1974 – Een ‘rustig’ jaar

Vorig jaar – 1973 dus – had ik geen oog voor wat zich allemaal op het wereldtoneel aan politieks afspeelde: ik was te druk met m’n overstap naar de Educatieve Jeugdbladen van Uitgeverij Malmberg. Daarom ben ik blij dat in 1974 als beste persfoto gekozen werd voor 11 september 1973: president Salvador Allende in zijn belegerde paleis, helm op, pistool in de hand.

President Allende (midden, met helm) vecht zich dood als reactie op de staatsgreep van generaal Pinochet
De Chileense president Allende (midden, met helm) vecht zich dood in reactie op de staatsgreep van generaal Pinochet.

Santiago de Chile e.o.
Zo kan ik hier en nu en zonder enige schroom aandacht besteden aan dé politieke gebeurtenis van 1973: de brute putsch van de rechtse generaal Pinochet tegen de wettig gekozen Chileense socialistische president Allende. Met hulp van de Amerikaanse geheime dienst, de CIA (en dus van de Amerikaanse regering) die geen socialistisch bewind in zijn achtertuin duldde.
Duizenden ‘verdachten’ werden gearresteerd, gemarteld en vermoord. Het land verzeilde in een totale shock, veel andere ‘verdachten’ namen de wijk naar het buitenland waaronder Nederland, en bouwden daar een nieuw bestaan op, vaak geholpen door weldenkende mensen die het eigen oorlogsverleden en het trauma van een bezetting nog niet vergeten waren. ‘Chili’ werd een hot item in de Nederlandse maatschappelijke discussie. Maar het enige wat wij concreet konden doen was meelopen in protestdemonstraties.

De lijn van revolutie en contrarevolutie kan ik nu in één moeite doortrekken van 1973 naar 1974: in april beleefde Portugal de onbloedige Anjerrevolutie waarmee een einde kwam aan het autocratische bewind van president Caetano, in Griekenland haalden de kolonels eindelijk bakzeil en keerde de democratie terug; en in Amerika, ach Amerika, daar trad voor het eerst in de geschiedenis een president af: Richard Nixon was in zijn eigen Watergate-zwaard gevallen, en trad af vlak voordat hij door het congres afgezet zou worden.

Tot zover de treurnis van dit overigens tamelijk ‘rustige’ geschiedenisjaar 1974. Over nu naar ander opmerkelijks, om te beginnen mijn eigen vakantieherinneringen.

Chatillon sur Loire
Naar Frankrijk zouden wij, naar Chatillon sur Loire, in het pension van de familie Widdershoven, adresje gekregen van een francofiele vriend die er goede tijden zei te hebben beleefd. Voor alle zekerheid stuurde ik op het laatst een telegram in mijn beste schoolfrans naar de uitbater, want ik vond het nog best een hele onderneming en had geen papieren zekerheid van ons logies aldaar. Maar geen reactie natuurlijk.

Gare de l'Est - Parijs
Gare de l’Est – Parijs

Vanwege de kosten én om het avontuur namen wij met ons hele gezin de nachttrein – ligstoelen! – naar Parijs, iets wat je maar één keer in je leven doet want je komt er na meer dan negen uren hollen en stilstaan op vreemde stations uitgeput aan. Om van het Gare du Nord naar het Gare de l ‘Est te komen wisten wij ten langen leste een taxi te bemachtigen, wat meteen een hele rib uit ons financiële lijf betekende. Enfin, tegen vier uur in de middag sjokten wij met onze koffers een lang stoffig eind van het excentrisch gelegen station naar Pension Widdershoven (van  Nederlandse roots geen spraakzaam spoor) in het centrum.

Hup allemaal maar op één kamer, twee ouderwetse tweepersoons kuilbedden met van die onbekende rolkussens, en een bidet zonder nadere uitleg. Van vermoeidheid gingen wij eerst maar ‘s een uurtje slapen, wat wonderwel lukte waarna wij gelukkig nog tamelijk fris en fruitig aantraden voor ons eerste avondmaal. O, die maaltijden bij Widdershoven, standaard met een fles rode wijn, en standaard met een raadsel als hoofdgerecht (de eerste dag de vuurdoop met cervelles d’agneau, de tweede dag met een bordvol onhandelbare artisjokken). – En standaard met een siëstaslaapje als noodzakelijk digestief, tweemaal daags, want warm eten deden ze daar én ’s middags én ’s avonds, een onvoorziene aanslag op ons aantal uren ‘eigen tijd’.

Rivier de Loire met strandjes
Rivier de Loire met brug en strandjes

Het water in de Loire stond ongekend laag, en toverde vele eilandjes middenin de rivier tevoorschijn, aangename strandjes voor de toerist die van zon en water houdt, onze twee kinderen Mi (8) en Ma (7) voorop. En ja, het kleine zoontje van de Widdershovens mocht gerust met ons een dagje naar het strand. Hij kon weliswaar niet zwemmen, maar met dat lage water was er genoeg stranderige speelruimte, dus allez met de geit. Tot we ons gastje op een bepaald moment finaal kwijt waren en hem maar ternauwernood op tijd uit het ondiepe verdrinkingswater konden redden. Wij waren er nogal ontdaan van, de Widdershovens namen het allemaal nogal laconiek op, en zo bleef het de hele vakantie bij één dagje strand.

WK 74: Polonaise o.l.v. premier Den Uyl (met politiepet)
WK 74: Polonaise in de tuin van het Catshuis o.l.v. premier Den Uyl (midden, met politiepet)

Het toppunt van onze vakantie in Chatillon sur Loire was de wedstrijd Nederland-Duitsland als finale van het WK Voetbal 1974. Al voor wij naar Frankrijk afreisden was heel Nederland gek van Oranje, Ma en Mi hadden zelfs van hun oma oranje T-shirts met ‘Hup Holland Hup’ gekregen. Daarin gekleed zaten zij met ons de wedstrijd op tv te bekijken. Om ons te gerieven had meneer Widdershoven het zwart-wit-toestel in de keuken bovenop een hoge kast gezet. Het zwart-wit-grijze beeld was klein en van erbarmelijke kwaliteit, het geluid uitsluitend Frans, en van de Fransen nauwelijks iemand geïnteresseerd. ‘We’ verloren de finale met 2-1, maar of wij dat tijdig doorhadden, dat zou ik niet meer weten. De oranje shirts werden schielijk verruild voor neutralere kleding, en er was geen oranje pudding bij de avondmaaltijd; maar wel als troost een zogenaamd kaasplankje waarvan het gelukkig de bedoeling was dat je er maar een heel klein deel van opat.
Enfin, het hád allemaal gekund met Oranje, als ‘we’ met Cruijff voorop ons overwicht maar in doelpunten hadden weten uit te drukken. Pas met de kranten thuis wisten wij het ‘hele verhaal’ te reconstrueren, en beseften wij wat voor historische strijd we daar in Frankrijk bovenop de keukenkast eigenlijk beleefd hadden. – En inderdaad, het blijft een lastige taal, dat Frans.

Otterloo
Om het jaar vrolijk te besluiten neem ik u even mee naar het schitterende Kröller-Müller-Museum in Otterloo. Daar werd (midden 1974) de ‘Jardin d’émail’ geopend, een ‘ijstuin’ van de kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985). Het enorme kunstwerk (10 x 20 x 30 m) bouwde de kunstenaar ter plekke van beton en glasvezel/epoxy. Je mag er alles aanraken, je mag erdoorheen lopen, je mag erin spelen. En dat gebeurt dan ook massaal, de Jardin d’émail is van het begin af aan dé topper van de enorme beeldentuin rond het museum. – Enfin, kijkt u even mee hoe dat in z’n werk gaat. Ook erg leuk voor kinderen, dus.

De verbeelding aan de macht
De ‘boom’ in de Jardin d’émail doet mij altijd denken aan ‘het beeld van morgenrozenhout’ uit het gedicht ‘Het beeld’ van woordkunstenaar Paul Rodenko (1920-1976). – Dit juweeltje verscheen in 1951 in de uitgave ‘Gedichten’ (De Windroos, Amsterdam).

Paul Rodenko, de dichter van 'het beeld'
Paul Rodenko, de dichter van ‘het beeld’

Ook in dit gedicht schept de kunstenaar ‘iets’ waar iedereen mee mag spelen, waar iedereen van alles over mag fantaseren, waar iedereen een eigen mening over mag hebben, al zal dat zelden de mening van de kunstenaar zelf zijn want die vindt meningen nou eenmaal niet zo erg interessant.
En om dat allemaal in woorden uit te drukken, tja, dat blijkt dan weer een hele andere kunst te zijn, n’est ce pas?

HET BEELD

Uit het hout van de morgen
uit morgenrozenhout
sneed ik een beeld
heel licht en smaller dan een lijsterstem
een beeld van morgenrozenhout.
 
Het was zo schuw zo ongeschoold
dat ik het zelf niet kende
met elke windvlaag was het weg
maar ‘n kind
een bloesemtak
een onbekende
bracht het mij zeer voorzichtig weer terug.
 
Er waren er die het herkenden
en luide namen gaven:
Confecta Sexgiraffe Tafel met Citroenen
Clown Tederheidsbeginsel Bloedgewricht
Naakt met Napoleon Een Huis My Country
My Kâ My Lah My Lullalongsome Baby
O schweler Ahnenstern Wir haben’s
nicht gewusst
nimmet gruwuhle
nit gramah.
Een heel smal haast doorzichtig beeld
van morgenrozenhout.
 
Langs zenuwrasterwerk
door tuinen
hoogbeplant met diplomatenkoppen
droeg ik het broze beeld
van morgenrozenhout
en ieder wist nauwkeurig wat het was
slechts ik die ‘t eigenhandig had gesneden
ik orensnijder schoudertulpensnijder ik


orensnijder tulpensnijder
wie gaat er mee de vijverkoe bevrijden
de vijver is gesloten
de sleutel is gebroken
er is geen ene
tweeë
drieë
 
– Dites, Madame, va-t-il pleuvoir ce soir?
– Mais non Monsieur, vous ne savez donc pas?
– Quoi?
– Qu’on a inventé le plus-jamais-pleuvoir?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *