1950 – Hoe ik aan het kuiltje in mijn linker scheenbeen kwam

Vanaf nu beginnen dus die ‘oersaaie’ jaren vijftig. – Nou, dat zullen we dan nog wel ‘s zien. Te beginnen met 1950, een ‘heilig jaar’ volgens Paus Pius XII in Rome. In elk geval was het toeristisch daar een topjaar, want er kwamen meer dan drie miljoen pelgrims naar de heilige stad (waar toen nog geen zweem van ironie omheen hing). Onder hen mijn oudste broer J., kunstenaar in aantocht, en zijn vriend N., die samen een poging deden om te voet Rome te bereiken. Verder lezen

Intermezzo 1 – De jaren veertig

Bij het beschrijven van de eerste tien Balthasar-jaren heb ik uiteraard geen seconde volledigheid nagestreefd. Ik koos heel luxe de krenten uit de pap. En zelfs dat was vaak nog lastig, zoveel krenten als er zijn: over de beschreven jaren veertig liggen er nu zeker nog zo’n tien op de rand van mijn blogbord. – Ondanks dat de jaren vijftig al aan de poort staan te rammelen, maak ik nu even een tussenstop om nog een paar van die rand-krenten voor de eeuwige rust te behoeden. Verder lezen

1948 – Van Dichtbij en Veraf

Met een touw om de nek van de jonge boxer zonder staart kwam hij de straat inlopen, mijn uithuizige oudste broer J. die in Nijmegen voor kunstenaar studeerde bij beeldhouwer Paul Gregoir. De keren dat J. thuiskwam was het altijd een beetje feest, een soort ‘verloren zoon’-effect zeg maar – met gulzig eten, grappen en gelach. Deze keer bracht ie, o wonder, een verrassing voor ons mee.  Verder lezen