2016 – Slothoofdstuk 1: Ongewenst bezoek

Ongenode gast.
Ongenode gast.

Als je in 2017 over de historie van 2016 schrijft, beginnen dat verleden en het heden wel heel erg dicht tegen elkaar aan te schuren. Dan is er misschien minder reden om uit te weiden over wat algemeen bekend verondersteld mag worden (het wereldleed dat Trump heet, zeg maar), en meer ruimte om het persoonlijke vrij baan te geven. En daar is in 2016 waratje wel aanleiding voor omdat mijn alderliefste in mei ongewild en ongewenst bezoek krijgt van de sluipmoordenaar die borstkanker heet. Hoe gaan we dat varkentje wassen?

In alle openheid
Van meet af aan gooien we alle luiken open zonder er een openbare soap van te maken. Familie en vrienden waar we goede contacten mee hebben krijgen bij elke relevante vervolgstap een mailtje waarin de nieuwe situatie uitgelegd wordt. Mijn alderliefste houdt daarbij de touwtjes strak maar ontspannen in handen (afgezien van die doodenkele keer dat ze daar fysiek niet toe in staat is). Ze vindt  een optimistisch-lichte toets van schrijven zonder de afzonderlijke hobbels te verbloemen of te bagatelliseren. En het werkt: de geheimzinnige doem die het woord kanker oproept wordt in de kiem gesmoord, en er ontstaat bij alle betrokkenen een soort vanzelfsprekend ‘gemak’ om er mee om te gaan, om méé te leven, er zelf  wijzer van te worden.

De mri-scan, het begin van alle kankerbehandelingen.
De mri-scan, het begin van alle kankerbehandelingen.

Want laten we wel wezen: pas als zoiets algemeens als het begrip kanker, met zijn oppervlakkig-historische connotatie van ellende en dodelijkheid, een concreet geval wordt, ontdek je hoe genuanceerd en bijzonder dat algemene begrip ingevuld wordt, ‘kanker’ wordt ‘mijn borstkanker die we als volgt aan gaan pakken’, en ‘er kan altijd over gepraat worden zonder het er altijd maar over te hebben’. Het eerste mailtje dat mijn alderliefste verstuurt heet dan ook ‘Hoe vertel je zoiets?’, een van de vervolgmailtjes over de voorziene borstamputatie noemt ze ‘Vals plat’. Dat ontlokt zelfs de zwaarmoedigste betrokkene een glimlach. Zelf is mijn alderliefste overigens vooral en telkens weer nieuwsgierig naar de volgende stap. Bang lijkt ze niet, alert wel. Ik voel bewondering en optimisme, en ervaar tegelijkertijd het sluipend vermoeiende proces van de achtereenvolgende behandelingen.

Oncoloog Meulenbeld, de eerste specialist in een hele rij jonge vrouwelijke hulpverleners. Bijna geen man gezien!
Oncoloog Meulenbeld, de eerste specialist in een hele rij jonge vrouwelijke hulpverleners. Bijna geen man gezien!

Hoe verloopt zoiets?
Van genezen word je ziek. (En omgekeerd, liefst!) Want zó mankeer je niks, zó zeggen ze dat je ziek bent, zó gaan ze je behandelen, en zó word je vanzelf behoorlijk brak van al de behandelingen. Enfin, borstkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker. En dus is daar veel professionele belangstelling voor. Met als gevolg een heel scala aan behandelmethodes, veel soorten medicijnen, veel types prognoses; kortom een sterke individualisering van ‘de gevallen’. Algemene vragen ga je steeds vanzelfsprekender uit de weg, gesprekken met specialisten zijn zonder uitzondering empatisch en to the point, in het behandelteam tellen alle stemmen even zwaar. Dat kost geregeld tijd, die we pas later als relevant ervaren. Je staat er hoe dan ook niet alleen voor.

‘Ik heb goed en slecht nieuws voor u,’ zegt de oncoloog als eind mei de eerste scans en puncties uitgevoerd zijn. Het slechte nieuws is dat het kanker is, kwaadaardig. Het goede nieuws is dat het om een hormoongevoelige kankersoort gaat. Die is goed te behandelen met ‘hormoonpillen’, zodat chemo niet nodig zal zijn. Die pillen zult u wel 7 à 8 jaar moeten slikken, elke lichaamscel moet een keer aan de beurt komen om gemodificeerd te worden. Bovendien doen de pillen de tumoren langzaam slinken, zodat een operatie pas over een aantal maanden aan de orde is. We moeten natuurlijk wel zeker weten dat we ‘alles weg kunnen snijden’. En helaas, de tumoren zijn in hun combinatie te groot om een borstsparende operatie uit te voeren. Zoals we het nu zien is amputatie de aangewezen optie.

Het inbrengen én verwijderen van een 'nucleair zaadje' in je lijf vergt een strikte en strenge procedure. Interessant!
Het inbrengen én verwijderen van een ‘nucleair zaadje’ in je lijf vergt een strikte en strenge procedure. Interessant!

En dan begint er een hele rare zomerperiode: mijn alderliefste heet ‘ernstig’ ziek, slikt daar 1 klein wit pilletje per dag voor, en merkt verder helemaal niets. Sterker: ze voelt zich optimistisch en kerngezond, maar intussen. Intussen denkt de radioloog een vreemd plekje achter de longen te zien dat ‘uitgezocht’ moet worden, en er moet een nucleair ‘zaadje’ geïmplanteerd worden om de plaats van de ‘foute’ limfeklier te markeren zodat die straks bij de operatie gemakkelijk teruggevonden kan worden. Elke keer weer is er een ‘activiteit’ (mri-scan, ct-scan, pet-scan), de beoordeling daarvan ‘in het team’, en een week later het gesprek met de oncoloog, de chirurg, de longarts, al naargelang.

Zo verglijdt de tijd totdat in december eindelijk het besluit over de operatie valt: half januari 2017 gaat het gebeuren. Het is het begin van een nieuwe fase met pittige gevolgen. En omdat de fasen eigenlijk niet van elkaar los te maken zijn, gaan de volgende alinea’s over de eerste maanden van het volgende jaar, 2017.

De ingrijpende eerste maanden van 2017
Was het in 2016 nog goed mogelijk om ons ‘gewone’ leven min of meer voort te zetten, als de chirurg eenmaal met het mes in de aanslag vraagt of iedereen ‘er klaar voor is’, zeg je in je onnozelheid natuurlijk ‘ja’ omdat ‘nee’ geen serieuze optie is. Maar het leven gaat ondersteboven.

Piraten-bh of zeerover-bh, een uitvinding van lotgenoot Karin Spaink.
Piraten-bh of zeerover-bh, een uitvinding van lotgenoot Karin Spaink.

De operatie heet goed geslaagd, de wond is gigantisch, de gevolgen pijnlijk en ingrijpend beperkend. De hele lymfe-huishouding is in de war, er zijn zwellingen en bloeduitstortingen van schouder welhaast tot aan de heup; mijn alderliefste is nu echt ziek maar geenszins uit het veld geslagen. Op internet ontdekt ze de ‘piraten-bh’ en ze gooit de noodprothese onderin de lappenmand. En wanneer gaan we nu bestralen?

Dat duurt nog even en moet secuur voorbereid worden. Maar dan heb je ook wat: een individueel behandelplan van 16 werkdagen, elke dag met de taxi naar Deventer en terug, en voor de rest van de dag ‘afgewerkt’. Na 2 bestralingen al is de huid gevaarlijk rood: van de bestraling of door een ontsteking? Antibioticumkuren en siliconen-‘matjes’ brengen verlichting, de dikke drie weken kruipen voorbij. Het einde is een verlossing. Wat blijft is een chronische vermoeidheid-met-betekenis: daar moet je vooral aan toegeven omdat die helend werkt, elke dag, niet negeren.

Niettemin zet mijn alderliefste vaart achter het genezingsproces met dagelijkse oefeningen, ‘lotgenoten’-fysiofitness en aangepaste oefeningen ‘aan de apparaten’. Van lieverlede pakt ze ook haar ‘gewone’ activiteiten en werkzaamheden weer op, en tegen eind april 2017 is ze weer half de oude. De eerste driemaandelijkse controles staan in de agenda. We rekenen voor het hele proces voorlopig 2 jaren: 1 jaar voor de behandelingen, 1 jaar voor herstel en finale opbouw. We zijn nu halverwege, pardon, zij is nu halverwege, de toekomst lonkt.

Bestralingscentrum RTG, naast het Deventer Ziekenhuis.
Bestralingscentrum RTG, naast het Deventer Ziekenhuis.

Specialisaties
Denk niet dat je er bent, met je lokale ziekenhuis dat naar eigen zeggen regionaal en nationaal geroemd wordt om z’n specialiteiten. ‘Zutphen’ heeft een tweelingbroederschap met ‘Apeldoorn’ (samen ‘Gelre Ziekenhuizen’ geheten), alwaar de nucleaire specialiteiten en aanverwante operaties plaatsvinden. In Arnhem moeten we zijn voor de PET-scan, en bestralen doen ze in Deventer.

Van het begin af aan fietsen, treinen, bussen en taxiën we ons het heen en weer. Om nog maar te zwijgen van de bezoeken aan de huisarts, diverse apotheken en de  gespecialiseerde fysiotherapie ‘om de hoek’. Maar het is te doen, goed te doen, zeker achteraf. Het is met name de optimistische houding van mijn alderliefste die het voor iedereen ‘gemakkelijk’ gemaakt heeft. De door haar gevoerde correspondentie kan zó als leidraad in de boeken, wat mij betreft onder de titel: ‘Zo kan het ook!’ Het is een voorrecht om met haar het leven te delen. Daar wil ik graag een extra potje voor koken.

Nationaal Park De Meinweg, ongekende schoonheid in Limburg.
Nationaal Park De Meinweg, ongekend schone natuur in de omgeving van Roermond.

Beetje buiten beeld
Voor de wereldse actualiteit hadden wij in deze periode begrijpelijkerwijs wat minder aandacht. Maar dat ga ik bij het jaar 2017 inhalen, met opmerkingen over bijvoorbeeld de sluiting van de V&D-winkels, het Oekraïne-referendum, de Brexit, de mislukte Coup in Turkije, en vooral de gotspe van de verkiezing van Trump tot president van Amerika.

En natuurlijk maken we dan ook een paar privé-uitstapjes zoals onze driedaagse trektocht door het Teutoburger Woud, lopen door natuurgebied De Meinweg in Limburg, onze bezoeken aan de Grote Jeroen Bosch Tentoonstelling, en aan onze voortdurende verhuisplannen. Tenslotte moet je naar de toekomst kijken, nietwaar.

Een man in de tuin, beeld van Ans Reichgelt.
Een man in de tuin, beeld van Ans Reichgelt.

En ik dan?
Het was me het jaartje wel, 2016 en dat eerste stuk van 2017. Een periode om af te sluiten met een sprekend gedicht, tevens sluitpost van dit eerste slothoofdstuk van mijn autobiografie in jaartallen (1940-…). Daar komen veel gedichten voor in aanmerking, maar ik hoop nog vele slothoofdstukken te kunnen schrijven zodat al die eerste keuzes van mij aan bod komen. Vandaag begin ik met een vers van Rutger Kopland (1934-2012), het heet ‘Zelfportret’ en komt uit de bundel ‘Een man in de tuin’ (2004). Toevallig heb ik gister nog flink in de tuin gewerkt. Dus ik zie er wel wat in.

ZELFPORTRET

Je ziet een man in de tuin
hij lijkt verzonken in zichzelf

die man ben ik, ik weet het
maar als je lang kijkt naar een foto
van jezelf verval je in gepeins –
wie je bent en wie je bedoelt
als je ik zegt, enzovoort

ik kijk en kijk in dat gezicht
en inderdaad – ben ik dat?

over het ik is veel nagedacht
ook door mij, maar de meningen
lopen nog steeds ver uiteen
ook die van mij – zoals dat gaat
met woorden die niet kunnen
worden begrepen

niemand heeft ooit zichzelf gezien
maar het verlangen blijft
naar het onzichtbare ik

je zoekt in wat er van je
overbleef een man in de tuin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *