2018 – Het huis met de trappen

Poster van Loesje
Poster van Loesje

Het is mij vreemd te moede om het werk aan mijn autobiografie – ‘Een leven in jaartallen’ –  na het hectische jaar 2018 te hernemen. Temeer omdat ik in de afgelopen maanden veel computertechniek verleerd blijk te hebben die ik eerder met  pijn en moeite onder de knie gekregen had. Soit. Was 2017 het jaar van de moedige maar ook wel een beetje ‘sprong-in-het-heelal’-beslissing, in 2018 werd ons nieuwbouwhuis gerealiseerd en na veel ‘gedoe’ in gebruik genomen.
Ach 2018, het is ook een jaar van de dood, die mij opnieuw een broer en een zus (en tussen haakjes ook nog 4 oude vrienden) af wist te troggelen, zodat van ons grote gezin met 13 kinderen nu nog slechts een smaldeel van 5 nazaten resteert. Ikzelf zit precies in het midden van die vijf, ben op het moment van schrijven 79, en klauter elke dag de twee trappen in ons nieuwe huis omhoog. En omlaag.

Op weg naar het einde, en dat al 78 jaar

Traplopen – ‘Op jouw leeftijd nog een huis met trappen gekocht? Maar dan ligt een appartement toch veel meer voor de hand?’ – Deze retorisch bedoelde vraag die wij van veel mensen kregen, doet mij denken aan een overheid die je op je 55-ste verjaardag een brief stuurt met ‘tips om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen’, en die je jaren later in een andere brief meedeelt dat je tot je 67-ste door mag blijven werken. Tja, het valt niet mee om de tekenen des tijds altijd maar juist, evenwichtig en tijdig te  doorzien. Volgens recent wetenschappelijk onderzoek is de allerlaatste vorm van bewegen die je op moet geven… het traplopen! Tegelijkertijd blijkt de prijs van appartementen onevenredig veel gestegen te zijn omdat… er zoveel vraag naar is.

Ambivalentie – En dan dat 2-regelige gedicht van Wim T. Schippers: ‘Dood? / Niks aan te doen!’, zoals hij het ooit door IJf Blokker in de Barend Servet-show liet declameren. Dat flegma, dat hoop ik ooit nog eens te ontwikkelen… al moet ik wel een beetje tempo maken natuurlijk. En overigens: elke dode in je directe omgeving, is er een te veel. Daar helpt geen Wim T. Schippers tegen. Een beetje mens raakt die ambivalentie nooit kwijt, natuurlijk niet.

And the times they are a changin’ (Bob Dylan, 1964) – Achteraf is het telkens weer ongelooflijk hoe ‘alles’, ondanks ziekte/dood/verhuizing, altijd maar doorgaat, ook in 2018 weer: confronterende naweeën van kankerbehandelingen, ischias die je drie maanden meent te mogen tergen, heerlijk verlopen etentjes met vrienden en familie, excellente film/wandel/kunstclub-activiteiten, jeukerige doktersbezoeken, talloos veel woningbezichtigingen, onoverkomelijk lage rivierwaterstanden en droogterecords, een minister die per ongeluk droomt dat ie met Poetin in de datsja zit en vanwege die droom geen minister kan blijven, KLM-piloten die vanaf 1 januari geen pet meer mogen dragen ‘omdat dat niet meer van deze tijd is’; en dan natuurlijk nog die stress-gerelateerde ochtendpaniek, die irritante  slapeloosheden… een mens blijkt onnoemelijk veel te kunnen verstouwen voor ie door een burnout of depressie geveld wordt. – If!

The times they are a changing – Bob Dylan, 1964

Naar Zutphen!

IJsselbrug- Foto: Jost Hindersmann
IJsselbrug- Foto: Jost Hindersmann

Niet te groot, niet te klein – Na 17 jaar woongenot in het dorp ‘Eefde’, in een oud huis met grote tuin (ik vat het nu maar even heel kort door de bocht samen), betrokken wij in 2018 een nieuwbouwhuis in Zutphen, op slechts een boogscheutje lopen van station en hartje centrum. Ideale locatie voor de ouder wordende mens zonder auto, met zin in stadse geneugten van betrekkelijk kleine schaal. Zutphen telt zo’n 40.000 inwoners, is een historische Hanzestad, en is doordesemd van een aangenaam levensritme. De stad ligt op de rand van de Achterhoek, aan de parelende rivier De IJssel, en is omgeven door geneeskrachtige wandelgebieden. – Tot zover de wervende tekst  ‘Zutphen bruist!’ voor de plaatselijke VVV. Maar er is geen woord van gelogen. Eefde beviel mij, Zutphen bevalt mij.

Het Waldhoorn – In de aanloop naar de oplevering van het nieuwe huis, bivakkeerden wij noodgedwongen een maandlang op Camping Het Waldhoorn (sic), in een stacaravan waar het de afgelopen zomer onuitstaanbaar heet moet zijn geweest, maar waar wij na half oktober uit vluchtten wegens onhoudbare koude en ongemak. Toen gingen we maar verder met kamperen in ons nieuwe huis; dat was helaas nog niet af terwijl onze inboedel in de loodsen van de verhuizer opgeslagen lag. Dat nieuwbouwkamperen duurde bovendien nog wat langer dan gewenst omdat aan de ooit afgesproken verhuisdatum niet te tornen viel – wegens overstelpende drukte bij de verhuizer.

Weet jij waar de schaar ligt? – De eerste maanden in zo’n nieuw huis zijn een regelrecht avontuur. Je weet niets! Niet waar de schaar/theedoek/agenda/oplader ligt, niet hoe de vloerverwarming/kookplaat/brandalarm/buitenlamp werkt, niet hoe je de koolstoffilter van de afzuigkap moet vervangen, niet waarom de laptop het niet doet, niet waarom je groencontainer niet geleegd wordt, niet dat je nieuwe straat tijdelijk doodlopend verklaard is zodat leveranciers je niet kunnen bereiken. ‘Ach, er is zoveel,’ om met Toon Hermans te zingen. – Toch ontvingen wij bij de oplevering een moderne USB-stick van de aannemer ‘waar u alles aangaande het nieuwe huis op kunt vinden’. Maar niet heus, en bovendien zijn veel instructies – ook op het uitgedraaide papier – voor leken nauwelijks te begrijpen. Een avontuur, dat zei ik al.

Leerschool – Een nieuwbouwhuis is kortom een leerschool die met klas 2 begint terwijl je voor klas 1 afgewezen werd en nog niet hebt leren lezen en schrijven. Een uitdaging, in modern jargon. Maar helaas ben ik niet meer zo snel van begrip als toen ik me op 1 september 1946 aan de hand van mijn vader voor de eerste klas meldde.

‘Ons huis’ – Het elan waarmee mijn alderliefste de nieuwe-huisklus aanpakt en naar eigen wensen ombuigt, is even stimulerend als effectief. Misschien niet op het gebied van de koolstoffilters, maar wel op talloos veel andere terreinen. Het huis wordt er steeds meer ‘ons’ huis van, en dat is het allerhoogste! Wij knappen er allebei zienderogen van op.
Bovendien betaalt onze vooruitziende planning zich nu uit. De overkapping achter het huis is binnen een dag geplaatst, de hovenier voert ons gezamenlijke tuinplan uit terwijl overal elders de mensen nog door de modder naar binnen sjokken, de stucadoor/schilder/behanger zijn wonderen van effectieve snelheid, de woninginrichter tovert nog ruim voor de verhuizer arriveert een aangename sfeer aan ramen en vloeren.

Geen tijd voor nostalgie – Tussendoor ontvangen wij allerlei groepjes geïnteresseerden, vrienden en familie die zich verlekkeren aan de keukenkleuren, de royale overlopen en de twee badkamers. En elk noodzakelijk boodschapje is in een vloek en een zucht gedaan in al die nabije winkels. Nu alleen nog even al die nieuwe apparatuur aan de praat zien te krijgen. – Kortom, geen tijd om Eefde te missen of door nostalgie overmand te worden.

Tot zover een kleine selectie opmerkingen over verhuizen naar Zutphen anno 2018, ‘de overgang naar een beter leven’, een kwalificatie die vroeger gereserveerd was voor het ‘opgaan naar de hemel’. Hemels is het er, in ons nieuwe huis in Zutphen, maar om dat nou met hemelen te vergelijken… Onzin natuurlijk. Het is gewoon een matig geslaagd bruggetje naar het fenomeen van de definitieve verhuizing: In Paradisum. Ook zo’n lekker fantasiebegrip, om Het Einde te maskeren.

Toen waren er nog maar vijf

Het grote aftellen – Ik ben Een leven in jaartallen, zoals bekend, begonnen in mijn geboortejaar 1940. Ik was nummer tien in ons gezin, na mij dus nog drie in de maak. Toen was het 1947, en kon het grote aftellen beginnen. Ho, wacht even, ons eerste dode kind viel pas in 1994, hij was tevens de oudste, maar nog helemaal niet oud, 67. (Zie: 1994: ‘Even papa uitzetten!) Sindsdien zijn er acht van mijn allernaasten weggevallen, gemiddeld één in de drie jaar; het aftellen gaat gelukkig een stuk trager dan het optellen, al zijn er natuurlijk geen garanties voor de nabije toekomst.

Missen – Mijn broer Louis, die overleed op 8 maart 2018, kan ik hier herdenken met een verwijzing naar de aparte aflevering in deze autobiografie: Intermezzo 10 – In memoriam Louis Vaes, mijn broer uit het verre verleden. Ik weet niet of God ‘zijn ziel hebbe’, dat is een kwestie van geloven. Dat we hem (en dan bedoel ik niet God) missen is buiten kijf, godgeloeiendenakendenheerzonderhemdnogantoe!

Groeipapier vergeetmenietjes
Groeipapier vergeetmenietjes

Vergeetmenietjes – Ook mijn zus Lisa, overleden op 7 juli 2018, was een geval apart. Wij dachten dat ze de tachtig nog wel zou halen, maar uiteindelijk kwam ze drie weken te kort. Ze heeft nog maar twee weken ‘geleefd’ na de medische constatering dat de kanker terug was, en volledig uitgezaaid. Na de verwarrende  schrik van enkele dagen stond haar besluit vast: niks aan te doen, kappen dus. Een bewonderenswaardig en kordaat besluit, waar ze geen seconde van afgeweken is. Ik heb er het diepste respect voor, en neem hier nogmaals mijn virtuele hoed diep voor haar af. En nog een keer. En nog een keer. – Lisa leeft voorlopig voort in de vergeetmenietjes waarvoor wij op haar begrafenis de zaadjes in een vrolijk stemmend zakje van groeipapier uitgereikt kregen.

Valletjes – In de afscheidsdienst heb ik haar kunnen eren en gedenken door het verhaal van de ‘Valletjes’ voor te lezen, de neerslag van een avondlijk telefoongesprek dat ik een paar jaar eerder met haar voerde. Het staat in deze autobiografie in ietwat andere versie in de aflevering van het jaar ‘2007Over langpootmuggen, valletjes en het aanzien van de dood. Tja, het blijkt niet moeilijk om ‘Een leven in jaartallen’ in een paar rode lijnen uit te drukken: de laatste jaren ontwikkelt Magere Hein zich tot een markante ‘dramatis persona’ die heel goed weet wanneer hij in Ispahaan moet zijn.

Dankwoord – Mijn jongste zus Netty en nichtje Mary hebben Lisa die laatste weken dag en nacht en in de beste harmonie begeleid. Ook daar heb ik de grootste bewondering en respect voor. Hoed af! – Zwager Leo bedank ik hier nog eens voor zijn niet aflatende inzet vóór, tijdens en zeker ook na de begrafenis van Lisa. Die jongen heeft zich zo uitgesloofd dat ie bijkans neerviel tussen de restanten van Lisa’s boeltje.

Het standbeeld is nog in de maak
Het standbeeld is nog in de maak

Een klein standbeeldje verdienen ze zeker, deze drie Lisa-watchers. Maar ik twijfel eraan of die paar overgebleven Balthasartjes dat nog voor elkaar krijgen.

Mijmeren in de zon

Remco Campert (1929), het zondagskind in de Nederlandse poëzie
Remco Campert (1929), zondagskind in de Nederlandse poëzie

Elk jaar is een aaneenrijging van groot en klein, vrolijk en verdrietig, belangrijk en onbenullig, dapper en angstig, zonnig en nat, bitter en zoet. Okee, er zijn uitschieters, en soms dreunt een enkele gebeurtenis een heel jaar door. Maar door de bank genomen houden ze elkaar aardig in evenwicht, die tegenstellingen. Mijn 2018 laveerde tussen toekomst en verleden, tussen nieuwbouw en afscheid, tussen aarde en hemel.
Maar hoe krijg je dat nou in een slotgedicht verwoord? Met gesloten ogen trok ik de verzamelbundel ‘Kus zoekt mond’ van Remco Campert uit de poëziekast. En wel drie gedichten kwamen in aanmerking. Tenslotte kwam ‘Zondag’ nog het dichtst bij mijn eigen gevoel van ambivalentie over het jaar 2018.
Het gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Bij hoog en bij laag’, 1959. Ik citeer het uit de verzamelbundel ‘Kus zoekt mond’, Rainbow Pocketboek 516, uit het jaar 2000.  – Voor morgen is gelukkig zonneschijn voorspeld.

ZONDAG

Zondag had ik me voorgesteld
in de hangmat door te brengen
tussen de stevige stammen van de bomen
dicht boven de aarde
en van de hemel ver genoeg verwijderd
om me een mens op zijn plaats te voelen.

Maar het regende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *