Intermezzo 6 – Reflecteren maar

Het einde van het Balthasarsblogjaar 2015 loopt onvermijdelijk uit op een korte terugblik en een kleine herpositionering. Ik heb nu 45 jaartallen van mijn leven beschreven (1940 t/m 1985), exclusief 6 intermezzi en terzijdes. In printpagina’s uitgedrukt zijn dat 194 volgeplempte A4’tjes – en dan heb ik de ruimte voor de geplaatste YouTube-filmpjes natuurlijk niet meegerekend omdat die in het printproces nou eenmaal niet existeren.

Tandje minder

Even wat rustiger aan...
Ietsje rustiger aan graag…

Elke week een voldragen aflevering, het is een beetje veel. Het volgende schrijfjaar zal ik dan ook en eindelijk overstappen op het oorspronkelijk bedoelde scenario van één aflevering per twee weken (zie de introductietekst ‘Mijn feuilleton’ die ik op 6 januari 2015 aan de eerste aflevering (1940) vooraf liet gaan). Als dat lukt ben ik ook eind 2016 nog niet volledig klaar, maar nog altijd ruim voor m’n tachtigste, zoals ik heb beloofd en waar ik op hoop.

Maar alla, is dat nou nodig, alweer een intermezzo dit intermezzo? Ja, vind ik wel. Omdat er naast bovengenoemde praktische zaken ook een inhoudelijke reden is om eens even pas op de plaats te maken. Het heeft alles van doen met een recente reflectie op wat ik beschrijf en waar ik niet over schrijf. Mijn feuilleton heet niet voor niks ‘Een leven in jaartallen’. Er staat niet ‘Mijn leven in jaartallen’ of ‘Mijn hele leven in jaartallen’.

Grabbelton

Kiezen met verstand of gevoel
Kiezen met verstand en gevoel

‘Een leven in jaartallen’, dat schreef ik al eerder, bevat slechts een door mij gemaakte selectie uit feiten, mijmeringen en gebeurtenissen waar ik weet van heb. En zo bekeken zijn er in principe vele versies van ‘Een leven in jaartallen’ mogelijk. Een selectie is allereerst noodzakelijk uit overwegingen van omvang en leesbereidheid. ‘Alles’ opschrijven is niet alleen ondenkbaar, het is bovenal saai, vooral voor de lezer. Dus: ik graai wat rond in de grabbelton, til de opgedolven items in de openbaarheid, en laat de rest rustig in die grabbelton achter.

Dat graaien gebeurt nou ook weer niet helemaal blind. Kommer en kwel hou ik liefst buiten beeld, zo goed als onderwerpen die té privé zijn, hetzij voor mezelf, hetzij voor anderen. Deze autobiografie heeft geen enkele exhibitionistische of kruidige bedoeling, eigenlijk streef ik niets anders na dan het een en ander over mezelf te vertellen in een gemakkelijk toegankelijke stijl en verwoording. Voor wie dit lezen wil. Punt.

Deze opvatting lijkt haaks te staan op de grenzenloosheid die tegenwoordig met name in de sociale media (maar ook in vele dubieuze tv-programma’s) bon ton schijnt te zijn. Maar dat kan mij niet schelen, alleen ikzelf ben verantwoordelijk voor wat ik wél en wat ik níet schrijf. Trends of modes, daar doe ik niet aan. Niet dat mijn geschrijf nooit in een trend of mode past, maar dat is dan toeval, en gebeurt óndanks die trend of mode, geloof me.

Taboes

Memoires Isabel Allende: je kunt ook té openhartig zijn
Memoires Isabel Allende: je kunt ook té openhartig zijn

Zo trof het me hoe grenzen ook afgedwongen kunnen worden als je ze zelf niet duidelijk genoeg voor ogen hebt, toen ik in de Volkskrant  van afgelopen donderdag (bijlage ‘Sir Edmund’) een interview las met Isabel Allende. In de desbetreffende passage gaat het over haar boek De som der dagen, waarin A. met grote openhartigheid beschrijft hoe ze de strakke opvoeding van haar kinderen vormgaf. Dat werd haar niet in dank afgenomen door haar zoon Nicolás. En intussen heeft ze hem moeten beloven om niets meer over hem te schrijven mocht ze ooit nog een nieuw deel van haar memoires beginnen. – Ook in memoires of autobiografie heb je dus terdege rekening te houden met de belangen van anderen.

Ik geef één enkel voorbeeld waar het in mijn geval om draait. De psychiatrische aandoening die een van onze gezinsleden rond 1984 in zijn greep kreeg, had van meet af aan grote invloed op álle leden van het gezin. En als ik zeg ‘grote invloed’, dan blijft het daarbij en moet u het verder met uw eigen imaginatie stellen. Details zal ik in de Balthasarsblog nooit verstrekken, een algemene referentie aan pijn of verdriet kan soms nodig zijn om een gebeurtenis of move een kader te geven. En dat is het dan.

En zo kunt u zelf nog wel meer taboes bedenken: liefde, financiën, geloof. Of bijvoorbeeld gewicht, kaalhoofdigheid, verkeerde ambities, celstraf. Ik laat het hier nu maar bij, de lijst is in principe eindeloos. – Gelukkig was 2015 voor ons gezin een betrekkelijk (!) rustig en betrekkelijk (!) optimistisch stemmend jaar. Klaar.

Lustig voorwaarts

In de geest van de Wandelaar van Caspar David Friedrich
In de geest van de Wandelaar van Caspar David Friedrich

En de lezers van de Balthasarsblog? Daar heb ik geen goed beeld van, een breed uitwaaierend gezelschap denk ik, waar ik bij het schrijven overigens nooit aan denk. Maar waar ik zo nu en dan wel degelijk feed back van krijg, wat een enkele keer tot een aanpassing leidt. – En dat mag allemaal zo blijven van mij. Ik ga ‘lustig’ voort op de ingeslagen weg, inclusief de restricties die ik mezelf opleg. Voorlopig nog minimaal dertig jaren te gaan, 1986 tot …

Onrijp fruit
Om ook deze keer met een toepasselijk gedicht te eindigen, ga ik weer eens bij mezelf te rade. Want ook in de jaren tachtig waren ze niet van de lucht, de noodzakelijke momenten van reflectie en introspectie. Een hele bundel Onrijp fruit (eerder Matglas geheten) leverde dat op, nooit gepubliceerde gedichten, onaffe versies. Het was toen net zoiets als met dit intermezzo nu: even pas op de plaats maken, en bezien hoe het verder moet.

Gewoon kijken wat er te zien is
Gewoon maar kijken wat er te zien is

Bovenstaand intermezzo en onderstaand gedicht, dat zijn eigenlijk twee vergelijkbare gedachtespinsels van mij, elk op hun eigen manier verwoord. Ziet u maar.

OBSERVEREN MAAR

de verwarming tikt
langs het raam
valt de regen
lampen gaan op
en hiernaast
blaft de hond

de buiten
deur klapt
in de hal
lekt verdriet
uit haar jas
op de grond
was je weg
met dit weer
zeg ik boven
even om want
ik barstte zowat
uit m’n kop
ik daal af
droog haar hoofd
kus haar wang
gaat het goed
met je werk
vraagt zij lief

ach
ik schrijf wat ik meemaak
gewoon
maar niet heus
van me af

2 gedachten over “Intermezzo 6 – Reflecteren maar”

  1. Driekoningen vandaag, een mooie aanleiding om Balthasar een mailtje te sturen. In het afgelopen weekend las ik je “Intermezzo -6-Reflecteren maar”. Die 45 jaaroverzichten die je achter de rug hebt, ik heb ze vol bewondering gelezen. Je schreef dat je geen goed beeld hebt van je lezersgezelschap, maar neem van mij aan dat ze je in hun hart hebben gesloten. Dat je de frequentie van je jaarberichten iets wilt terugschroeven kan ik me levendig voorstellen. Het is een Titanenwerk. De Nabokov-titel “Speak, memory” is hier wel zeer van toepassing. Ik ben zeer benieuwd naar het vervolg en ik zal de nog komende afleveringen met grote belangstelling volgen. Nog een gelukkig nieuwjaar, een goede gezondheid en succes met de voortzetting van je blog!

    1. Dank, Willem, voor je stimulerende reactie. Ik ben van plan voort te gaan in de geest van Jan Hanlo’s gedicht:

      ‘S MORGENS

      Het was half vijf ’s morgens in April
      Ik liep, en floot de St. Louis Blues
      Maar ik floot die op mijn eigen wijze
      Al fluitend dacht ik:
      mocht mijn fluiten gelijken
      op de zang van de grote lijster
      En waarlijk, na enige tijd
      geleek mijn fluiten van de St. Louis Blues
      op de zang van de grote lijster:
      turdus viscivorus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *