Intermezzo 7 – Eerstehulp bij Erfgenamen 1990/2016

Het is de zoveelste keer in m’n leven dat de noodzaak zich aandient om het huis te ontdoen van een teveel, van diverse tevelen zelfs. Je kunt ook zeggen dat er behoefte is aan ruimte om de aanschaffingen van de laatste jaren fatsoenlijk en toegankelijk op te bergen. Laat ik me voor deze blog beperken tot het teveel aan boeken en papieren, want daar is de ruimtenood het hoogst.

Eerste hulp bij onthechten
Onthechtmachine

Onthechten maar!
Van boeken en papieren hebben wij een teveel omdat er een tekort is aan kasten en lege muren. De optie ‘groter huis met meer boekenkasten’ – die in het verleden nog wel eens voor de oplossing zorgde – begint met het klimmen der jaren (op het moment van schrijven ben ik 76) onlogischer te worden. Het is al krimp wat de klok slaat, onthechten de boodschap. Gelukkig loopt dat proces min of meer parallel met de existentiële vraag of alles nog wel belangrijk genoeg is om te bewaren.

De laatste huishoudelijke schifting vond 15 jaar geleden plaats, toen wij van Den Bosch naar Eefde verkasten. Met minder huis, maar meer boekenruimte. Al te grote meubels verdwenen, boeken en papieren mochten grosso modo blijven. Maar nu moeten de minder belangrijke boeken en papieren eruit, en de kasten heringericht. De eenvoudige vraag is daarbij steeds: ‘Welke boeken en papieren hebben hun belang verloren?’ – Over die simpele kwestie gaat deze blog. Met nog deze aantekening: waarmee mag je je erfgenamen uiteindelijk belasten, of moet je ze juist ontlasten? Deze aantekening wordt in de nabije toekomst steeds prangender, vrees ik.

Wat kan er weg?
Wat kan er weg?

Het boeken-geheugen
In het kader van de opruimnoodzaak betreur ik het wel eens dat ik nooit een ‘belangrijk persoon’ geworden ben. Dan hoef je namelijk nooit iets op te ruimen, sterker, dan mág je niks opruimen (= wegdoen) omdat alles naar het navenante archief, zoals een Letterkundig of Historisch Museum, moet; tot en met de afgereden en scheve schaatsen aan toe. Die archieven puilen inmiddels uit van de belangrijkste en onbelangrijkste politieke, letterkundige, schilderkunstige en bestuurlijke parafernalia. Waar soms wel en meestal niets mee gedaan wordt – je belangrijkheid kan na je dood ook danig achteruit hollen natuurlijk. Ach nee dus, laat ik maar gewoon af en toe opruimen, dat is een toch stuk prettiger voor de medemens.

Ik ben een redelijk intensief gebruiker van boeken, zeker míjn boeken. Sommige titels worden frequent geraadpleegd, andere minder tot niet of nauwelijks. Maar dat kan morgen anders zijn, als je maar weet wat je in huis hebt. Gek genoeg weet ik dat van de meeste ‘oude’ boeken heel goed, van de nieuwste helaas een stuk minder. Het lijkt wel of er steeds minder belangrijke boeken verschijnen. Het zijn dus heus niet alleen ‘oude’ boeken die het veld moeten ruimen, maar zeker ook recente aanwinsten die bij nader inzien het aanschaffen niet waard waren (maar de kringloopwinkel ziet ze graag komen hoor, meer, meer hoor ik ze roepen!).

Uit de rubrieken ‘naslagwerken’, ‘kunst’, ‘geschiedenis’ en ‘poëzie’ mag sowieso niets weg. Doe je dat wel dan zul je zien dat je de dag erna meteen al je handen op lege plaatsen slaat. Nee, moeten we niet hebben. Waar ik vooral een nieuwe bestemming voor zocht en zoek zijn kinderboeken, stripalbums, sprookjes, oude schoolboeken, de meeste detectives en romans die op geen enkele wijze (meer) een belletje doen rinkelen. Maar wil ik de bizarre sprookjes van ‘Vader Wapper’ met een opdracht van schrijver/tekenaar Arne Zuidhoek wel kwijt? Gaat niet lukken. Kan ik m’n oude Griekse ‘Homerus’ incl. eindexamenteksten voor de zwijnen gooien? Gaat (nog) niet lukken. Het reünieboek met de ‘levensverhalen’ van m’n oude klasgenoten dan? Kan niet weg. De volledige werken van de Zweedse coryfeeën Sjöwall en Wahlöo, aartsouders van de politiethriller? Nooit wegdoen, elke 5 jaar herlezen, verplichte kost, ook voor de generaties na mij! – Ik verzeil steeds meer met de handen in het haar. Dan moeten andere sectoren maar meer bloeden. Op naar de ‘papieren’.

Kan er echt niks weg?
Kan er echt niks weg?

Het papieren-geheugen
Maar met ‘papieren’ ervaar ik het dilemma wegdoen/houden nog als veel ingewikkelder dan bij boeken. Dat blijkt als ik met opgestroopte mouwen aan de slag ga en hele mappen vol schrijfsels tegenkom die ik glad vergeten was en die ik daarom nu liefst in extenso door wil nemen. Meestal is het leuk lezen hoor, en de hernieuwde kennismaking leidt gemakkelijk tot de conclusie dat dit ‘natuurlijk absoluut niet weg kan’. Omdat je eigen schrijfsels en correspondenties wezenlijk deel van je verleden uitmaken en omdat het geheugen maar al te vaak niet toereikend is om je dat allemaal te realiseren. Ik geef een paar voorbeelden.

Dikke ordners en multomappen vol aantekeningen van m’n studie Nederlands met het bloed, zweet en tranen nog herkenbaar op elke pagina. Heb ik dit allemaal ooit geschreven, geleerd, onthouden, geweten? Trots wint het van de benauwdheden van toen. Maar anderhalve boekenplank waar na mij nooit iemand ook maar iets aan zal hebben? Eens zal het toch weg moeten. Nu dan maar? Pijn in het hart. Meteen maar doen dan? Adieu jaren van hard labeur, tentamens en examens. Dank voor de bewezen diensten.

En weg ook met al die mappen belastingaangiften op papier, alsnog bewaard vanaf 1991. Hup. Inclusief de mappen met bankafschriften, giften-lijstjes, jaaropgaven: door de versnipperaar ermee al kost het nog zoveel tijd. – Zo, dit was een makkie.

En wat hebben we hier: twee dikke mappen over aangevochten ontslag, sollicitaties, irritaties in vervagend typoscript, psychologische rapporten voor de weifelende chef personeelszaken, de woede en frustratie sijpelen uit de ordner en m’n hele fysiek, sommige mensen begin ik opnieuw te haten, na al die jaren, dat is toch stom! Weg ermee dus, ik heb geen tijd of zin meer voor masochisme of haatgevoelens. Zo. Dat ruimt aardig op. Echt een goeie actie van deze pearl.

Toe aan die groene meermappenmap met elastische hoeksluitingen. Deelmap 1: een volledig uitgeschreven voorstelling van de Fabeltjeskrant bij gelegenheid van het huwelijk van mijn zus N. en haar lieve L. Nooit meer gezien of gelezen sinds 1969. Totaal uit het geheugen gewist, wat een werk dat ik samen met twee broers verzet heb. Bewaren? Nee. Wegdoen? Nee. Wat dan? Vragen of zus N. en schoonbroer L. er nog belangstelling voor hebben. Zo niet? Tja, wat dan? Zou er een archief bestaan voor ‘Bijdragen aan Bruiloften en Partijen’?

Deelmap 2: alle uitgeschreven programmaonderdelen t.g.v. de Gouden Bruiloft van de ouders van mijn alderliefste. Ach ja, dat laatste grote feest ooit, met familie uit Australië, filmopnames van een eindeloze receptie, alle liedteksten die we als ‘Koor van de 20e juni’ uitgevoerd hebben, ‘bloasmuziek’ van de Schijndelse Fanfare die Gasterij De Kafmolen volledig op stelten wist te zetten,

diner-toespraakjes, alle mis-onderdelen in een eigen kerkboekje ‘geheel en al in huis vervaardigd’, aantekeningen voor de sketches, taakverdelingen, ontelbare to do-lijstjes. Uren ben ik bezig in deze deelmap tot ik er volkomen verzadigd van ben. Stoppen, nooit meer openmaken, niet meer willen inzien: dit is de werkelijk voltooid verleden tijd uit 1990 die samen met de feestvarkens en talloos veel anderen al jaren van de eeuwige rust geniet. Amen en uit. – Toch nog maar even bewaren? Nachtje over slapen.

Waar laat ik...
Waar laat ik…

Volgende week dan maar?
Boeken en papieren wegdoen: het is een kriem en een eindeloos werk, bovendien levert het te weinig op in termen van ‘ruimte maken’. Maar gelukkig moet ook de bijkeuken nog onder het mes. Daar staan twee boekenkasten ruimte te verspillen aan onnutte zaken als afgetrapte schoenen in menigvoud, uitgeleefde spellen en puzzels, bananendozen vol afgedankte spullen voor ‘je weet maar nooit’, enzovoort, enzovoort. Eén van die kasten, zeker één van die kasten, die gaat mijn boeken- en papieren-ruimteprobleem mee helpen oplossen. Dat geef ik je op ’n briefje en ’n blogje. ’t Is dat ik deze week geen tijd meer heb, anders was ’t misschien al gebeurd. Maar volgende week, ja, echt volgende week, dan is ons ruimteprobleem opgelost. – Denk ik.

J.J.L. ten Kate (1819-1889), dichter en dominee
J.J.L. ten Kate (1819-1889), dichter en dominee

“Aan spaanders moet het! en op ’t vuur!”
Uiteraard kan er geen tittel of jota weg uit de poëziekast – het zou welhaast karaktermoord zijn – , zelfs niet mijn stokoude exemplaar van ‘De Jaargetijden’ van L.J.J. ten Kate, uit 1876 : ‘Een verzameling Lyrische Gedichten, waaraan, in harmonie met de Natuur, de gang van het Menschlijk Leven in zijn verschillende tijdperken, den maatslag geeft’ zoals het ‘Voorbericht bij den eersten druk’ vermeldt. Nog nooit heb ik er een gedicht uit geciteerd, maar nu ik er weer eens in grasduin overvalt mij ‘den bloemrijken en moralen geest van dien tijd’. Hoog tijd dus om de lezer van de Balthasarsblog eens in kennis te brengen met ‘De Poezy en haar lot’ uit de Lente-afdeling, een bewijs temeer dat ik dit boek ‘natuurlijk niet weg kon doen’. – Geniet dus even mee van:

DE POEZY EN HAAR LOT

'Des Hemels Kind'
‘Des Hemels Kind’ van Gustav Klimt

De Poezy, des Hemels kind,
Trekt zingend door de waereld heen’,
En koost met elken lentewind
En alle bloemen voor haar schreên…

Totdat – het eensklaps najaar wordt,
Des levens Proza waait en vriest,
De honger nijpt, de bloem verdort,
De cither haar geluid verliest!

Arm kind! nu voelt ze, d’eersten maal,
Des waerelds koude werklijkheid:
Ze zoekt een vriendelijk onthaal,
Maar – vindt geen armen uitgebreid!

Brave Alledaagschheid blikt haar aan
Met veel gezond en koel verstand:
“Wat hebt gij ’s zomers toch gedaan?
“Gezongen en gelanterfant!

“Hadt gij, als ik, gewerkt, gegaârd,
“Uw kous gebreid, – dan hadt gij u
“De schand der beedlarij gespaard –
“Gij hebt gezongen, dans dan nu!”

En ook de bezem en de bijl
Verheffen samen hun kritiek:
“Uw speeltuig is van d’ouden stijl,
“En geeft gants nutlooze muziek!

“Aan spaanders moet het! en op ’t vuur!
“Dan dient het toch nog ergens toe!
“En gij, onbruikbare natuur,
“Op straat! Wij zijn den wildzang moê!

“Het hakbord geeft den waren toon;
”De bezem is de levenskern
“Van ’t Huis, en houdt den drempel schoon:
“Dat ’s zuiver-praktiesch, en – modern!”…

Alleen het Kinderlijk gemoed
Zucht, daar ’t een stillen traan vergoot:
“Gij, schoone zwerfster, wees gegroet!
“Treê binnen! Zing! en – deel ons brood!”

 

Een gedachte over “Intermezzo 7 – Eerstehulp bij Erfgenamen 1990/2016”

  1. Hoi Balthasar.
    Wat leuk dat je bij het opruimen de voorstelling van de Fabeltjes krant heb gevonden.
    Laatst hebben wij het er nog over gehad en gezocht maar niets gevonden.
    Hopelijk is het nog in je bezit en zouden we het erg leuk vinden de tekst nog eens te lezen.
    Groetjes Zus N en haar lieve L.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *