1987 – De tijd als glazen vaas

Zoektocht door de krochten van het geheugen
Zoektocht door de krochten van het geheugen

In mijn herinneringszoektocht naar aantrekkelijke gebeurtenissen (onaangename dienen zich doorgaans spontaan genoeg aan, iets té spontaan als je het mij vraagt) uit het jaar 1987, stuitte ik op een feestje –  een typisch jaren-tachtigfeestje, ach ja, we waren dik in de veertig en betraden aarzelend maar onomkeerbaar het tijdperk van de jubilea. Onze vrienden F. en L. gingen 40 jaar getrouwd zijn, en dat wilden ze vieren.  Met ons erbij.

Hun kinderen schreven ons: ‘Op de dag zelf (11 augustus) doen F. en L. niets, blijven in bed of drinken samen de restjes op van de vorige dag.’ Maar op de dag ervóór (de 10e dus) zouden we met z’n allen meer dan welkom zijn: ‘Als jullie iets mee willen brengen, weet dan dat bloemen na een week weer verwelkt zijn, dat geld linea recta naar Amnesty International gaat en dat een creatieve bijdrage in welke vorm dan ook, een liedje, een woordje altijd een leuke herinnering zal blijven.’
Vooral dat geld intrigeert me nu, dat vanzelfsprekende afwijzen en doorsluizen, pronken misschien wel, maar in 1987 verbaasde me dat niks van F. en L.  – Zo meen ik me te herinneren.

Op zoek naar de glazen vaas

Meteen na ontvangst van die wervende uitnodiging zette ik me  achter m’n Gabriëlle 25, en tikte spontaan een kop bovenaan het maagdelijk witte vel papier: ‘De tijd als glazen vaas’, daar wilde ik wel een kleine voordracht over houden, dacht ik zonder uitgekristalliseerde voorstudie. – Na die kop bleef het dus een hele tijd stil, bleef ík een hele tijd stil. Maar toen ik uitgestild was tikte ik in één Gabriëlle-rally de volgende alinea’s op:

Gezocht: de glazen vaas van meneer Herman
Gezocht: de glazen vaas van meneer Herman

‘Veertig jaar geleden hadden wij een buurvrouw die juffrouw Til heette. Ze was de huishoudster van een heer boven onze stand, die zich minzaam ‘meneer Herman’ liet noemen. Juffrouw Til beheerde zijn spullen met een nauwgezetheid die haar wel eens parten speelde. Dan gebeurde het bijvoorbeeld dat ze een glazen vaas kwijt was omdat ze die te goed opgeborgen had, of eenvoudig omdat er te veel tijd verstreken was sinds ie voor het laatst gebruikt werd. Steevast riep juffrouw Til dan mijn hulp in (ik was 7, volijverig en goedgelovig bovendien). En haar instructie luidde onveranderlijk dat ik heel goed moest zoeken onder het opzeggen van het schietgebed: ‘Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik meneer Herman z’n glazen vaas terugvind.’

De Heilige Antonius, zoals ik me die herinner van de 'paterskerk' bij ons om de hoek
De H. Antonius, zoals ik me die herinner van het ‘patersklooster’ bij ons om de hoek

Als de zoek geraakte vaas teruggevonden was – wat altijd gebeurde – dan overstelpte juffrouw Til ‘m met ongekende tederheid, en gaf mij de vaste beloning van een dubbeltje voor een ijsco, of iets anders – dat kon toen nog. Ik herinner me levendig hoe blij ik elke keer was als juffrouw Til die vaas weer eens kwijt was. De glazen vaas werd voor mij het symbool van iets kostbaars, dat geregeld zoek raakte, dat altijd teruggevonden werd, en bron was van vreugde en beloning.’

Nu doorpakken, dacht ik, en een verbinding aanbrengen tussen toen (1947) en nu (1987). Zo ongeveer dan, het komt natuurlijk niet op een maand of wat aan, het gaat om het idee. Ik kromde me opnieuw over Gabriëlle heen en tikte:

Ook als stripboek verschenen, over de verloren tijd 'herscheppen' gesproken...
‘Op zoek naar de verloren tijd’ (deel: ‘Combray’) – ook als stripboek verschenen

‘Een kleine veertig jaar na de glazen-vaastijd raakte ik m’n baan kwijt. Daardoor was ik onverwacht in de gelegenheid om enkele al lang gekoesterde plannen uit te voeren: een ervan betrof het lezen van de 16-delige romancyclus ‘A la recherche du temps perdu’ van de Franse schrijver Marcel Proust, waarvan ik tot op heden 6 delen doorgezworven ben op zoek naar de verloren tijd. Het was dus onvermijdelijk – toen de uitnodiging voor de 40-jarige bruiloft van F. en L. in de bus viel – dat mijn gedachten terecht kwamen bij de periode van de verloren gewaande glazen vaas van juffrouw Til, die al die jaren op een duistere plaats in mijn geheugen geparkeerd stond.

En groot is mijn vreugde om het hervinden van die tijd. Niet alleen omdat ik me nu ineens weer feiten herinner die ik kennelijk vergeten was, maar ook omdat ik meer vond dan feiten alleen. Zo ben ik er bijvoorbeeld aan gaan twijfelen of juffrouw Til die vaas wel écht kwijt raakte. Ik verdenk haar er nu van dat ze het met opzet deed. Daardoor immers kon ze elke keer weer zichzelf en mij het plezier verschaffen dat verbonden was aan het zoeken, het hervinden, en de beloning.’

Okee, en dan nu dat zoeken en hervinden van de tijd breder trekken, veralgemeniseren en afconcluderen. Dóór maar weer!

‘Tijd hervinden is dus niet eenvoudigweg maar feiten herhalen, tijd hervinden is tijd herscheppen: er wordt iets nieuws, iets ongekends aan toegevoegd. Wat een geluk dat tijd verloren gaat! Daarom ook begin ik steeds beter te begrijpen waarom mensen mijlpalen willen vieren. Het ligt er misschien niet altijd even bewust bovenop, maar toch is het telkens opnieuw een aanleiding om op zoek te gaan naar die verloren tijd. In de vaste overtuiging dat die teruggevonden zal worden, dat er vreugde over zal zijn, en een beloning tevens.’

Afronden nu, en toewerken naar het cadeau. En naar een slotpassage waar iedereen luidop mee in kan stemmen. Gaatie:

Cadeau van Balthasar en zijn alderliefste: glazen vaas met vergeetmenietjes, violen en korenbloemen
Cadeau van Balthasar en zijn alderliefste: glazen vaas met vergeetmenietjes, violen en korenbloemen

‘Verwacht van mij niet dat ik nu in gezelschap een stel aangeklede herinneringen op ga halen uit het verleden van L., F. en mij. Afgezien van de vraag of ik dat wel kies zou vinden, de tijd is er niet rijp voor: ons gezamenlijke verleden moeten we immers eerst nog gezamenlijk herscheppen. Ik volsta hier met te zeggen dat L. en F. wezenlijk deel uitmaken van mijn verloren tijd. En dat vind ik een heuglijk feit.
Daarom, F. en L., geef ik jullie deze glazen vaas. En, mochten jullie die eens kwijt zijn, vraag me dan om te helpen zoeken. Desnoods onder aanroeping van de heilige Antonius, bestevrind van juffrouw Til.’

Op zoek naar de verloren tijd

Sinds dit feestje en dit ‘woordje’ in 1987 heeft ‘De tijd als glazen vaas’ zich als een gevleugelde uitdrukking in mijn hoofd genesteld. Hij ligt daar altijd klaar om met vreugde en beloning hervonden te worden. Net als bijvoorbeeld mijn kwalificatie ‘Die met dat grote hart’, een epitheton ornans dat ik mijn overleden broer C. toedacht bij een van onze familiereünies. ‘Die met dat grote hart’ is met andere woorden óók een ‘Glazen vaas’, met deze keer als beloning een dag met een glimlach, omdat ik zo veel goede herinneringen aan broer C. bewaar.

En zo zijn er meer voorbeelden in mijn leven van ‘uitdrukkingen van hervonden vreugde en een beloning tevens’. Ik volsta hier en nu met een kort gedicht/notitie over mijn jeugd als straatvoetballertje, het heet ‘Feest’ en het is te vinden in m’n debuutbundel ‘Lijkkisten en betimmeringen’ (1973). Ik krijg er telkens weer een warm gevoel bij als ik het (her)lees.

FEEST

Ik weet nog
hoe mijn vader
mijn eerste paar
voetbalschoenen
in centen
en dubbeltjes
op zijn werkbank
uittelde,
vijf gulden.

Het waren tweedehandse,
van Theo de Mug.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *