Categorie archief: Mijn feuilleton

1943 – OORLOG VAN KASTJE TOT KISTJE

Binnenwereld
Huize Balthasar stond aan de straat met een negentiende-eeuwse baksteengevel van drie verdiepingen hoog, 1 deur en 2 ramen breed, krap 6 meter. De deur zat in het midden, en bestond in de jaren veertig uit twee smalle openslaande helften met een dwarse ‘boom’ aan de binnenkant bij wijze van slot. Duwde je jezelf naar binnen, dan klingelde de bel bovenaan de deur. Was er niemand ‘beneden’, dan riep je luid ‘Volk!’ tot er iemand kwam. Of ‘Blijf maar!’ als je ‘eigen volk’ was. Verder lezen

1941 – O, DIE ZUURZOETE ONWETENDHEID

Terwijl mijn vader beneden in de werkplaats – steeds met een brandende sigaar tussen zijn lippen, en pal onder de bestofte waarschuwing ‘Roken en open vuur verboden’ – maar voorttimmerde aan zijn nooit eindigende rij doodskisten, beredderde mijn moeder boven – heel klein maar dapper – haar nu 12-koppige huishouden. En terwijl ik me in de box en aan haar borst beetje bij beetje in de richting van een mens lag te ontwikkelen, richtte haar aandacht zich in de tweede helft van 1941 alweer op de komende, elfde baby.  Verder lezen

1940 – DRIEKONINGENLICHT

Onlangs – ach, laat ik dit feuilleton nou eens controleerbaar precies beginnen: op de middag van zaterdag 29 november 2014 – had ik een kleine reünie met redactiecollega’s van de vroegere Malmberg-jeugdbladen. Onderweg van NS-station ‘s-Hertogenbosch naar het eetadres in de binnenstad legden we met z’n vijven even aan bij Café Het Veulen voor een aperitiefje. Die plek was geen toeval: Het Veulen is nummer 39 op de lijst van gezelligste cafés van Nederland 2014, het is bovenal mijn geboortehuis aan de Korenbrugstraat.  Verder lezen