1956 – Hoe koud het was, en hoe dichtbij

In de jaren vijftig en zestig vliegen ze uit, de Balthasartjes. De meisjes trouwen van huis uit, of liever: vanuit huis, nog preciezer gezegd: vanuit het ouderlijk huis. Vijf keer is er een bruiloft in de werkplaats/winkel aan de Korenbrugstraat, zeven maal verkassen we met de hele bubs naar andere ouderlijke huizen. De eerste keer naar Amsterdam voor mijn kunstbroer en zijn artistieke vrouw, een keer naar Schijndel als ik zelf aan de beurt ben, de andere keren naar elders in Den Bosch.

Bruidspaar jaren vijftig
Bruidspaar jaren vijftig

De traditie eist de dame lang in het wit met bruidsboeket, de heer in het zwart met (gehuurde) billentikker en hoge zijden hoed. Bij al die zwart/wit-portretten staat m’n verstand stil van onbegrijpelijk voltooid verleden tijd, en kan ik alleen maar denken: zijn wij dat, of liever: waren wij dat? Ja, dat waren wij, en op grond daarvan alleen kun je het billijken dat één van mijn zussen in een blauw mantelpakje trouwde. De enige die zogenaamd ‘moest’, de enige ook die er naar huidige maatstaven na al die tijd nog enigszins ‘toonbaar’ uitziet. Een aspect dat altijd ondergeschoven gebleven is.

Toon en Riekie – In februari 1956 was het de beurt aan mijn broer Toon en zijn kittige verloofde Riekie. Aangezien zij geen ouderlijke huis meer had, en dag en nacht in dienst was bij het café-gezin Van Geffen aan de Sint-Jansstraat, vond de bruiloft in dat café zelf plaats. Dat had zo zijn voordelen. Er was automatisch sfeer, het was er ruim, er was een podiumpje, er kon ‘professionele’ muziek gemaakt worden, en er was een ruim aanbod van dranken. En vooral: ze waren gewend om de zaak ‘warm’ te stoken.

Dat was in dit geval geen onnozel punt: februari 1956 was de koudste februari ooit in De Bilt gemeten, met gemiddeld 9 graden onder normaal. Volgens de databanken was op bepaalde plaatsen de temperatuur tussen 30 januari en 1 februari met maar liefst 25 graden gedaald: van +9 naar -16. Ik schrijf dit over uit de Nederlandse Wikipedia, want hoewel ik me nog goed herinner dat het op de trouwdag van Toon en Riekie stervenskoud was, dat het er zo bar aan toegegaan is, wist ik niet meer.

Het feest zelf was wat later ‘doorsnee’ is gaan heten. Op één ding na: mijn oudste broer, de kunstenaar, wist het hele bruiloftsgezelschap op de banken te krijgen met zijn geheel eigen versie van: ‘Ik ben ’n muzikant, en ik kom uit Schwabenland. / Ik kan mooi spehelen. / Wat kun jij spehelen?’ – In bijgaand YouTube-filmpje vind je een zwakke afspiegeling van het succes van ‘onze Jan’ dat nog luid en duidelijk in mijn geheugen zit (en er zo nu en dan ook uitkomt).

Na het feest toog het kersverse bruidspaar te voet door de kou naar zijn nieuwe woning: twee kamers boven de winkel van kruidenier Van Bakel/Heijmans, wel anderhalve straat verwijderd van Riekie’s ‘ouderlijke café’, en op krap 50 meter afstand van ons eigen huis. – Die twee gingen wij nog vaak zien, hoor!

De tuinman en de dood – Sinds een paar jaar heeft ook De Dood zijn oog laten vallen op de echtelieden die qua oorsprong afkomstig zijn van, of gelieerd zijn aan, het pand met de emaillen aanprijzing ‘Lijkkisten & Betimmeringen’. Negen mannen en vrouwen moeten we inmiddels van de oorspronkelijke vijfentwintig kinderen ‘met aanhang’ aftrekken, vijf broers en zussen, vier aangetrouwden.
De meest recente dode is ‘ons’ Riekie, 58 jaar lang de echtgenote van mijn broer Toon, eigener in de familie dan de eigen kinderen &  kittig tot in de dood.
Hoe De Dood zich ook vermomt, het achteruit hollen van de Balthasartjes gaat gedecideerd en in gestrekte draf richting  Ispahaan.

En hoe maken de wereld en de zestienjarige zelf het? – In 1956 word ik met een matig rapport bevorderd naar 5 Alfa. Volgend jaar geen ‘vrij boeken’ meer, dat gaat mijn vader dus geld kosten, een meer dan ongemakkelijk gevoel. Ik ga geregeld bij de jonge familiegezinnen in hun kamerwoningen babysitten, maak er mijn huiswerk, lees er de Prisma-boeken van François Mauriac, Thomas Mann, Arthur van Schendel, Aart van der Leeuw, Simon Vestdijk en talloos veel andere titels waaronder de ‘Camera Obscura’ van Hildebrand, en luister er naar de liedjes van het Eerste Eurovisie-Songfestival in Zwitserland, dat gewonnen wordt door… Lys Assia. Wie? Ik heb er geen enkele nadere reminiscentie aan, wel aan de volgende jaren, en meer dan ‘een beetje’.

In november houdt de wereld de adem in als een Sovjet-Russische legermacht Boedapest binnenvalt en met grof geweld een einde maakt aan de ‘Hongaarse opstand’.  Voor wie weten wil hoe dat ook alweer zat, neem ik bijgaand onthutsende YouTube-filmpje op, het duurt minder dan 2 minuten.

Scholieren uit het Bossche onderwijs organiseren een protestbijeenkomst op de Parade. Maar ik heb het te druk met mijn huiswerk. Een misser waar ik tot op de dag van vandaag spijt van heb. Nederland gaat intussen over tot een boycot van de Olympische Spelen in Melbourne; ooit hadden sport en politiek dus wel degelijk iets met elkaar te maken, gelukkig.

J.A. dèr Mouw - Je bent de wolken en je bent de hei
J.A. dèr Mouw – Je bent de wolken en je bent de hei

‘Elke spiegelscherf is opnieuw een spiegel’ – Lyrisch is Gerrit Komrij over het gedicht ‘Kent iemand dat gevoel…’ van de dichter/filosoof J.A. dèr Mouw (1863-1919), Uitg. Van Oorschot. Zijn bespreking ervan in de essaybundel ‘In liefde Bloeyende’ meldt o.a. dat ‘de dichter zich vaderlijk naar ons over buigt om daarna een heksentoer te gaan uithalen. Die heksentoer komt er in het kort op neer dat dit een gedicht is over het getal twee. Twee zijn er nodig om te koppelen, twee zijn er nodig voor verdeeldheid. […] Denk aan Romeo en Julia.’ En: ‘Verdriet en geluk zijn hetzelfde, kind en oud, leven en dood, moment en eeuwigheid. De Ik wordt de Ander, de Ander wordt Ik, en beiden worden allebei.’
Een mooiere hommage aan Riekie en Toon – en aan m’n andere  (schoon)-broers en -zussen – heb ik niet kunnen vinden.

KENT IEMAND DAT GEVOEL . . .

Kent iemand dat gevoel: ’t is geen verdriet,
’t is geen geluk, geen menging van die beiden;
’t hangt over je, om je, als wolken over heiden,
stil, hoog, licht, ernstig; ze bewegen niet.

Je voelt je kind en oud; je denken ziet
door alles, wat scheen je van God te scheiden.
’t Is, of een punt tot cirkel gaat verwijden;
’t is, of een cirkel punt wordt en verschiet.

Je denkt: Nooit was het anders; tot mijn Wezen
ben ‘k al zo lang van sterflijkheid genezen.
Je weet: Niets kan mij deren: ik ben Hij.

Tot zekerheid je twijfel opgeheven,
zo hang je als eeuwig boven je eigen leven:
je bent de wolken en je bent de hei.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *