere verhaal uit hetzelfde Rome-rapport, waarmee het begrip ‘exponentiële groei’ op fabelachtige wijze uit de doeken gedaan wordt. Het bijbehorende rekenwerk houdt mij tot aan huis bezig, maar nog nooit heb ik het tot een goed einde gebracht.
* Ik citeer de opdracht weer naar het voorbeeld van Meadows: “Er is een oude Perzische legende over een slimme hoveling die een prachtig schaakbord aan zijn koning aanbood op voorwaarde dat de koning hem in ruil daarvoor 1 rijstkorrel voor het eerste veld van het bord, 2 korrels voor het tweede veld, 4 voor het derde, enzovoort zou geven.” De koning gaat daar ‘natuurlijk’ grif op in omdat ie denkt er met een spotkoopje van af te komen. Veld 4: 8 korrels, veld 10: 512, veld 15: 16.384, veld 21: 1.048.576 korrels, veld 25: bijna 17 miljoen. Bij veld 28 geeft mijn rekenmachinetje het op, geen schrijfruimte meer! Kortom: de rijstvoorraad van de koning was ver voor veld 64 totaal uitgeput.
* In het genoemde rapport van de Club komt Rome tot de conclusie dat ‘een dergelijke exponentiële groei geldt voor de bevolking, de voedselproductie, de industrialisatie, de vervuiling van het milieu en het gebruik van niet vervangbare natuurlijke hulpbronnen’. Geen wonder dus dat het rapport de wereld in 1972/3 deed trillen, voor even.
* Tegenwoordig zit de Internationale Gemeenschap globaal gezegd weer in de rol van de Perzische sprookjeskoning die hoopt er met een koopje van af te komen. Het denken van de wereld bevindt zich momenteel rond veld 10, nog helemaal niks aan de hand man!

Hoezo doorsnee?
Enfin, met cijfertjes heb ik al iets sinds 1942. Toen ik dat jaar in deze autobiografie beschreef eindigde ik met een gedicht uit mijn bundel ‘Lijkkisten en betimmeringen’ (1972). De ‘notitie aan de binnenkant’ heet ‘Huisje Weltevree’, en inventariseert hoe georganiseerd wij vroeger thuis met al die mensen in één huisje sliepen. Dat is tegenwoordig ‘gemiddeld’ toch heel wat anders…

Home Sweet Home.
Home Sweet Home.

HUISJE WELTEVREE

1 slaapruimte was ongeveer 4 x 3 x 2
3 bedden
5 kinderen

dat werden
5 volwassenen
4 volwassenen
3 volwassenen
2 volwassenen
ik
en toen was mijn slaapruimte te klein

er waren 3 van die slaapruimtes

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *