Intermezzo 2 – De jaren vijftig

Jukebox met tientallenn keuzenummers
Jukebox met tientallen keuzenummers

Kregen in de eerder beschreven jaren vijftig de klassieke en de gewijde muziek de ruimte via Schola Cantorum en het ’s-Hertogenbosch Jongerenkoor, het populaire lied is er tot nu toe wat bekaaid van afgekomen. Daar zat niks achter, het is gewoon zo gelopen met die blogs. Maar gelukkig is daar het fenomeen van het Intermezzo, dus dat ga ik deze keer nou eens helemaal wijden aan figuren als… 

Dean Martin, Dorus, Les Paul & Mary Ford, Freddy Quinn en Pat Boone. Om niet te zwijgen van Louis Davids, Heleentje van Capelle en The three Jacksons. Patty Page, Edith Piaf of Eddy Christiani: had ook gekund. En-zovoort, en-zoverder, als ze maar van populaire nummers uit de jaren vijftig bekend zijn en iets met mijn leven van doen hebben.

45-toeren-plaatje van Marina
45-toeren-plaatje van Marina, een voorbeeld

Natuurlijk zongen wij ’in the fifties’ liederen onder de afwas, vaak met gitaarbegeleiding van mijn broer Cor die er kaas van gegeten had hoor. Ouderwetse krakers als Swing low, sweet charriot / Sarina, een kind uit de dessa / Maria te minnen, wat zalig genot. En ook nog wel nummers uit de oude schoolbundel ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’, zoals Op de grote stille heide / Klokke Roelant (Over Gent rijst, eenzaam en grijsd) / Ferme jongens, stoere knapen.
Maar buiten woedde intussen een waterval aan veranderingen, rock & roll, Amerikaanse crooners, Franse chansons, Jazz en Dixieland. Die muziek kwam tot ons via de radio(distributie), de Arbeidsvitaminen, en in rijke gevallen via de pick up (platenspeler). Bovendien beschikte elk café over een jukebox met een ruime keuze aan 45-toeren-plaatjes. Dat hielp natuurlijk ook.

Zo herkende je de oude muziekwinkel
Hieraan herkende je vroeger de muziekwinkel

Tv hadden wij niet, dus de muziek uit die tijd is typisch iets van het gehoor. Maar beeld wás er wel, dat blijkt, nu ik via You Tube probeer om zoveel mogelijk originele uitvoeringen te vinden van muziek uit de jaren vijftig die ik graag met u zou willen ‘delen’ (ik ‘haat’ dat woord, maar ik kan er soms niet onderuit). Een fantastische duik in mijn eigen verleden, maar dan aangekleed. O, wat vind ik het jammer dat ik niet voor één keer een tv-rubriek mag vullen.

Ik heb er lang over gedacht op welke manier ik u ‘mijn nummers’ het beste kan presenteren. Uiteindelijk heb ik toch gekozen voor een chronologische aanpak. Omdat elke andere indeling meer verstand van de popmuziek vereist dan ik in kan brengen. En bovendien blijf ik zo het uitgangspunt van de Balthasarsblog trouw, dat niet voor niks ‘Een leven in jaartallen’ heet. – Gaat ie. ( Klik op het driehoekje als je  het filmpje af wilt spelen.)

1950
Bekend werk uit dit jaar is o.a. Max van Praag met zijn Daar zijn de appeltjes van Oranje weer en Joseph Schmidt met Ik hou van Holland. Nummers om hardop mee te zingen, en dat deden we dan ook uit volle borst. Vooral toen we met alle kinderen uit de buurt een bus-uitje hadden naar De Distelbergen bij Drunen. Man, wat een dag!
Maar het meest genoot ik toen ongetwijfeld nog van De voetbalmatch, in een ruk uit het hoofd gezongen door mijn broer Cor. De oorspronkelijke zanger, Louis Davids, is een goede tweede. Bij het afspelen bleek ik bijna de gehele tekst nog mee te kunnen zingen!

1951
Een jaar waarin de crooners uit Amerika sterk op kwamen zetten: Guy Mitchell met My Truly, Truly Fair, Nat King Cole met Mona Lisa, Patty Page met Tennessee Walz. En vergeet ook Doris Day niet, met Lullaby of Broadway.
Mijn voorkeursnummer is het wat ‘deftiger’ How high the moon van Les Paul & Mary Ford. Subtiele zang, weergaloos knap gitaarspel. Zie het aan, en laat u verrassen. Bij mij duurde het ook een tijdje voor ik het nummer ‘door’ had.

1952
Een sterk Nederlands jaar, met de Poppetjes in mijn ogen van Annie de Reuver, Spring maar achterop van Eddy Christiani, Kom d’r in, zet je hoed af van de Swinging Nightingales en met het feestlied Over vijfentwintig jaar van De Ramblers. – ‘Kom d’r in’ werd niet voor niks de naam van de bestbeklante friettent op de Markt in Den Bosch.
Maar ík viel in 1952 als een blok voor de nummers van Edith Piaf, Padam, padam, padam en vooral Non, je ne regrette rien. Mensenmensen, wat een stem, wat een emotie, wat een brok in de keel!

1953
Een wat minder jaar, maar toch met Seven lonely days (Bonnie Lou), Wonderful Copenhagen (Danny Kaye), en met het operaëske Granada van Mario Lanza. Verder had je nog het tragi-komische nummer How much is that doggie in the window van Patti Page. Ach, dierenliefhebbers hadden het toen best een beetje moeilijk, meen ik.
Maar een prijswinner zit er dit jaar niet in.

1954
Tobi Rix deed het goed met Heer in het verkeer (hoewel ik zelf niet zo van dat getoeter en getimmer hield), Wim Sonneveld vond ik al aardiger met Daar is de orgelman, maar hoe Oh, Heideroosje van het Orkest Zonder Naam zo populair kon worden, gods wegen en die van de platenindustrie zullen mij altijd duister blijven.
Beter werk, heel wat beter werk, wat zeg ik: prachtwerk leverde Leroy Anderson met The Typewriter, een nummer dat ik al eerder liet zien in de Balthasarsblog (1954). Mede daardoor zou dit jaar Oh mein Papa van Eddie Calvert misschien een plekje bij de besten verdienen: machtig trompetgeschal, violistische zang op de achtergrond. Maar te zoetig voor mijn overzicht.

1955
Een rijk jaar (met grote successen voor Johnny Jordaan) waarbij ik meteen overga tot het noemen van de twee grootsten, op een gedeelde eerste plaats dus.

* Malaguena van het Trio Los Paragayos – het filmpje duurt ruim vier minuten, en valt daarom af, maar we hebben het hier wel over een kunstwerk. Onbegrijpelijk jammer dat ik dat nooit eerder gezien heb.
* Doctor Jazz van onze eigen Dutch Swing College Band met – let op, in het hart van het filmpje – onze allereigenste Huub Jansen achter de drums. (Ach, Huub Jansen, ik zie hem nog met zijn rijzige gestalte over de Hoge Steenweg lopen, langs de muziekwinkel van Coen van Orsouw. Nul kapsones, maar wat een swing!)

1956
Eerst het suikergoed, want zie maar: Klappermelk met suiker, Amboina Serenaders / White Christmas, Bing Crossby, / O, wat ben je mooi, De Spelbrekers / Twee reebruine ogen, De Selvera’s / Whatever will be, will be, Doris Day / Memories are made of this, Dean Martin / M’n wiegie was een stijfselkissie, Zwarte Riek / en nog veel meer van dit ‘lekkers’.
Daar heb ik verder niets aan toe te voegen, of het moeten de twee lichtpuntjes van Bill Haley zijn: Rock around the clock (reeds eerder vertoond in de Balthasarsblog 1956), en See you later alligator.

Een machtige uitzondering dit jaar is Heartbreak Hotel van Elvis Presley, niet in het minst omdat het interessantste duincafé van Terschelling ernaar genoemd is, met een roze zwevende Caddillac op het strand. Bovendien is het in de oorspronkelijke uitvoering nog een tamelijk rustig nummer ook, voor Presley dan. Maestro, muziek!

1957
Een mooie revanche, 1957, met zeker vier filmpjes-kandidaten: Ice cream van Chris Barber’s Jazz Band, Bye Bye Love van de Everly Brothers, Blueberry Hill van Fats Domino, Tutti Frutti van Little Richard.
Ook verder is er nog heel wat te genieten: Jailhouse Rock, Island in the sun, Last train to San Fernando, Yes tonight, Josephine, The Platters, Paul Anka – werkelijk te veel om op te noemen.

Ik ga niet voor het beste nummer dit keer, maar voor de muziek waar ik zelf de leukste herinnering aan heb: dansles met Ice cream, you screame van Chris Barber op de ‘draaitafel’.

1958
Grote namen zijn nu definitief doorgebroken. Naast de al eerder genoemden noteer ik nog: Nat King Cole, Pat Boone, Johnny Otis, Johnny Matis, Louis Prima (Buona Sera), Connie Francis, Caterina Valente, Domenico Modugno, Mitch Miller, The Butterflies – ik vergeet er nog -tig, maar het geeft wel aan hoe de popmuziek aan zijn naam komt: de hele wereld ís muziek geworden. In elk gezin is nu wel een platenspeler, de hitlijsten zijn niet meer bij te houden, het is duidelijk waar het meeste zakgeld aan op gaat (niet bij mij trouwens, maar dat is zoals bekend een ander verhaal).

Uit de vele kanshebbers in dit rijke jaar kies ik intuïtief voor de uitvoering van Save the last dance for me door The Drifters. Het nummer is in 1958 geschreven door Doc Pomus & Mort Shuman, en iedereen boven een zekere leeftijd kan het dromen. Misschien geeft dit nummer wel het best de sfeer van die tijd, zoals ik me die herinner, weer. – Droomt u even mee:

1959
En alweer kan de koek kwalitatief en kwantitatief niet op: ik beperk me opnieuw tot de bekendste nummers. Kingston Trio,Tom Dooley / Everley Brothers, Till I kissed you / Lloyd Price, Personality / Peggy Lee, Fever / Perry Como, Mandolins in the moonlight / Rocco Granata, Marina / The Platters, Smoke gets in your eyes / Teddy Scholten, Een beetje (winnaar Eurovisie Song Festival 1959). – Een aantal van deze nummers, waaronder Fever van Peggy Lee, zijn nog steeds zo bekend, dat ze nauwelijks als typisch voor hun jaar van verschijnen genoemd kunnen worden. Mede daarom kies ik dat filmpje niet.

Ik kies wel voor Sam Cooke met Only sixteen. Niet omdat ik zelf grootse herinneringen heb aan dit nummer, maar omdat de man die slechts 33 jaar oud werd, volgens kenners, invloed gehad heeft op een keur aan artiesten na hem. Ik citeer Wikipedia: Rod Stewart, The Rolling Stones, The Animals, Simon and Garfunkel, Van Morrison, James Taylor, The Beatles (met name John Lennon), John Mayer, Bruce Springsteen, Bob Marley, The Band, Steve Perry, Marvin Gaye, Otis Redding, Lou Rawls, Al Green, The Temptations, Aretha Franklin, Mavis Staples, Ben E. King, Billy Joel, Seal en The Afghan Whigs. Ben je dan groot of niet?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *