2009 – De kleine dingen

Gouden jaren in balans.
Balans op leeftijd.

Ik zit nog net even in de ‘gouden jaren’ tussen de zestig en de zeventig, die vaak gelukkige tijd zonder extreme ups of downs, met veel verleden en steeds minder straks.

Je doet het ermee, en daarvan word je je alsmaar beter bewust. Het nu is meer dan ooit waar het om gaat, je neemt je verlies, je koestert je winst, het is de balans van het wit geworden grijze haar. Ik ben kortom nog goed in vorm en zie er best wel uit – voor mijn leeftijd dan, zoals dat in toenemende mate gaat heten en voelen. Daarom zal ik 2009, naar mijn idee geheel in stijl met deze intro, graag typeren met een paar ‘kleine dingen die het doen, die het doen’, maar toch ook met een asgrijs slotitem. – Nog altijd plannen genoeg dus, en dat is maar goed ook, nee: het beste!

Ahhh, de lente!
Voor het eerst sinds maanden staan in april de tuindeuren open terwijl ik achter (of voor, net wat u wilt) de computer zit en naar de Comedian Harmonists luister. Ahhh, lente. Ahh, Veronika, der Lenz ist da! En…

En… bij de buren verderop roept moeders haar kroost
luidkeels
de tuin uit voor popcorn en voor cola.
Onze merel zingt zijn zang in de hulstboom,
de buurhaan kraait,
het ruikt sinds verre tijden naar versgemaaid gras,
mmm, versgemaaid gras!
De lente stuift (of scheurt of spurt, net wat u wilt)
de grond uit,
tuinmeubelolie zweet aan m’n handen,
de moestuin is luid en duidelijk
mijn alderliefste door de handen gegaan.
De lente stuift (of dwarrelt of duikelt, net wat u wilt)
de pan in:
bouillon van versgeoogste kruiden
in duizendvoud
trekt er lustig en luchtig
op los.

O, de O!
O, de O!

Eenletterwoordenboek
Zeer onlangs ontdekte ik het verbluffend merkwaardige Achter de letter – Encyclopedisch eenletterwoordenboek (Uitgeverij Alfabet, 2e druk 2009). Het werd bedacht, samengesteld en geschreven door Diedrik van der Wal. En ik had er nog nooit van gehoord. Gauw even op de achterflap gekeken dus: “De kortste woorden van de Nederlandse taal zijn de eenletterwoorden. Die bestaan uit slechts één enkele letter. Ondanks hun geringe lengte bezitten deze woorden een vaak fascinerende geschiedenis, een typisch gebruik en een eigen identiteit.” – Nou, dat wil ik dan wel ’s zien natuurlijk.

De ‘encyclopedie’ bevat een selectie van ruim driehonderd eenletterwoorden. Dat is inclusief eenlettersymbolen, eenletterafkortingen en eenletterpseudoniemen. Van der Wal heeft ook spreekwoorden en gezegden opgenomen waarin een alleenstaande letter voorkomt. Alle trefwoorden worden uitgebreid besproken: herkomst, het gebruik en het verhaal erachter.

Ik citeer één voorbeeldje om de aantrekkelijkheid van het boek duidelijk te maken (al is de verleiding om het héle boek over te schrijven aanzienlijk): “Daar wil ik je wel een p voor zetten – dat verzeker ik je, dat garandeer ik je. De p in deze uit het oosten des lands afkomstige zegswijze staat naar ik gis voor pand in de zin van onderpand: een waardevol voorwerp dat men aan iemand afgeeft als bewijs of waarborg dat men een verbintenis of een belofte zal nakomen. De persoon die deze zegswijze bezigt is zó zeker van zijn zaak dat hij bereid is hiervoor een persoonlijke bezitting in de waagschaal te stellen. Pand is wellicht afgezwakt tot p om te voorkomen dat de aangesprokene werkelijk op het voorstel ingaat.” (p. 150)

En zo onderzoekt, onderstelt en poneert de auteur maar voort, onderbroken, geassisteerd en toegelicht door intrigerende plaatjes, appendixen, eindnoten, bronnen en teken-verklaringen, 262 pagina’s lang. Een heerlijk naslagwerk voor taalgekken en leken, woordbouwers en kommapuristen. Zoals ik. Of zoals jij misschien wel. – Heel in het kort samengevat gaat het boek volgens mij over:

VAN A TOT ZZZ

M.
M.

Was het nu Drentse A of Drentsche Aa?
Hoe werd de @ het apenstaartje?
Jaja, A zeggen maar B doen!
Een goed huishouder zorgt voor de vijf B’s (zelf opzoeken).
De c wordt bij het zingen wel do genoemd.
En D staat voor 500 in het Romeins.
E is emailadres of EEG-gewicht op verpakkingen.
De f van florijn stond voor gulden, net als fl. of F.
G in het sms staat voor big grin, Grote Grijns!
H = hogedrukgebied of een heel erg grote behacupmaat (ook wel GG).
I is Ivonne of Informatie of de letter waar puntjes op gezet kunnen worden.
Als je jokt krijg je een J op je voorhoofd.
Dit is kunst met een grote K., of een K-abel in de dijk.
L-innaeus, L-arge, L-imburg, L-agedrukgebied, meetlat el.
Geachte M. (mevrouw/mijnheer), je m (massa) is m (matig, onderwijskundig gezien).
De n is de onbekendste letter van het alfabet, en wel om drie redenen (dat zoeken we op).
O, DE O! (Gedicht van Herman de Coninck.)
Daar wil ik je wel een p voor zetten (dat garandeer ik je!).

Q.
Q.

Q: 140 p.’s tellende tekstloze toekomststrip uit 2001, Cees Heuvel.
De R is heel vaak in de maand.
De S van small is beautiful, een Big Smile, of een vraag om stilte.
Dat schrijf je met de t van Van Nelle!
Het uur U, van de dichter Martinus Nijhoff (1894-1953).
In diepe crisis? Vitamine V brengt uitkomst!
Voor W, zie: www.eenletterwoordenboek.nl.
X staat voor kus, xxx voor kusjes. Iets voor de generatie X?
IJ of Y: water in Amsterdam, dorpje in Frankrijk, symbool voor yen en Joegoslavië.
Z is de daklozenkrant van Amsterdam, van zzz slaap je lekker!

Het bootje van Manet c.q. Koornstra c.q. Maria van Dam.
Hét bootje van Manet , Koornstra, Maria van Dam.

Het Bourgondisch complot
– ‘Dit programma wil ik wel ’s zien,’ meldde mijn alderliefste afgelopen zondagmiddag toen ze de VPRO-gids zat door te vlooien. ‘Moet je horen: Het Bourgondisch complot, op Eén, vanaf 22.10 uur. Reisprogramma van de Vlaamse fotograaf Michiel Hendryckx die over de Vlaamse en Franse binnenwateren vaart. Met de omgebouwde vrachtboot de Maria van Dam gaat hij op zoek naar…’
– ‘Hee, Maria van Dam, Maria van Dam… waar kén ik die naam van? Maria van Dam… komt die niet voor in een of ander verhaal van Elsschot? Was dat niet een soort mystificatie…’
‘Het dwaallicht. Dát verhaal zou het kunnen zijn. Zeker weet ik het niet. ’t Is wel érg lang geleden dat ik Elsschot gelezen heb. Wacht, ik pak het ‘Verzameld werk’ er even bij.’

Seconden later… ‘Hier, kijk, de rode band. Balthasar 1959 staat erin. Heb ik nog van m’n broers en zussen gekregen toen ik voor m’n eindexamen gymnasium geslaagd was. Het dwaallicht is het laatste verhaal. ’s Even zien… ja hoor! Drie bemanningsleden van een Indiëvaarder, op zoek naar… Maria van Dam, Kloosterstraat 15, ‘voor het ophalen van de zakken’. Vergeefse zoektocht, Maria is nergens te vinden. Bestaat ze eigenlijk wel?’

Willem Elschot.
Willem Elsschot, rasauteur.

Kortom, de hele zondagmiddag ging heen met het lezen van Elsschot’s verhalen en gedichten. De roman Kaas bijvoorbeeld, om van te huilen zo mooi (en binnen twee uur gepiept). Geen wonder dat ik er indertijd zo’n troostend bloemetje bij te drogen gelegd heb, kleinkaasjeskruid als ik het wel heb.

En wie kent niet de beroemde vijfde strofe van zijn gedicht Het Huwelijk:

Maar doodslaan deed hij niet, want tusschen droom en daad
staan wetten in den weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

De avonduitzending op België Eén vond ik tegenvallen. Het schip de Maria van Dam leek me te weinig op het impressionistenbootje van Manet, en had niet de beoogde intimiteit van het vaartuig waarmee kunstenaar Metten Koornstra rond 1980 zijn pensioen vierde (en waar ik destijds die aandoenlijk aantrekkelijke reportage van gezien heb). Het Bourgondisch complot was helaas meer een ‘Ontdek je plekje’-verslag dan een aflevering ‘Van Moskou tot Magadan’ (sublieme reportages van Jelle Brandt Corstius, onlangs op de VPRO-zondagavond). – Maar. Een dag waarop je zo van Willem Elsschot genoten hebt, kan natuurlijk niet stuk.

Dag Jan.
Dag Jan.

‘De blâren vallen zacht’
Afgelopen zondag was het zover: beste buurman J. gaf de geest. Het was volbracht, en het was goed zo. De kanker had zijn slopende werk gedaan, de familie zat erdoorheen, de vlag lag er gestreken bij. Van zijn weduwe, beste buurvrouw J.,  ontving ik de uitnodiging om één van de zes ‘dragers’ te zijn. Een kist ten grave dragen, dat had ik nog niet eerder gedaan. Ik was er stil van, ontroerd, vereerd.

Het weer was donker, het weer was guur, en toen de eredienst gedaan was deden wij gezessen jas en das over ons goeie goed, maar hielden het hoofd ontbloot. De kist ging op een karretje, en werd gezekerd. Wij stuurden op het graf aan, tot op vijfentwintig meter voor de kuil. Toen tilden wij de kist van het karretje en begon het échte werk.

Links en rechts van de grafdiepte lag een ijzeren gaatjesrooster, drie metalen draden waren tussen de roosters gespannen. De kist moesten wij precies op de drie draden zetten, terwijl wij zelf op de wiebelige roosters stonden. Om daar te komen schuifelden wij haast struikelend over elkaars nabije voeten over nat gras en blad, en veerden wij aan weerszijden de metalen roosters over. Een heel precies werkje, dat geen minimale misstap richting grafdiepte kon hebben. Het is een mirakel als je dat zonder gedegen oefening redt. Het mirakel geschiedde.

Vallend blad van Tineke Siccama.
In de visie van Tineke Siccama.

Toen de kist ‘stond’, rechtten wij zessen de rug, concentreerden ons op de kist, en negen het hoofd naar buurman Jan. – Ultiemer vaarwel heb ik nimmer ervaren, terwijl de ‘zachte blâren’ van Willem Kloos (1859-1938) door mijn kop dwarrelden:

De blâren vallen zacht…
Ik kan alleen betreuren,
Dat ik niet eens verwacht,
Wat eens nog kan gebeuren…
De blâren vallen zacht…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *